31 oktober 2022

Herinneringen aan de Augustinusschool (Jaarboek 44 2021 pg 51-53)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 44, pagina 51

Herinneringen aan de Augustinusschool

Augutinusschool.
De Augutinusschool, katholieke lagere school aan de Dorpsstraat 115 in Castricum, 1957.

Castricummer Frans Zaal (1937) werd, nadat het gezin twee jaar was geëvacueerd naar Medemblik, in 1945 leerling van de eerste Augustinusschool aan de Dorpsstraat. Die doorliep hij tot 1950.

Enkele van zijn belevenissen in die vijf jaar wilde Frans graag met Oud-Castricum delen.

Klompen

De rooms-katholieke Augustinusschool werd in 1920 gebouwd naast de meisjesschool Maria Goretti, die een jaar eerder werd opgeleverd. Het complex is in 1983 afgebroken om plaats te maken voor appartementen. Als hoofd van de school werd in 1920 Piet van Westen uit Haarlem aangetrokken.

De kinderen Zaal in 1943.
De kinderen Zaal in 1943. Van links naar rechts achter: Jan en Rie; voor: Gerard, Frans en Wil.

Frans Zaal vertelt:

“Ik kwam in de tweede klas te zitten bij meester Van der Maat. We liepen nog steeds allemaal op klompen


Jaarboek 44, pagina 52

en die moesten netjes naast elkaar in de gang staan voor we de klas ingingen.

Het onderwijsteam van de Augustinus in 1947.
Het onderwijsteam van de Augustinus in 1947. Van links naar rechts staand: Theo Tromp, Jan Ernst, Karel Vermeulen, Lou Koper, Nico van der Maat en Harry Wegdam; zittend: Rie Borst, Piet van Westen en Kees Bodewes.

Meester was een lieve man, maar kennelijk werd het hem soms ook te veel en op zekere dag stuurde hij een jongen, die het te bont had gemaakt, de gang op. Dat had hij beter niet kunnen doen. De knaap was blijkbaar niet onder de indruk, want weldra begon hij de klompen in rap tempo van positie te verwisselen, door zorgvuldig de linker- en rechterklomp een andere plek te geven. Chaos compleet natuurlijk bij het speelkwartier, dat vrijwel verloren ging aan het bij elkaar zoeken van het juiste paar. De klompen met een naam erin waren bij het zoeken het meest succesvol, maar de meeste moest je op minuscule verschillen sorteren. De mijne hadden een ijzeren band, omdat de bovenkanten ervan al een keer waren afgebroken. Dus ik had ze snel. ‘Rijke stinkers’ hadden geel gelakte, versierde exemplaren, maar daar waren er in Castricum niet zo veel van.”

Kevers, vlooien en luizen

Frans vervolgt zijn verhaal: “Schoolreisjes waren in die tijd spaarzaam, want daar was weinig geld voor.

Een van de sporadische schoolreisjes naar Schiphol. Frans staat rechtsboven op de trap.
Een van de sporadische schoolreisjes naar Schiphol. Frans staat rechtsboven op de trap.

Ons voornaamste uitje was tot onze grote vreugde naar het strand in de vrachtwagen van Veldt. We waren niet de enige bezoekers, want langs de hele kust werden schoolkinderen naar het strand gebracht. Een ramp naderde namelijk ons land: de invasie van de coloradokever. Dit insect, dat lijkt op een lieveheersbeestje, is geel met bruine strepen en was vast van plan onze aardappelplanten op te eten. Dat werd ons samenzweerderig in de klas verteld en daaraan werd toegevoegd dat wij de enigen waren die deze catastrofe konden afwenden. Op de een of andere manier waren de diertjes de zee over gestoken maar ze haalden met moeite de kust.

