31 oktober 2022

Duinresidentie Prinses zu Wied (Jaarboek 44 2021 pg 22-27)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 44, pagina 22

Duinresidentie Prinses zu Wied

Duinresidentie Prinses zu Wied.
Duinresidentie Prinses zu Wied.

In de duinen bij Bakkum is in 1996/1997 een bijzonder project gerealiseerd: duinresidentie ‘Prinses zu Wied’. Het betreft het voormalige paviljoen 3 voor vrouwen, het latere Kinnehin van het vroegere provinciaal ziekenhuis Duin en Bosch. Het gebouw ontleent zijn huidige naam aan Hare Koninklijke Hoogheid prinses zu Wied, geboren Prinses der Nederlanden.

Paviljoen 3 Vrouwen in oorspronkelijke staat.
Paviljoen 3 Vrouwen in oorspronkelijke staat.

Rijksmonument

‘Voormalig vrouwenpaviljoen wordt luxe Duin-Residentie.’ Zo luidde een krantenkop op 14 augustus 1996. Het gebouw werd voor 275.000 gulden van de hand gedaan. In september 1996 werd met de restauratie en verbouwing begonnen om daarna plaats te bieden aan twaalf luxueuze appartementen, voor verkoopprijzen tussen de 445.000 en 868.500 gulden. Het project werd uitgevoerd door Cobraspen Vastgoed BV uit Overveen, in samenwerking met architectenbureau Prins en Kentie uit Amsterdam. De verkoop was in handen van de Castricumse makelaar Kuijs. Ondanks enkele wijzigingen aan de buitenkant werd het gebouw in 2004 ingeschreven in het Rijksmonumentenregister.

Chaletstijl

In 1903 verkocht prinses zu Wied 82 hectare van haar landgoed Bakkum aan de provincie Noord-Holland voor 54.700 gulden. De provincie liet het complex Duin en Bosch bouwen om er psychiatrische patiënten te kunnen huisvesten.

Paviljoen Kinnehin van het vroegere provinciaal ziekenhuis Duin en Bosch.
Paviljoen Kinnehin van het vroegere provinciaal ziekenhuis Duin en Bosch. In oorkonden van Karel Martel, de Grote, wordt Kennemerland Kinnehin genoemd. Kin soms kien staat waarschijnlijk voor pijnboom. Hin, hen of hem werd gebruikt als aanduiding voor een buurtschap of woonstreek. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het voormalige paviljoen werd, evenals de andere oorspronkelijke gebouwen van Duin en Bosch, ontworpen door architect F.W.M. Poggenbeek, in 1860 geboren in Amsterdam en in 1922 op 61-jarige leeftijd overleden in Bussum. Het gebouw kent een rijke, tot in de kleinste details verzorgde architectuur in chaletstijl; met naast schoonmetselwerk en veel hardstenen ornamenten: lateien, vensterbanken en gele sierbanden. Grote,


Jaarboek 44, pagina 23

wit gestucte vlakken versterken de levendigheid van het gevelbeeld. In de topgevels zijn vakwerkconstructies verwerkt. De overstekende dakgoten worden gedragen door houten consoles. Het gebouw met twee tot drie bouwlagen en verschillende zadeldaken is traditioneel gedekt met rode kruispannen. Door al deze bouwkundige aspecten heeft het gebouw nog steeds een ambachtelijke en romantische uitstraling.

Oorspronkelijke functie en dreigende sloop

Het voormalig ziekenpaviljoen was bestemd voor 65 vrouwelijke, ernstig chronisch zieke, psychiatrische patiënten. Vermoedelijk werd het gebouw om die reden achteraan op het terrein van Duin en Bosch gebouwd. De bouw van de in 1909 in gebruik genomen paviljoens werd op 31 mei 1905 gegund. De oorspronkelijk L-vormige laagbouw linksvoor is vóór 1946 in dezelfde stijl vergroot tot zijn huidige T-vorm. Van de drie oorspronkelijke vrouwenpaviljoens is dit paviljoen als enige van de slopershamer gespaard gebleven.

Verpleegkundigen poseren in 1920 voor Paviljoen 3 Vrouwen.
Verpleegkundigen poseren in 1920 voor Paviljoen 3 Vrouwen.

Nadat de laatste patiëntengroep het paviljoen had verlaten, is het gebouw in gebruik geweest als opslagplaats van verschillende diensten. Ook is het tijdelijk gebruikt als onderkomen gedurende de verbouwing van het Opleidingscentrum en tenslotte in 1992 nog als oefenlocatie van de bedrijfsbrandweer. Enkele jaren daarvoor, in 1990, kwam vanuit de directie het voorstel om Kinnehin te laten slopen. Dat was het moment waarop een initiatiefgroep ontstond die het paviljoen wilde behouden.

Paviljoen III Vrouwen was bestemd voor 65 vrouwelijke ernstig chronisch zieke psychiatrische patiënten. Vermoedelijk werd het gebouw om die reden achteraan op het terrein van Duin en Bosch gebouwd.
Paviljoen 3 Vrouwen was bestemd voor 65 vrouwelijke ernstig chronisch zieke psychiatrische patiënten. Vermoedelijk werd het gebouw om die reden achteraan op het terrein van Duin en Bosch gebouwd. Luchtfoto uit 1923. Het Nieuwe Paviljoen, later Breehorn genoemd, bestond toen nog niet.

Henk Kleemans, Jan van de Molen, Joop Romeinse en Cor de Beurs wilden dat er een authentiek gebouw uit de beginjaren van de psychiatrie op Duin en Bosch zou blijven bestaan. Het deels authentiek inrichten van het oude paviljoen zou een goed historisch beeld kunnen geven van de vroegere leefomstandigheden van de patiënten en de werkomstandigheden van het personeel. Naast de isoleergalerij, de permanente baden en de grote slaapzalen zou er ook een museumgedeelte ingericht kunnen worden. Zij voelden zich in het streven naar behoud gesteund door het rapport ‘Monumenten Inventarisatie Project’ van de provincie Noord-Holland. De tijd om tot actie over te gaan was kort. Het onderhoud was de laatste jaren minimaal geweest en de verwarming was afgekoppeld.

Een kijkje in de vrouwenslaapzaal van een van de paviljoens van Duin en Bosch 3 in 1960.
Een kijkje in de vrouwenslaapzaal van een van de paviljoens van Duin en Bosch 3 in 1960. Met foto’s, kleedjes en bloemen werd geprobeerd het gezellig te maken. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het eerste dat de initiatiefgroep deed, was kijken onder welke voorwaarden het paviljoen behouden zou kunnen blijven. Dat waren:

  • geen beslag leggen op de exploitatie/kapitaalsbegroting van het ziekenhuis;
  • geen huisvesting meer van patiënten;
  • voldoen aan het gemeentelijke bestemmingsplan;
  • niet strijdig zijn met de belangen van het ziekenhuis.

De consequenties van slopen waren uiteraard duidelijk; de gevolgen van behoud en exploitatie niet. Daarom ging de initiatiefgroep verder met het onderzoeken van de volgende aspecten:

  • de kosten om Kinnehin weer in goede staat te brengen en te onderhouden;
  • het verkrijgen van de nodige inkomsten, eenmalige en structurele;
  • het vinden van bestemmingen voor de vele ruimtes in het paviljoen;
  • het vinden van een optimale beheersvorm voor Kinnehin.

Een oproep aan het ziekenhuispersoneel leverde de nodige ideeën en medewerking op. Ondanks herhaalde pogingen waren de financiën (en dat was toch het belangrijkste onderwerp) niet bijeen te krijgen. Het ging dan ook om forse bedragen: eenmalig een kwart miljoen gulden en vervolgens elk jaar zo’n 30.000 gulden. Diverse bedrijven en instanties deden toezeggingen. Technische diensten en de directie gaven ook hun medewerking. Maar


Jaarboek 44, pagina 24

dit alles kon de vele nullen in de bedragen niet genoeg verminderen. De initiatiefgroep was zich ervan bewust dat idealisme alleen kans van slagen zou hebben als het project betaalbaar was. En dat was het helaas niet. Begin 1992 moesten de initiatiefnemers met grote tegenzin aan de directie meedelen dat met hun ideeën niet het beoogde resultaat kon worden bereikt. Of toch wel?

Overzichtsfoto Duin en Bosch, 1992.
Overzichtsfoto Duin en Bosch, 1992. Rechtsvoor De Kaap, linksvoor Koningsduin, uiterst links Kinnehin, groot gebouw met rode pannendak is Breehorn, boven Kinnehin: De Wisk, rechts van De Wisk: paviljoen Prof.Dr.van de Scheer, linksboven Westlinge, rechts van Westlinge: paviljoen De Loet en de platte daken van Hoge Steeg. Centrumdeel: links economiegebouw ook wel de centrale genoemd, rechts daarvan het complex met het administratiegebouw, daaronder de platte daken van Hoograde met links daarvan De Clinghe. Onder De Clinghe: het anatomiegebouw. Uiterst rechts boven koekoeksduin en de broederwoningen. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In het kader van de privatisering van het ziekenhuis werd Kinnehin namelijk uitgesloten van de overdracht naar de nieuwe Stichting Psychiatrisch Ziekenhuis Duin en Bosch. De provincie gaf een projectontwikkelaar de opdracht om vóór 1 januari 1994 te bepalen of Kinnehin behouden kon blijven. Zo niet, dan zou Kinnehin alsnog aan het ziekenhuis worden overgedragen en zou men tot sloop overgaan.

Gelukkig was er het Cobraspen Vastgoed dat in 1995 het gebouw kocht en het een nieuw leven wilde geven. In 1996 verkeerde het gebouw echter in ontluisterde staat, want vandalen hadden behoorlijk huisgehouden. Ramen waren kapot gegooid, deuren vernield, ventilatieschachten op de daken omgetrokken en houten vloeren eruit gesloopt en meegenomen.

Omdat op het pand een ziekenhuisbestemming rustte, moest voor de herbestemming naar wonen aanpassing van het bestemmingsplan plaatsvinden. De bestemmingsplanwijziging kwam er, omdat men ook van gemeentezijde vond dat vanuit het historisch belang het gebouw niet zou moeten worden gesloopt.

Er waren echter ook nog provinciale verordeningen waaraan de herbestemming getoetst moest worden. Het gebouw lag en ligt binnen het gebied waarop de Provinciale verordening grondwaterbeschermingsgebieden van kracht is en in die tijd ook nog de Verordening stiltegebieden. Van verschillende provinciale diensten moest een verklaring van geen bezwaar verkregen worden.

Verbouwing van paviljoen Kinnehin tot appartementen: appartementen gebouw Prinses Von Wied.
Verbouwing van paviljoen Kinnehin tot appartementen: appartementen gebouw Prinses Von Wied. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Nadat alle hindernissen waren genomen, kon met de romprestauratie en de interne verbouwing worden begonnen.

Behoud van karakter

Cobraspen Vastgoed, ervaren in het (her)ontwikkelen van oude, vaak architectonisch waardevolle gebouwen, heeft in 1996-1997 Kinnehin laten verbouwen tot een appartementencomplex, met respect voor het verleden en behoud van het karakter.

Rijksmonument Vrouwenpaviljoen 3 wordt verbouwd voor reguliere bewoning.
Rijksmonument Vrouwenpaviljoen 3 wordt verbouwd voor reguliere bewoning. Collectie Makelaarbriefje. Toegevoegd.

Het exterieur werd gerestaureerd en het interieur geheel vernieuwd. Uitwendig onderging het gebouw enkele wijzigingen. Zo zijn ten behoeve van de nieuwe functie bescheiden balkons en serres aangebracht. Uit een krantenbericht blijkt dat voor de serres flink strijd geleverd moest worden met Monumentenzorg.

Al in 1976 was een groot gedeelte van de luifels boven de terrassen verwijderd.
Al in 1976 was een groot gedeelte van de luifels boven de terrassen verwijderd.

Architect Ray Kentie: “Men was bang dat het karakter van de buitenkant te veel zou worden aangetast. Met houten latten en plastic hebben we laten zien dat het echt wel kan.” Om het geheel een lichter aanzien te geven zijn de raamindelingen enigszins aangepast. De bestaande kruiskozijnen zijn gehandhaafd. De ramen zijn uitgevoerd in dubbel glas,


Jaarboek 44, pagina 25

maar zonder de oorspronkelijke kleine roede-verdeling. Vanwege de ‘onrustige’ patiënten waren de ruitjes kleiner en bezet met dik glas. ‘In eenige isoleerkamers bedraagt die dikte 18 à 20 millimeter’, zo staat te lezen in het verslag betreffende het gesticht Duin en Bosch over het jaar 1909. De tuinen waren door ongeveer 2,9 meter hoge hekken of schuttingen omgeven. Langs de op het zuidoosten gerichte voorgevel waren overdekte terrassen ‘zoodat de patiënten zoodra ‘t weer dit eenigszins toelaat, van de buitenlucht kunnen genieten.’ Van de luifel boven de terrassen resteert het linkergedeelte. Ook hebben de appartementen openslaande deuren naar terras of balkon.

Duinresidentie Prinses zu Wied.
Duinresidentie Prinses zu Wied.

De appartementen zijn gemiddeld 160 vierkante meter groot. Zeven bevinden zich op de begane grond en de overige vijf op de verdieping. De tot de verbeelding sprekende sfeer van vroeger is gekoppeld aan modern comfort. De ruim opgezette wooneenheden hebben onder andere een royale living, een binnenberging en een moderne keuken. Door de grote hoogte van de benedenverdieping konden bij enkele appartementen entresols worden ingebouwd. De garageboxen zijn in een duinwal weggewerkt, waardoor zij geen afbreuk doen aan het aanzien van het complex. Het Amsterdamse aannemingsbedrijf Schakel en Schrale, gespecialiseerd in restauratiewerk, heeft goed werk afgeleverd.

Prinses Wilhelmina Frederika Anna Elisabeth Marie der Nederlanden, kleindochter van koning Willem I, die later onder de naam prinses Von Wied het landgoed Bakkum erfde.
Prinses Wilhelmina Frederika Anna Elisabeth Marie der Nederlanden, kleindochter van koning Willem I, die later onder de naam prinses zu Wied het landgoed Bakkum erfde.

Wilhelmina Frederika Anna Elisabeth Maria (Marie), Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau (1841-1910) werd geboren op Huize de Paauw te Wassenaar. Zij was een dochter van Louise van Pruisen en prins Frederik, de tweede zoon van koning Willem I. Op 18 juli 1871 huwde zij te Wassenaar met Wilhelm Adolph Maximilian Carl zu Wied (1845-1907), vijfde vorst van Wied. Het paar kreeg zes kinderen. Marie en Wilhelm woonden afwisselend in Duitsland, op het familieslot Neuwied in het Rijnland en op het van haar vader geërfde Huize de Paauw in Wassenaar. Zij hadden in Scheveningen het Paviljoen Von Wied als hun pied-à-terre in Den Haag. Als derde in de lijn van opvolging kon prinses Marie aanspraak maken op de Nederlandse troon. Dat was eind 19e eeuw geen formaliteit, want het Huis Oranje-Nassau dreigde uit te sterven. In de opvolgingskwestie kwam verandering door de geboorte van prinses Wilhelmina. Na het


Jaarboek 44, pagina 26

overlijden van haar vader, prins Frederik, in 1881 ging het totale Bakkumse bezit naar zijn dochter prinses Marie. In 1903 werden haar omvangrijke goederen in Nederland te koop aangeboden, zo ook landgoed Bakkum. De provincie kocht in 1903 eerst ruim 80 hectare voor de bouw van een psychiatrische inrichting. In datzelfde jaar kocht de provincie ook het overige deel van het landgoed. Dat maakt nu deel uit van het Noordhollands Duinreservaat.

Kinnehin als straatnaam

‘Prinses zu Wied-duin’, ‘Prinsesseduin’, ’Prinses Marie-duin’, of toch maar ‘Kinnehin’. Dat waren de vier straatnamen waaruit de gemeentelijke commissie Bestuurszaken en Financiën mocht kiezen voor de toegangsweg naar het appartementencomplex. Deze weg, geprojecteerd vanaf de Zeeweg, moest uiteraard een naam krijgen met een historische lading. Wat dat betreft was het toepasselijk dat de naam zou verwijzen naar prinses Marie zu Wied. De vierde suggestie voor de straatnaam verwijst naar paviljoen Kinnehin, oorspronkelijk een onderdeel van het provinciaal ziekenhuis. Ondanks dat de directeur van Cobraspen, Luigi Prins, de voorkeur had voor de verwijzing naar Prinses zu Wied, werd het toch Kinnehin (een verbastering van Kinheim, Kennemerland).

Volgens de wet heeft een belanghebbende het recht om bezwaar te maken tegen een straatnaam. Dat bezwaar moet worden ingediend bij de partij die tot de naamgeving heeft besloten. Het college van burgemeester en wethouders vond dat Cobraspen geen direct belanghebbende was, maar als projectontwikkelaar slechts een afgeleid belang had. Het bezwaar werd dan ook niet door het college erkend.

Ongerustheid

De bewoners hadden in 1997 nauwelijks hun appartementen betrokken of er ontstond al grote ongerustheid door het gerucht dat maar liefst tweehonderd tbs-veroordeelden in Duin en Bosch opgenomen zouden worden. Tbs-patiënten zijn veroordeelde criminelen die meestal voor zeer zware vergrijpen onder psychiatrische behandeling worden geplaatst. De bewoners van duinresidentie Prinses zu Wied waren vooral bevreesd voor ontsnappingen.

Het verbouwde paviljoen Kinnehin, in 2001 appartementengebouw: Residence Prinses zu Wied.
Het verbouwde paviljoen Kinnehin, in 2001 appartementengebouw: Residence Prinses zu Wied. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De voorzitter van de vereniging van eigenaren schreef een brief aan de directie en vroeg om duidelijkheid. “Zijn het slechts geruchten of gaat plaatsing van dergelijke patiënten daadwerkelijk geschieden?” Het antwoord van de directie vond voorzitter Elders te vaag. “Verklaard wordt dat er op korte termijn geen plannen bestaan, maar dat behandeling op lange termijn niet wordt uitgesloten. Vervolgens stelt de directie min of meer dat


Jaarboek 44, pagina 27

omwonenden er verder niets mee te maken hebben”, aldus Elders. Niet alleen Elders zei over informatie van ingewijden te beschikken, ook raadsleden meldden dat personeelsleden verklaarden dat het ziekenhuis tbs’ers ging behandelen.

Het college van burgemeester en wethouders zei de vereniging toe contact op te nemen met de directie van Duin en Bosch. Directeur ‘t Hooft ontkende dat er in de toekomst tbs-patiënten in het psychiatrisch ziekenhuis zouden worden opgenomen, maar dat dit op lange termijn niet kon worden uitgesloten. Volgens ‘t Hooft bedoelde hij daarmee niet dat opname werd overwogen. “Je kunt gewoon niets uitsluiten”, zegt hij resoluut. “Never say never.” Tbs-patiënten zijn er niet gekomen, maar er zijn wel veel woonhuizen op het ziekenhuisterrein gebouwd, waarin nu brave burgers wonen.

Omdat het gehele terrein niet voor de zorg nodig is, heeft de gemeenteraad op 4 oktober 2012 een nieuw bestemmingsplan aangenomen. Het oostelijk terreingedeelte heeft een woonbestemming gekregen, het monumentale centrumdeel is bestemd voor gemengde functies als werken, wonen en zorg en het westelijk terreingedeelte heeft de zorgbestemming behouden.

Oase van rust

Wonen in Duinresidentie ‘Prinses zu Wied’ betekent wonen in een oase van rust en op aangename afstand van het strand. Het wooncomplex wordt aan het zicht onttrokken door geboomte en het drie hectare grote park rondom het gebouw is volledig omheind. Vanaf de Zeeweg leidt een pad, tussen het atletiekveld en de ijsbaan naar dit woonoord. Bij de ingang kunnen de bewoners met een keycard een rolhek openen.

Artist’s impression van de ligging van duinresidentie Prinses zu Wied.
Artist’s impression van de ligging van duinresidentie Prinses zu Wied.

Polly Neeter is een van de bewoners. Zij komt uit de designwereld. Na twintig jaar bij een groot reclamebureau gewerkt te hebben is ze een eigen designbureau begonnen. “Ik had acht personeelsleden in dienst en werkte onder andere voor de Bijenkorf. Ik heb het bedrijf met een kleinere bezetting tot mijn 69e jaar voortgezet en daarna mijn designactiviteiten geleidelijk afgebouwd.”

Polly is niet de eerste bewoner van haar appartement. Zij is hier in 2003 vanuit Amsterdam komen wonen. “Het was een kwestie van met de auto en de fiets alle omliggende plaatsen vanuit Amsterdam-Zuid te verkennen, goed rondkijken, mensen vragen naar hun ervaringen en voelen wat goed voelt. Uiteindelijk is het Castricum geworden. Het was de stilte, de zee en het strand om hier te willen wonen. Niet om op het strand te gaan liggen, maar om langs de vloedlijn te kunnen lopen. Ik was al vanaf mijn tweede jaar een ‘waterratje’. Ik heb twintig jaar op vele plekken in de wereld aan diepzeeduiken gedaan. Het besluit om in duinresidentie Prinses zu Wied te gaan wonen is het beste wat ik mezelf heb kunnen gunnen.”

Ernst Mooij

Bronnen:

Diverse krantenartikelen:

  • Reflex, personeelsblad van Duin en Bosch, 1993, nummer 6;
  • Reflex, personeelsblad van Duin en Bosch, 1995, nummer 4;
  • Reflex, personeelsblad van Duin en Bosch, 1996, nummer 3.

Met dank aan: Polly Neeter.

Print Friendly, PDF & Email
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties