Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Oud-Castricum.
Jaarboek 47, pagina 28
Een veteraan keert terug
Castricumse marineman in een vergeten oorlog

Op 3 maart 1953 keerde de torpedobootjager Hr.Ms. (Harer Majesteits) ‘Piet Hein’ terug uit Korea, na een inzet van ruim tien maanden. De Piet Hein had in dienst van de Verenigde Naties meer dan 40.000 zeemijlen afgelegd in Koreaanse wateren en duizenden granaten verschoten. Het was geen vredesmissie. De Piet Hein kwam op 27 maart 1952 in een oorlog terecht. Eén van de 245 bemanningsleden van de ‘Piet Hein’ was Castricummer Jan de Ruijter (vader van de auteur), 21 jaar oud. Hij had op zijn zeventiende voor zes jaar bij de Marine getekend en werd in het vijfde jaar van zijn dienstverband uitgezonden naar Korea.
Over de oorlog in Korea
De oorlog in Korea wordt ook wel ‘de vergeten oorlog’ genoemd. Nederland was na de Tweede Wereldoorlog in opbouw en zat niet echt op een nieuwe oorlog te wachten. In de media werd er weinig aandacht aan besteed en er zijn weinig boeken over geschreven. Er is in die jaren één Nederlandse journalist geweest die naar Korea gereisd is om verslag te doen.
Na de aanval van Noord-Korea, op 25 juni 1950 en het kort daarna door de Verenigde Naties genomen besluit om een VN-troepenmacht naar Zuid-Korea te sturen, deed Amerika aan Nederland het dringende verzoek een bijdrage te leveren. Nederland besloot een marineschip en een bataljon grondtroepen te sturen, de eerste Nederlandse missie in VN-verband.
De torpedobootjager ‘Evertsen’ was in 1950 het enige inzetbare marineschip in het oosten en werd daarom als eerste uitgezonden. Er zijn in totaal ruim 4.700 Nederlandse militairen in Korea ingezet, waarvan 1.300 bij de marine. Van de zes marineschepen zijn de eerste vier ingezet tijdens de oorlogshandelingen en de laatste twee tijdens het bewaken van het in de zomer van 1953 gesloten bestand. De ‘Evertsen’ beet het spits af in juli 1950. De ‘Van Zijll’ keerde eind januari 1955 als laatste schip terug naar Nederland. De ‘Piet Hein’ was de derde in de rij.
Korea is een bergachtig land met warme zomers en zeer koude winters. Er zijn regelmatig zware stormen. Dat zorgde voor moeilijke omstandigheden, zowel op het land als op het water.
De Koreaanse oorlog was bloedig. Er zijn ongeveer 4 miljoen mensen omgekomen, waaronder 2 miljoen burgers en ruim 36.000 buitenlandse VN-militairen. De 125 Nederlanders die zijn gesneuveld liggen bijna allemaal begraven op het VN-ereveld Tanggok, in Busan (Zuid-Korea).
De terugkomst
Op 3 maart 1953 was het een drukte van belang in de haven van Den Helder. Aan de kade stonden lange rijen marinepersoneel en familie te wachten op de aankomst van de ‘Piet Hein’, die 14 maanden daarvoor vanaf dezelfde plek was vertrokken.

Pot.
Zelfs in Castricum had dit de aandacht getrokken. Burgemeester Smeets had een taxi (met chauffeur Jan Lute) beschikbaar gesteld, om hem samen met enkele familieleden (zijn moeder, zijn broer Ker en zijn zusje Marian) op te halen uit Den Helder. Eindelijk kwam de ‘Piet Hein’ door het Marsdiep aangevaren. De meeste bemanningsleden stonden aan dek en zouden kort daarna met hun familieleden worden herenigd.

Jaarboek 47, pagina 29

De wilde baard van Jan de Ruijter was het gevolg van een weddenschap. Dat hij zijn baard de hele reis liet staan, leverde hem 70 gulden op. Helaas was er een smet op deze vrolijke gebeurtenis, want één bemanningslid keerde niet terug.
De reis naar Korea
De ‘Piet Hein’ vertrok op vrijdag 18 januari 1952, tijdens een zware noordwester storm, waardoor kwartiermeester Frans van der Horst kort na het vertrek overboord sloeg en verdronk. Ondanks dat er direct en lang naar hem gezocht werd, is hij nooit gevonden. De ‘Piet Hein’ zelf liep forse stormschade op en moest terug naar Den Helder voor reparaties, waarna men op maandag 21 januari alsnog vertrok richting Korea. (vervolg op pagina 31)
Jaarboek 47, pagina 30