Zeeweg richting strand.
Zeeweg richting strand. Rechts en links de Van Oldenborghweg in Bakkum, 1934. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Op het strand werden we in lange rijen opgesteld en moesten we de nog verdoofde kevertjes in een potje doen. Na de schoonmaakactie werd een vuur ontstoken en moesten wij onze potjes legen in het vuur. Op tere kinderzieltjes werd niet gelet. Het ging erom dat we Nederland hadden gered …

Kennelijk heeft het geholpen, want daarna is de coloradokever uit beeld gebleven. Dat zal echter vooral te maken hebben gehad met het gif dat toen werd ontdekt. Dat was DDT, dat erg effectief bleek. Ook op ons werd dat bestrijdingsmiddel toegepast, want om de zoveel tijd moesten we ontdaan worden van vlooien en luizen. Dat gebeurde in Bakkum, waar een soort flitsspuit op onze haren werd gezet. Het leek op een ontploffing, waarbij een witte wolk DDT onze haren opblies. Buiten deden we verwoede pogingen alles weer uit te schudden. Er wordt tegenwoordig beweerd dat er mensen zijn, die in één nacht grijs werden; wij werden het in ieder geval in één dag!”

Het eerste rapport van Frans.
Het eerste rapport van Frans.

Speelplaatsen

De speelplaatsen van de Augustinusschool en de Maria Gorettischool waren door een houten schutting met een overdekte veranda gescheiden van elkaar, omdat contact tussen de jongens en de meisjes strikt verboden was. Ook Frans kan daarover meepraten:

“Op de jongensspeelplaats ging het er duidelijk anders aan toe. Er werden niet alleen rustige spelletjes gespeeld in de vorm van knikkeren, maar ook ruige zoals bok-bok-berrie. Bij knikkeren speelde je ‘kulekie’, waarbij je met een gebogen wijsvinger de knikker in het kuiltje probeerde te mikken of het ging erom wie de knikker het dichtst bij de muur liet komen. Wij speelden met stuiters en sterren en soms met een zware lodder. Die hadden onderling waarden; de ongeschonden sterren waren het duurst en vaak meerdere stuiters waard. Echte knikkers kon je niet in een plas water laten liggen, dan vielen ze uit elkaar. Sommige fantasierijke leerlingen hadden een knikkerbord gemaakt. Dat was een plankje met meerdere gaten in verschillende groottes waarboven een getal stond. Je kreeg dan zoveel stuiters als het gat aangaf en je stuiter er doorheen ging.


Jaarboek 44, pagina 53

Er was vaak een gat waarboven 100 stond. Begerig werd erop gemikt, maar dan bleek dat het onmogelijk was om daarin te komen.

Bij ‘Bok-bok-berrie’ ging een jongen met zijn rug tegen het hek staan en hield zijn handen in een kommetje voor zich, waar dan een ander zijn voorhoofd in legde. Achter deze jongen stonden nog een paar durfals gebukt. Met een aanloop was het de bedoeling dat zoveel mogelijk jongens op die ruggen lagen of hingen, voordat de boel in elkaar stortte. Om EHBO-technische redenen werd het spel later verboden.

De speelplaats van de Augustinusschool
De kinderen staan tijdens een processie op de speelplaats van de Augustinusschool (later Maria Gorettischool). Dorpsstraat 117 in Castricum, 1932. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Om een blik op de meisjesspeelplaats te kunnen werpen, bestonden er twee methoden. Je kon in een van de bomen klimmen, wat natuurlijk verboden was, of je kon gebruik maken van de gaten in de schutting, die waren ontstaan doordat de kwasten eruit gedrukt waren. Als je al een beetje verliefd was geworden (maar eigenlijk waren we daar nog niet aan toe), vroeg je het dichtstbijzijnde meisje of ze jouw favoriet wilde uitnodigen om door het gaatje te kijken. Maar soms deed je dan rare dingen. Je drukte bijvoorbeeld plotseling je vinger door het gat in haar oog of je spuugde er doorheen. In beide gevallen kon je een duurzame verkering natuurlijk wel vergeten …”

Middagpauze

Het huis waar Frans woonde, en waar hij nog woont, staat aan de Mient.

Frans schilderde zijn ouderlijk huis aan de Mient 25.
Frans schilderde zijn ouderlijk huis aan de Mient 25.

Het was toen nog heel gebruikelijk dat de leerlingen tussen de middag naar huis gingen, zoals Frans toelicht:

“De middagpauze op de Augustinusschool was erg lang, bijna twee uur. Die tijd werd dus gebruikt om thuis warm te eten. Dat bestond uit veel aardappels met seizoensgroenten, maar in mijn herinnering aten we altijd bloemkool. Mijn vader schepte steeds twee keer op, vandaar dat we voor de winter een paar mud aardappelen onder een luik in de gangvloer bewaarden. Vlees was er alleen in de vorm van een gehaktbal op woensdag en vrijdags kregen we vis, want dat was goedkoop en je deed er de katholieke kerk een plezier mee.

De slagerij van Cor Sneekes.
De slagerij van Cor Sneekes. Burgmeester Mooijstraat 29 in Castricum, 1936. Collectie Stuifbergen, Toegevoegd.

Zondags was er soms vlees, als mijn moeder een rollade had gebraden in de loop van de week. Dan moest ik zondagmorgen na de kerk naar slager Sneekes, die speciaal op dat tijdstip open was om rollades in flinterdunne plakjes te snijden. Het toetje was yoghurt of pap. De yoghurt maakte mijn moeder zelf door aan een pan warme melk een kopje yoghurt toe te voegen om die vervolgens in een bed te laten broeien. Daarom keken we als we naar bed gingen altijd of er geen pan in je bed lag. De pap was meestal karnemelkse pap. Die noemden wij ‘pijn in je zijpap’, want als je naar school moest rennen, kreeg je vaak pijn in je zij en dat moest wel van de pap zijn gekomen.

Mient - Brakenburgstraat in Castricum.
De woning van Zwarte Ant. Mient-Brakenburgstraat in Castricum. Schilder Huib Hogenstijn. Foto Jacques Schermer. Toegevoegd.

Knikkerend of hoepelend gingen we weer terug naar school. We passeerden op het eind van de Brakenburgstraat een verwaarloosd veldje, waar nu de brandweerkazerne staat. Daar bouwden we onze steilewandbaan. Inspiratie daarvoor hadden we opgedaan op de kermis, waar regelmatig zo’n attractie stond. Het was een grote cilinder van hout, waartegen stoere kerels met luidruchtige motoren hun rondjes draaiden. Van boven keken we ademloos toe, maar dat kan ook met de uitlaatgassen te maken gehad hebben. Het was in ieder geval spectaculairder dan het vlooientheater. Het maakte zoveel indruk op ons dat we wekenlang bezig waren met een cirkelvormige aarden wal aan te leggen rond een kuil. Als we klaar waren, draaiden we met de fiets rondjes tegen de kant als volleerde motorcoureurs. Duurde het maken van de baan soms weken, de lol van het fietsen was er na een paar dagen al van af.

Klaverweide.
Torenstraat 25 (hoek Korte Cieweg ), waar vroeger de Klaverweide was. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Verder naar school konden we kiezen. Bij haast gingen we over de Klaverweide, waar nu de Brink ligt, maar dan moest je eerst over een prutsloot via een stalen buis. Daar ben ik eens met stinkend gevolg vanaf gevallen. Of we liepen door de Pernéstraat en dan verder door de Cieweg, want de Wilhelminastraat liep dood. Tenslotte moesten we zorgen dat we ongestoord op de speelplaats kwamen. Dat wat nog niet zo makkelijk, omdat de Bakkummers, die ‘s middags overbleven, vonden dat ze recht op de speelplaats hadden. Dat dachten wij dus niet.”

De Augustinus in een maagdelijke omgeving toen Frans de school verliet.
De Augustinus in een maagdelijke omgeving toen Frans de school verliet.

De verhalen van Frans geven een mooi beeld van het schoolbezoek in de naoorlogse periode. Jammer dat er geen klassenfoto’s zijn die daarvan getuigen.

Hans Boot

Bron:

Met dank aan: Frans Zaal.

Print Friendly, PDF & Email
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties