6 mei 2024

De Papenberg (Jaarboek 45 2022 pg 3-7)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 45, pagina 3

De Papenberg

hoe komt dit speelduin aan zijn naam?

De Papenberg.
De Papenberg.

De Stichting Werkgroep Oud-Castricum en de Stichting Alkmaardermeeromgeving hebben zich twaalf jaar ingespannen om het uitzicht vanaf de Papenberg op Castricum weer terug te krijgen. In de loop van de jaren was de oosthelling van de Papenberg met hoog opgaande bomen begroeid geraakt. Daardoor was het uitzicht op Castricum verdwenen. Er werd contact gezocht met duinbeheerder PWN. Aanvankelijk vond PWN een uitkijktoren geen optie, maar uiteindelijk kwam die er wel in 2021.

Plannen voor een uitzichttoren

Nadat er plannen waren gemaakt om met houtkap weer een zichtlijn op Castricum te creëren, verdwenen die weer van tafel in verband met de Natura-2000 status van het duingebied. Soms werd lange tijd niets meer vernomen en moest opnieuw contact met PWN worden gezocht.

Het ontwerp van de uitkijktoren.
Het ontwerp van de uitkijktoren. Artist impression PWN.

In 2018 werd in het gemeentehuis uitleg gegeven over het natuurontwikkelingsplan aan de voet van de Papenberg en de voorgenomen plaatsing van een uitzichttoren. Een ontwerp van de toren kon toen nog niet worden getoond. Lang werd niets meer over de plannen vernomen, totdat in september 2019 in een lokale krant stond dat de gemeente vergunning had verleend voor de aanleg van een trap/pad.

De 149 treden lange trap op de flank van de Papenberg naar het uitkijkpunt.
Begin maart 2020 is de 149 treden lange trap op de flank van de Papenberg naar het uitkijkpunt gereedgekomen. Foto Ernst Mooij.

Wel een vergunning voor een trap/pad, maar geen nieuws over de uitzichttoren? Daarover vroeg de Stichting Alkmaardermeeromgeving om opheldering. Half november wordt het bericht ontvangen dat de benodigde vergunningen voor de uitkijktoren in de lente/zomer van 2020 zullen worden aangevraagd en dat ernaar wordt gestreefd om de bouw in de winter van 2020-2021 te realiseren. De trap naar het uitzichtpunt is begin maart 2020 gereedgekomen.


Jaarboek 45, pagina 4

Onder leiding van Martijn van Schaijk, projectleider bij PWN, hebben met diverse partijen, waaronder vertegenwoordigers van de gemeente Castricum en het Huis van Hilde, bijeenkomsten plaatsgevonden om gezamenlijk ‘het verhaal van de Papenberg’ uit te werken. Ook het ontwerp van de uitkijktoren werd toen getoond.

Stuifduin

De Castricumse binnenduinrand is door het samenspel van wind, zand en menselijk ingrijpen ontstaan. Om te voorkomen dat het zand vanaf het duin over Castricum zou waaien, werd het stuifzand met helmgras vastgelegd of kwam het zand bij struikgewas tot rust.

Door het ophopen van duinzand ontstond aan de oostkant een steile zandhelling en aan de westkant een meer glooiende helling. Zo is het Papenbergmassief ontstaan, een lange keten van aan elkaar gegroeide duinen.

In de loop van de 19e en 20e eeuw heeft de binnenduinrand van Castricum een heel ander aanzien gekregen. Voor de aanleg van de spoorbaan Alkmaar-Haarlem werd een groot gedeelte van het Papenbergmassief, namelijk de Voorbergen, voor het benodigde zand afgegraven.

De Zanderij in 2006.
De Zanderij in 2006 met op de achtergrond het hoge duin op landgoed Duin en Bosch. Foto Ernst Mooij.

Zo ontstond de Zanderij, het vlakke gebied tussen de spoorbaan en het Noordhollands Duinreservaat. De spoorlijn werd op 1 mei 1867 in gebruik genomen. Ook het met dennenbomen begroeide hoge duin op landgoed Duin en Bosch behoorde tot het Papenbergmassief, maar is door zandafgravingen geïsoleerd komen te liggen.

Het uitzicht vanaf de Papenberg rond 1970.
Het uitzicht vanaf de Papenberg rond 1970. Het opkomend groen zal later het uitzicht belemmeren. Foto Willem-Jan de Koning.

Speelduin en uitzichtpunt

Aan de oostkant van de Papenberg ligt sinds mensenheugenis een zandhelling die al generaties lang een geliefd klim- en speelduin is. Vroeger bood de Papenberg vanaf een hoger gelegen punt een onbelemmerd uitzicht over Castricum en wijde omgeving. Herkenbare punten waren de Grote Kerk van Alkmaar en de zeilboten op het Uitgeestermeer. Het uitzicht naar het westen is altijd vrij gebleven. De oostelijke duinhelling is in de loop van de tijd begroeid geraakt met bomen, waarvan de toppen vele jaren het prachtige uitzicht op het dorp belemmerden.

Generaties lang is de zandhelling van Papenberg een geliefd klim- en speelduin.
Generaties lang is de zandhelling van Papenberg een geliefd klim- en speelduin.

De naam ‘Papenberg’

De herkomst van de naam Papenberg is niet helemaal bekend. Bertus Voets, van 1968 tot 1976 pastoor van de Pancratiusparochie in Castricum, snuffelde in het kerkarchief en kwam een verhaal tegen dat in 1778 was opgesteld door pastoor Bommer. Deze had blijkbaar het verhaal van ‘horen zeggen’, want hij was niet zeker over de juistheid ervan. Het relaas heeft als titel: ‘Hoe in het jaar 1776 de boodschap van Kerstmis werd verkondigd’. Voets publiceerde het verhaal in het Nieuwsblad voor Castricum van 13 januari 1970 onder de titel: ‘De legende van de Papenberg’.

Pastoor Bertus Voets.
Pastoor Bertus Voets.

Pastoor Bertus Voets

De in 1913 in Wognum geboren Bertus Voets was hier in de periode 1968 tot 1976 als pastoor van de Pancratiusparochie aangesteld. Nog nauwelijks in Castricum gevestigd, begon Voets met zijn publicaties in het toen tweemaal per week verschijnende Nieuwsblad voor Castricum, waarbij hij kon putten uit het nu onder zijn beheer gekomen kerkarchief.

In 1969 trad hij toe tot de inmiddels twee jaar bestaande Werkgroep Oud-Castricum. Voets was niet zomaar een stukjesschrijver. We kunnen hem welhaast een beroepshistoricus noemen, want vóór zijn vestiging in Castricum had hij al vele publicaties over historische onderwerpen op zijn naam staan. Hij schreef vooral over de kerkgeschiedenis van gemeenten waarin hij als kapelaan en pastoor werkzaam was. Dat waren voor zijn Castricumse periode onder andere Wormerveer, Alkmaar en Amsterdam.

In 1976 werd hij benoemd tot archivaris van het bisdom Haarlem, wat hem toegang verschafte tot het bisschoppelijk archief en hem inspireerde tot het schrijven van een boek (van niet minder dan 430 pagina’s) over dit bisdom, dat in 1981 verscheen en dat hij zelf zijn belangrijkste werk vond. Hij woonde de laatste jaren van zijn leven in bejaardencentrum Sint Jozef in Alphen aan de Rijn en overleed in 2002.

Het verhaal gaat over ene Jacobus van der Hart, de derde zoon uit een boerengezin uit Tuitjenhorn. Van zijn familie was bekend dat de leden zwaarmoedig waren. Met veel moeite studeerde Van der Hart in Leuven voor het priesterschap. Ondanks dat men hem minder evenwichtig vond, werd hij toch tot de priesterwijdingen toegelaten.

Na enkele kapelaansposten te hebben vervuld, kreeg hij psychische klachten en meende de aartspriester van Holland hem te moeten voordragen voor een rustige parochie in een landelijke omgeving, waar hij wel helemaal op verhaal zou kunnen komen.


Jaarboek 45, pagina 5

Zo werd Van der Hart van 1765-1777 pastoor te Castricum. In het begin leek het wel te gaan, maar hij kreeg na verloop van tijd gewetensbezwaren over de opvatting van zijn taak. Hij ging raad vragen bij een buurtpastoor en zou het volgende hebben gezegd: “Ik ben door de aartspriester benoemd tot pastoor voor heel Castricum. Nu weet ik wel dat de meesten volgzame kerkgangers zijn, maar er zijn er ook die gaan luisteren naar een dominee, een zekere J. van Doorn, die in Heemskerk en Castricum op ‘zijn geus’ staat te preken. Die schapen zijn mij ook toevertrouwd en ik voel mij schuldig als ik me niet tot hen richt.”

De buurtpastoor keek hiervan vreemd op en trachtte pastoor Van der Hart duidelijk te maken dat er nu eenmaal twee afzonderlijke religies waren: De gereformeerde en de katholieke, en dat elke kerk op zijn manier God probeerde te dienen. Pastoor Van der Hart was met dit antwoord niet tevreden en ging met een bezwaard gemoed naar zijn pastorie terug.

De opdracht dat hij aan alle mensen het evangelie moest verkondigen bleef hem achtervolgen. Nu hoorde hij dat dominee Van Doorn in december 1776 ziek was geworden en hoeveel moeite de kerkenraad ook deed, men kon in deze drukke maand geen plaatsvervanger vinden. Pastoor Van der Hart meende dat de Heer hem riep om juist nu de kerstboodschap aan allen in het dorp te verkondigen. Maar hoe kon hij in de protestantse kerk komen? Dat was in die dagen nog taboe.

Sneeuwpret op de Papenberg.
Sneeuwpret op de Papenberg. Castricum, 2011. Foto Bert Westendorp. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Hij bedacht een originele manier. De winter van 1776 was vroeg ingevallen. Het dorp lag onder de sneeuw en jong en oud vermaakte zich op een hoog duin even buiten het dorp. De pastoor ging er de zondag voor Kerstmis in zijn kerkelijk gewaad heen, liep naar de top en riep luid: “Ik kom U een boodschap verkondigen. Spoedig zal het Kerstmis zijn en de Heer zal dan weer mens gaan worden, niet alleen voor katholieken maar ook voor U gereformeerden, als U maar mensen van goede wil bent”.

De mensen wisten van verbazing niets te zeggen. De pastoor leek wel in extase en hij zei tot slot: “Met Kerstmis kom ik terug”. Op de middag van Kerstmis waren velen naar het duin gekomen. Hij begon weer op dezelfde manier te preken, maar de schout (een soort burgemeester) die gewaarschuwd was, leidde hem met zachte hand weg. “De pastoor is ziek”, zo zei hij en in overleg met de aartspriester werd hij in een tehuis in Venray opgenomen. Maar het hoge duin heeft van die tijd af de naam ‘Papenberg’ gekregen.

In die tijd werden met ‘papen’ rooms-katholieken bedoeld. Het woord was van oorsprong een scheldwoord voor de paus. Het is dan ook een verbastering van ‘Papa’, oftewel paus. Niet alleen de paus, maar ook de lokale geestelijke werd dorpspaap, parochiepaap of mispaap genoemd. Later werd het de benaming voor een katholiek in het algemeen.

De slag bij Castricum

Beklom de pastoor de Papenberg met vreedzame bedoelingen, heel anders was dat in 1799. Rond de Papenberg is op 6 oktober 1799 hevig gevochten tussen een Engels-Russisch invasieleger en Frans-Bataafse (Frans-Nederlandse) troepen. Het strijdtoneel van de beslissende slag strekte zich uit tussen Noord-Bakkum en Heemskerk met als concentratiepunt het dorp Castricum.


Jaarboek 45, pagina 6

De Papenberg zal toen als uitzichtpunt van strategisch belang geweest zijn. Vanaf dit hoge duin kon men rondom de troepenbewegingen goed overzien. De duinen waren toen niet bebost en de Papenberg zal hooguit begroeid zijn geweest met wat struikgewas.

De Slag bij Castricum in oktober 1799.
De Slag bij Castricum in oktober 1799. Locatie ergens op de Mient, noordwest van de dorpskerk. Schilder Corrie Bakker. Foto Jacques Schermer. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De beslissende slag bij Castricum werd uiteindelijk gewonnen door de Frans-Bataafse troepen. De invasie, met het doel het stadhouderlijke gezag in Nederland te herstellen, was mislukt. De Franse overheersing zou nog tot eind 1813 duren.

Achter de Papenberg ligt het duinterrein dat ‘de Russenbergen’ wordt genoemd. Het is een verwijzing naar een van de strijdende partijen, waarvoor de slag op een nederlaag uitliep. Met het uitzicht vanaf de Papenberg op de dorpskerk heeft Charles Rochussen de slag bij Castricum verbeeld.

De slag bij Castricum, op 6 oktober 1799.
De slag bij Castricum, op 6 oktober 1799, in beeld gebracht door Charles Rochussen (1814-1894. Collectie Teylersmuseum, Haarlem.

Een andere oorlog

Aan de voet van de Papenberg liggen overblijfselen uit een andere oorlog; delen van de Duitse anti-tankmuur.