Jaarboek 47, pagina 31
De reis verliep daarna voorspoedig. Via Gibraltar en Tripoli, door het Suezkanaal naar Djibouti, in Oost Afrika. Op 13 februari kwam het schip aan in Colombo (Sri Lanka), waar veel bemanningsleden, onder wie mijn vader, een houten olifantje kochten. Dit staat nu op een mooi plekje in onze woonkamer.
Na in Singapore olie geladen te hebben arriveerde men op 28 februari in Hong Kong. Op 2 maart werd daar de ‘Van Galen’ afgelost. Na het gereed maken van het schip vertrok het op 20 maart naar de haven van Sasebo (Japan), de thuishaven van de Nederlandse marineschepen, waar de ‘Piet Hein’ na ruim 10.000 mijl varen werd toegevoegd aan een Brits eskader.
De inzet
Op 27 maart 1952 startte de ‘Piet Hein’ met de eerste patrouille. Marineschepen van tegenwoordig zijn stukken groter dan de jagers van toen en hebben een kleinere bemanning. Op de ‘Piet Hein’ was het zo vol dat Jan geen eigen slaapplek (in een kooi) had. Hij heeft de hele reis op een (eet)bank in de manschappenmess geslapen.
Omdat Korea bijna helemaal door water omgeven is, was de marine belangrijk. De ‘Piet Hein’ werd ingezet bij de handhaving van de ingestelde zeeblokkade, probeerde het leggen van zeemijnen door de Noord-Koreanen te voorkomen, voerde beschietingen uit op kustbatterijen (die terugschoten …) en gaf (vuur-)ondersteuning aan de landstrijdkrachten.
Jaarboek 47, pagina 32
Daarbij werd soms gebruik gemaakt van een waarnemer in een helikopter, die correcties doorgaf aan de kanonniers, totdat het doel getroffen werd. Omdat de grondtroepen het zwaar hadden werd de ‘Piet Hein’ voor dit laatste regelmatig ingeschakeld.
Door de grote verschillen tussen eb en vloed (van meer dan 10 meter) aan de westkust was het gevaarlijk om dicht bij de kust te varen of voor anker te gaan. Aan de oostkust was weinig getijdenverschil, wat het leggen van zeemijnen door de Noord-Koreanen aan die kant gemakkelijker maakte.
Tijdens de vele patrouilles was er af en toe een onderzeebootalarm, waarna dieptebommen werden geworpen. Soms waren de daar rondzwemmende potvissen de oorzaak. Die waren zo groot dat hun echo leek op die van een onderzeeër.
Daarnaast werd de ‘Piet Hein’ ingezet om langs de oostkust, waar men dicht bij de kust kon komen, treinen te beschieten die voor de bevoorrading van de Noord-Koreaanse troepen werden gebruikt. Deze treinen reden ’s nachts langs de kust en hadden op hun route een aantal tunnels waar ze in konden schuilen.
Jaarboek 47, pagina 33
In de nacht van 14 op 15 november 1952 slaagde de ‘Piet Hein’ erin om zo’n trein uit te schakelen. Hiervoor kreeg de bemanning de gelukwensen van de commandant van de Amerikaanse zevende vloot en werd een ‘Presidential Unit Citation’ toegekend aan de ‘Piet Hein’, wegens ‘buitengewoon verdienstelijk optreden’. Deze kwam ik na mijn vaders overlijden (in 2018) in één van zijn boekenkasten tegen. Hij had er overigens nooit iets over gezegd.
Zeventig jaar geleden was het schrijven van brieven de enige manier om contact te houden met het thuisfront. Post was daarom belangrijk voor de bemanning. Deze werd tijdens patrouilles vaak aan boord bezorgd per helikopter. Deze ging dan vlak boven het schip hangen en liet aan een touw de postzakken naar beneden zakken.

Op 10 december 1952 meerde de ‘Piet Hein’ aan bij het eiland Tae Young Pyong Do. Het bleek dat de bevolking daar aan alles gebrek had en dat veel mensen ziek waren. De bemanning bracht alle kleding die ze missen kon (inclusief de cadeaus voor thuis) naar de bewoners.

Ook hield de bemanning een inzameling, die 720 gulden opleverde, waarvan rijst voor de bewoners werd gekocht. Scheepsarts W. Boogaart heeft waar mogelijk medische hulp verleend, onder andere door de kinderen in te enten.

Afscheid en terugreis
Op 15 januari 1953 werd de ‘Piet Hein’ in de haven van Hong Kong afgelost door de ‘Johan Maurits van Nassau’. De dag voor het vertrek verzocht de bevelvoerende Britse admiraal de ‘Piet Hein’ om tijdens het vertrek langs de werf te varen. Toen de ‘Piet Hein’ dat deed, werd op het Britse fregat ‘Alert’ het bevel gegeven de hoofddeksels af te doen, en een “driewerf hoera” te geven voor de ‘Piet Hein’.

Hetzelfde gebeurde bij het passeren van de Britse kruiser ‘Birmingham’. Toen de ‘Piet Hein’ vervolgens langs een Amerikaans bevoorradingsschip voer, bleek dat de bemanning daar in zondagstenue stond opgesteld, als eerbetoon van de Amerikaanse marine.
Jaarboek 47, pagina 34
Zo’n afscheid kreeg een oorlogsschip niet vaak. De bemanning van de ‘Piet Hein’ was hiervan zeer onder de indruk.
Tijdens de thuisreis hoorde de bemanning van de watersnoodramp in Zeeland, in de nacht van 31 januari op 1 februari. De bemanning hield een inzameling waarbij 2.000 gulden werd opgehaald. Dit bedrag werd overgemaakt naar het Nationaal Rampenfonds. Toen men op 3 maart in Den Helder arriveerde kreeg de gehele bemanning, als dank voor de gift, toegangskaarten voor de voetbalwedstrijd Nederland- Denemarken.
Veteraan
Mijn vader was trots op het feit dat hij een veteraan was, maar over zijn persoonlijke ervaringen heeft hij weinig verteld.

Dat die periode voor hem belangrijk was, bleek wel uit de groepsfoto van de bemanning van de ‘Piet Hein’ (in 1952 in Hong Kong genomen), die jarenlang in onze woonkamer heeft gehangen. Als je de kamer binnenkwam was die foto het eerste wat je zag. Hij is altijd een beetje een marineman gebleven. Als ik weer eens een kopje veel te sterke koffie van hem kreeg en ik zei daar iets over, begon hij altijd te lachen en zei dan dat het een ‘torpedistenbakkie’ was.
Hij had een levendige belangstelling voor de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, en is minstens 8 keer met zijn zus (Tiny Hendriks de Ruijter) in Normandië geweest voor een bezoek aan de invasiestranden. Zij verbleven dan op de camping op het strand van Colleville-Sur-Mer, het voormalige ‘Omaha Beach’, dat vlak naast de Amerikaanse begraafplaats ligt.

Als hij daar heen ging zette hij altijd een plantje neer bij het graf van de onbekende soldaat, vooraan op het kerkhof. Hij zei nooit veel over Korea, maar die plantjes zeiden mij wel iets.
Zijn ervaringen daar hebben gezorgd voor een dieper besef dat leven in vrijheid niet altijd vanzelfsprekend is en dat er soms een hoge prijs voor betaald wordt.
Op 6 juni 2007 heeft hij de officiële herdenking op Omaha Beach voor genodigden bijgewoond. Hij ging daar uit belangstelling kijken en antwoordde bevestigend toen iemand van de organisatie hem vroeg of hij een veteraan was, waarna hij naar één van de zitplaatsen werd begeleid. Enkele dagen later zag hij zichzelf op een foto van de plechtigheid, op de voorpagina van de plaatselijke krant. Geheel verdiend, wat mij betreft. ‘Zijn’ oorlog was alleen enkele jaren later …
Zomaar een stuk over een Castricumse veteraan, van lang
geleden, uit een bijna vergeten oorlog. Het had ook over iemand
anders kunnen gaan, want iedere veteraan heeft zijn/haar
eigen verhaal. En ja, bij ons thuis hangt op Veteranendag de
vlag uit.
Ton de Ruijter
Bronnen:
- Max Hastings, De Koreaanse oorlog;
- Chris Mark, Boeggolf voor Korea, De Koninklijke Marine in de Koreaanse wateren 1950-1955;
- Anselm J. van der Peet, Out of Area, De Koninklijke Marine en multinationale vlootoperaties 1945–2001;
- Robert Stiphout, De bloedigste oorlog, het vergeten bataljon Nederlandse militairen in Korea;
- Alle foto’s komen uit de collectie van Jan de Ruijter, tenzij anders aangegeven.
