Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Oud-Castricum.
Jaarboek 47, pagina 40
Castricummers naar de notaris
Wie regelden onze zaken?

Het onderzoek naar notariële akten heeft al heel veel informatie opgeleverd over het bezit van huizen, land en familieverbanden in Castricum. Interessant is de vraag: wat was de aanleiding voor vroegere dorpsbewoners om een bezoek aan de notaris te brengen? Bij welke notaris in Castricum of omgeving kon men terecht en welke ontwikkelingen zijn er in de afgelopen eeuwen te herkennen?
Het notarisambt
Tot 1810 vielen zowel de overdracht van huizen en grond als publieke verkopingen onder de bevoegdheden van schout en schepenen, het plaatselijke bestuur. Voor testamenten, huwelijksvoorwaarden, boedelinventarissen en het vastleggen van getuigenverklaringen, obligaties en procuraties moest men naar een notaris.
Vanaf 1921 is in Castricum permanent een notaris gevestigd. In de eeuwen daarvoor was dat alleen het geval in twee korte perioden van elk ongeveer dertig jaar. Castricummers waren lange tijd aangewezen op notarissen die buiten het dorp, doorgaans in Alkmaar, gevestigd waren.
Vóór 1810 werden de notariële bevoegdheden verleend door de Staten van de Gewesten. De notaris leerde het vak al doende, als klerk bij een gevestigde notaris. Hij deed vervolgens examen bij het gewestelijke Hof van Justitie. Slaagde hij, dan werd de kandidaat na eedaflegging tot het notarisambt toegelaten.
In de Franse tijd werd de Notariswet ingevoerd (1810). Er veranderde veel: het ambt kreeg een wettelijke basis en daardoor meer aanzien. Er was sprake van een publieke benoeming, toezicht en richtlijnen voor werkzaamheden en waarneming.
De notaris werd ambtenaar, benoemd door de Kroon. Hij nam sindsdien taken over van het plaatselijke bestuur, zoals het passeren van transportakten, de eigendomsovergang van onroerend goed en vestiging van hypotheken erop.
Voor openbare verkopingen of veilingen is de notaris aanwezig in een plaatselijke lokaliteit, meestal een café of koffiehuis. Ook voor boedelinventarissen is de notaris op pad.
Na een overlijden worden de bezittingen van de overledene geïnventariseerd. Gereedschappen, kleding, sieraden, vee, onroerend goed, contant geld, schulden, waardepapieren – alles wordt minutieus vastgelegd.
Vanaf 1958 is een universitaire opleiding verplicht. Na een universitaire studie notarieel recht, moet de kandidaat-notaris geduld hebben tot er een standplaats vrij komt. Tot die tijd werkt hij op een notariskantoor, een periode die vaak meer dan tien jaar duurt.
Notarissen in castricum
De eerste Castricumse notariële akte dateert van 1638 en werd opgemaakt door Claes Adriaensz Schoorll. Van ouder datum zijn slechts enkele akten bekend: testamenten die door Castricummers zijn opgesteld bij Alkmaarse notarissen. In 1580 en 1593 bij Lubbrandus Coren, in 1618 bij Huybert van der Lijn en in 1625 bij Jacob van der Gheest.
Claes Adriaensz. Schoorll – 1638 tot 1666
Claes Adriaensz. Schoorll was secretaris van de heerlijkheid Castricum en de eerste notaris. Hij maakte ook enige tijd als schepen deel uit van het dorpsbestuur. Er zijn aanwijzingen dat notaris Schoorll al vóór zijn aanstelling banden had met Castricum. Zo kocht op 14 juni 1612 ene Aerian Cornelisz. Schoorll uit Schooten bij Haarlem een stuk land ‘Luttickeven’ in Castricum. Aerian was waarschijnlijk de vader van Claes.
Zijn eerste akte passeerde hij in 1638. In dat jaar was Schoorll ook betrokken bij een conflict tussen het kerkbestuur en de Heer van Assendelft, ambachtsheer van Castricum. Het betrof een mogelijk vertrek van de predikant van Castricum, die was aangesteld door de Heer van Assendelft.
De laatste akte van notaris Schoorll dateert van 27 juni 1666. Er zijn 147 akten van hem bewaard gebleven. In de periode na Schoorll, van 1666 tot 1778, werden akten betreffende Castricum gepasseerd in Alkmaar. In deze periode zijn door 38 Alkmaarse notarissen in totaal 346 akten opgesteld met een link naar Castricum.
Jaarboek 47, pagina 41
Buiten Alkmaar kon men ook naar notaris Willem van Gerrevink in Egmond. In de periode 1707-1737 zijn er 42 Castricumse akten van zijn hand. Pas met de benoeming van Joachim Nuhout van der Veen, op 13 november 1777, kon men weer in Castricum terecht.

Joachim Nuhout van der Veen, notaris in Castricum van 1777 tot 1811
Joachim Nuhout van der Veen (1756-1833) werd geboren in Amsterdam. Joachim studeerde in Leiden en werd in 1776 bevorderd tot doctor in de rechten. Een jaar later, op 13 november 1777, volgde zijn benoeming tot notaris en secretaris van Castricum en Bakkum.

In 1780 werd hij door mr. Joan Geelvinck, de ambachtsheer van Castricum en Bakkum, aangesteld tot schout van de heerlijkheid Castricum en tot baljuw en schout van de vrije heerlijkheid Bakkum. In 1778 trouwde Joachim met Elisabeth Fabritius van Alkmaar. In 1779 werd hun enig kind geboren: Jacob. Het gezin woonde aanvankelijk in het ‘Knophuis’, een nog bestaande hoeve aan de Overtoom. Later ging het naar het dubbele herenhuis ‘Kerkzicht’ aan de Dorpsstraat.

Nuhout van der Veen was vurig aanhanger van de patriottische – proFranse – partij en als zodanig was hij vanaf 1796 lid van de Nationale Vergadering, waarvan hij ook als voorzitter optrad. Hij werd benoemd tot dijkgraaf van de Hondsbossche en Duinen te Petten. Voor het notarisambt bleef er weinig tijd over. Tijdens zijn notariaat passeerde hij gemiddeld vijf akten per jaar die met Castricum te maken hadden. Dit mede dankzij zijn zoon Jacob, die in 1802 tot notaris werd aangesteld en akten van zijn vader overnam.
Een voorbeeld van een akte die door Joachim werd gepasseerd, is de ‘Staat en inventaris van alle zodanige goederen, effecten en schulden’ die in 1798 werd opgemaakt van de bezittingen van de erflater Zijtje Rechtop, waarin onder meer beschreven worden de voorwerpen die zich in elk vertrek bevonden in de boerderij aan de Breedeweg (zie 40e Jaarboek, bladzijde 61-63). Joachim Nuhout van der Veen vertrok naar Alkmaar nadat hij daar op 13 augustus 1811 was aangesteld als president van de rechtbank.
Jacob Nuhout van der Veen, notaris in Castricum van 1802 tot 1811
De reeds genoemde Jacob Nuhout van der Veen (1779-1837), de zoon van Joachim, werd geboren in Castricum en studeerde vanaf 1798 in Leiden. Hij promoveerde in 1802 tot doctor in de rechten en werd op 12 mei van dat jaar aangesteld tot notaris in Castricum. Jacob trouwde in 1810 met Catharina Barbara Druijvestein van Alkmaar. Zij kregen twee kinderen.
Jaarboek 47, pagina 42

Jacob Nuhout van der Veen bleef net als zijn vader tot 1811 notaris in Castricum en werd op 12 december 1811 tot notaris te Alkmaar benoemd, waar hij in de Langestraat een praktijk begon. Jacob overleed in 1837. Van 1812 tot 1921 had Castricum geen eigen notaris.
Notarissen sinds 1921
De standplaats voor een notaris was vanaf 1921 bezet. Hieronder de opeenvolgende notarissen van 1921 tot heden.
Joannes Engelbertus Heenk
Joannes Engelbertus Heenk werd in 1871 geboren in Woubrugge. Hij trouwde in 1906 met Aaltje Blokker uit Midwoud en was achtereenvolgens notaris in Uitgeest, Castricum en Purmerend. Hij overleed in 1951 in Haarlem.
In 1920 deed notaris Heenk het verzoek aan het gemeentebestuur van Castricum om zijn notarisstandplaats te verplaatsen van Uitgeest naar Castricum, maar toen hij er niet in slaagde zijn Uitgeester woning te verkopen, trok hij dat verzoek weer in. Het gemeentebestuur van Castricum wilde echter per se een notaris in de gemeente. Er werd een oplossing gevonden door onder Heenks naam in Castricum een notariskantoor te openen, dat door kandidaat-notaris Jacobus Petrus Stuyt werd betrokken. Vanaf 4 april 1921 huurde Heenk een ruimte in het nieuw gebouwde Bondshotel op de hoek Dorpsstraat en de Burgemeester Mooijstraat.
Vanaf mei 1921 werden de notariële akten gepasseerd door kandidaat-notaris Stuyt met in elke akte de vermelding: ‘verschenen voor mij, Jacobus Petrus Stuyt, kandidaat-notaris te Castricum, als plaatsvervanger voor notaris Joannes Engelbertus Heenk.’
Op 2 mei 1924 vertrok Heenk naar Purmerend. Stuyt werd vervolgens bij Koninklijk Besluit op 17 september 1924 benoemd tot notaris van Castricum.
Jacobus Petrus Stuyt
Jacobus Petrus Stuyt, geboren in Purmerend in 1880, trouwde in 1916 met Engelina Joanna Maria van den Brink uit Laren. Het echtpaar kreeg vijf kinderen.

Jaarboek 47, pagina 43
Jacobus Stuyt was de jongste broer van Jan (Johannes) Stuyt, de architect van (onder meer) de Pancratiuskerk en het voormalige raadhuis aan de Dorpsstraat.
Stuyt verhuisde met zijn gezin in maart 1923 van Alkmaar naar Castricum en ging wonen aan het dubbele woonhuis Dorpsstraat 1. De noordelijke helft van dit pand werd zijn woonhuis (1), de zuidelijke helft zijn notariskantoor (1a).

Jacob Stuyt overleed op 14 januari 1938. Zijn werkzaamheden werden waargenomen door kandidaat-notaris Willem Sikke Wijnands, tot de komst van notaris Van Cranenburgh.

Henricus Aloysius Alphonsus Maria van Cranenburgh

Notaris Henricus Aloysius Alphonsus Maria van Cranenburgh, geboren in Leiden in 1889, trouwde in 1925 met Maria Cornelia Agatha Schretlen van Oegstgeest; zij kregen vier kinderen.

Van Cranenburgh werd in 1938 benoemd tot notaris van Castricum. Hij woonde eerst aan de Stationsweg 9, tijdens de oorlogsjaren op het adres Pernéstraat 75 en vanaf 1946 in het herenhuis Hermana State aan de Dorpsstraat 76. Een deel van het huis werd gebruikt als notariskantoor. Van Cranenburgh overleed in 1960.

Jaarboek 47, pagina 44
De vaste medewerkers als ‘kantoorbediende of notarisklerk’ van notaris Van Cranenburgh en daarna van zijn opvolger Westen, waren Jacobus Johannes Dam alias Korsdam en Johanna Louter. Zij zijn vaak getuigen of gevolmachtigden namens een of meer personen uit de akte. In de vele honderden notariële akten waarin Dam een rol speelt, wordt expliciet vermeld: “Jacobus Johannes Dam, zich noemende en schrijvende Korsdam.”
Notarisklerk Jacobus Johannes Dam (1899-1986) woonde in het pand Geelvinckstraat 5 en trouwde in 1928 met Maria Anna Bonarius. Zij kregen zes kinderen. Notarisklerk Johanna (Jo) Louter (1903-1994), dochter van wethouder Gerrit Louter, was ongehuwd en woonde in het ouderlijk huis, op Dorpsstraat 92.
Hermannus Gerhardus Westen
Hermannus Gerhardus Westen (1902-1990), geboren in Emmen, was eerst kandidaat-notaris in Eindhoven, daarna in Groote broek en vanaf 1946 in Castricum, bij notaris Van Cranenburgh.
Hij was vanaf 1950 notaris in Schoorldam en kwam in 1960 naar Castricum als opvolger van notaris Van Cranenburgh. Westen trouwde in 1937 met Maria Johanna Josephine Gerarda Wortelboer, geboren in Oude Pekela. Zij hadden twee kinderen.

Notaris Westen kocht in 1960 het dubbele woonhuis Koningin Wilhelminalaan 13 en 15. Op nummer 13 woonde het gezin en op nummer 15 was het notariskantoor.
Jan van Zanten

Notaris Jan van Zanten (1924-2019), geboren in Bussum, woonde vanaf 1972 in Castricum, eerst aan de Orchideelaan, van af 1994 aan de Mozartlaan en tenslotte in De Boogaert. Hij trouwde in 1955 met Anna Ingeborg Saarberg uit Dresden (Duitsland). Zij kregen drie kinderen. Ook hij hield kantoor op Koningin Wilhelminalaan 13.

Notarissen in Castricum:
1638-1666 Claes Adriaensz Schoorll
1778-1811 Joachim Nuhout van der Veen
1802-1811 Jacob Nuhout van der Veen
1921-1924 Joannes Engelbertus Heenk
1924-1938 Jacobus Petrus Stuyt
1938-1960 Henricus Aloysius Alphonsus Maria van Cranenburgh
1960-1972 Hermannus Gerardus Westen
1972-1991 Jan van Zanten
1991-2005 Dirk Jan Warmolt Kuiper
2005-2018 Sijbrand Michiel Feikema
2003–nu Gerrit Willem van Duin (op de tweede notarisplaats in Castricum)
2018–nu Sandhia Jankipersad
2018–nu Jakob Roelf Heldring (op de derde notarisplaats in Castricum)
Notariskantoor Koningin Wilhelminalaan 13 en 15
Notaris Westen kocht in 1960 het dubbele woonhuis aan de Koningin Wilhelminalaan nummers 13 en 15. Dit pand is tot op heden in gebruik als notariskantoor. Na Hermannus Westen werkten ook de notarissen Van Zanten, Kuiper en Feikema vanuit dit kantoor.
Na het vertrek van notaris Feikema werd het kantoor in 2018 voortgezet door de notarissen mr. C.S. (Sandhia) Jankipersad en mr. J.R (Jakob) Heldring, onder de naam HJ Notariaat.
Slotwoord
De notarissen die in dit artikel de revue passeerden en hier tot en met de vorige eeuw hun kantoor hadden, vertegenwoordigden een ambt dat na de invoering van de notariswet van 1999 aanzienlijk is veranderd. De notaris van nu is ondernemer geworden. Voor een benoeming moet hij een ondernemingsplan overleggen, er gelden vrije tarieven en er is dus concurrentie. Door een vergaande digitalisering gaat mogelijk de papieren notariële akte in de toekomst verdwijnen. Een bezoek aan de notaris wordt een andere beleving.
Simon Zuurbier
Bronnen:
- Notariële archieven in de regionale archieven van Alkmaar, Haarlem en Hoorn.
- Heersink, W., Impressies uit het notariële archief, Historisch Magazine voor Noord-Holland, nummer 3, 1994.
- Jong, Dr. Ron de, Tussen ambt en vrij beroep, het notariaat tussen 1842 en 1999, Amsterdam, 2002
Jaarboek 47, pagina 45