De tankmuur.
Overgebleven deel van de tankmuur, onderdeel van de Atlantikwal. Oude Schulpweg in Castricum, 2005. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Eind 1941 besloot de Duitse bezettingsmacht een verdedigingslinie te bouwen langs de Noorse, Deense, Nederlandse, Belgische en Franse kust: de Atlantikwall. In 1942 moesten de meeste inwoners van Castricum hun dorp verlaten. In de kustzone en in het duingebied werden ruim honderd bunkers gebouwd, waaronder geschutsbunkers, munitiebergplaatsen, manschappenverblijven, keukenbunkers en radarinstallaties. Ook langs de toegangswegen verrezen bunkers. Behalve aan de kustzijde moest het duingebied ook aan de landzijde verdedigd kunnen worden.

Ingang bomvrije schuilkelder bij Kijk Uit.
Ingang bomvrije schuilkelder bij Kijk Uit. Helmweg duinen Castricum. De schuilkelder werd in de oorlog door de Gemeente Amsterdam voor opslag van schilderijen uit het Rijksmuseum gebruikt. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Aan de westkant van de spoorlijn werden ruim 260 panden gesloopt om een vrij schootsveld te krijgen en een anti-tankmuur te kunnen bouwen. Aansluitend op de betonnen muur werd tussen Bakkum en Castricum, en verder in het vlakke weidegebied, een diepe anti-tankgracht gegraven. Castricum en Bakkum konden alleen bereikt worden via afsluitbare doorgangen. Het bleek allemaal voor niets: de geallieerde troepen kwamen niet hier maar in Normandië aan land.

Het uitzicht hersteld

Naast de begraafplaats Onderlangs is in maart 2020 de 149 treden lange trap naar het uitkijkpunt Papenberg gereedgekomen. In oktober van dat jaar is de greppel tussen de Papenberg en de sportvelden in Castricum omgevormd tot een meer natuurlijke waterloop met een in de breedte variërende bedding waar het water zijn eigen weg zoekt, ook wel een duinrel genoemd. Met de aanleg van deze duinrel hebben PWN, de gemeente Castricum en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een extra waterberging gecreëerd voor natte tijden, die ook dienst doet als waterbuffer voor droge periodes. Bovendien is het heldere water goed voor verschillende planten en dieren.

In februari 2021 werd eindelijk een verhoogd uitzichtplatform op de Papenberg gebouwd en opengesteld. De onderdelen zijn in een fabriek in Barendrecht gemaakt, daarna in delen naar Castricum getransporteerd en ter plaatse gemonteerd. Door het invallen van het winterse weer kon de klus niet meteen worden afgemaakt.

de nieuwe uitkijktoren op de Papenberg.
Op vrijdag 19 februari 2021 is de nieuwe uitkijktoren van PWN op de Papenberg geopend. Foto Hans Boot.

Jaarboek 45, pagina 7

Bovenop de 32 meter hoge Papenberg konden weldra de eerste bezoekers op een extra hoogte van vijf meter de duinen aan de westzijde en aan de oostzijde van Castricum en het polderlandschap over de boomtoppen heen overzien. Het uitzichtplatform is niet zomaar een constructie, het is een kunstwerk, een ontwerp van adviesbureau Eelerwoude.

Het uitzichtplatform.
Vanaf het vijf meter hoge uitzichtplatform kan aan de oostzijde Castricum en het polderlandschap weer over de boomtoppen heen worden overzien.
Foto Ernst Mooij.

Het buizenframe verwijst naar waterleidingen, maar wat wordt met het platform verbeeld? Stelt het een doorgezaagde boomstam, een golf of een boot voor? Ieder mag dat voor zichzelf invullen.

Na ruim twaalf jaar volharden is het dossier gesloten. Een lang gekoesterde wens is in vervulling gegaan. Met de zandhelling, de duinrel onder aan de voet van de Papenberg, de trap tegen de duinhelling en het artistiek vormgegeven uitzichtplateau is de westrand van Castricum mooier geworden, met veel winst voor natuur, landschap, cultuurhistorie en recreatie.

Ernst Mooij

Bronnen:

  • Diverse krantenartikelen;
  • Eigen archief;
  • Naamlijst der Roomsch Catholijke pastoren en zendelingen, welken in den beginne des Jaars 1818 in Bediening zyn in Negen Aartspriesterdommen der NEDERLANDSCHE ZENDING, Koninklijke Bibliotheek;
  • Website Oud-Castricum (Wim Hespe, Pastoor Bertus Voets).
Print Friendly, PDF & Email
Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties