14 mei 2024

Achter de voordeur van Lies Vink (Jaarboek 45 2022 pg 23-28)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 45, pagina 23

Achter de voordeur van Lies Vink

Castricumse sluit Nepalese kinderen in haar hart

Lies Vink.
Lies Vink.

In deze rubriek wordt het leven beschreven van oudere Castricummers of Bakkummers die veel hebben betekend voor de maatschappij.

Deze keer het interessante verhaal over de onvermoeibare Lies Vink. Zij richtte in Nepal twee tehuizen op voor de opvang van straatkinderen uit Kathmandu.

Ondanks dat Lies de tachtig al is gepasseerd, is zij nog niet van plan om haar missie op te geven.

Elizabeth Martje Vink werd op 11 juli 1941 in Haarlem geboren als oudste dochter van Henk Vink en Grietje Spoelstra. Het gezin telde verder twee zoons en nog twee dochters.

Lies vertelt: “Mijn moeder was een Friezin. Vader kwam uit Amsterdam en was loodgieter. Toen hij rond 1930 werkloos raakte, kreeg hij werk in Friesland bij de bouw van de Afsluitdijk. Hij ging op kamers in het gehucht Snakkerburen in de gemeente Leeuwarden. Aan de overkant woonde mijn moeder bij haar ouders en zo leerden zij elkaar kennen. Ze trouwden in 1938 in Haarlem, maar voor dit werd toegestaan moest Grietje toetreden tot het katholicisme. Bovendien mocht het huwelijk niet in de kerk, maar in de sacristie worden voltrokken. Grietje ging in de leer bij twee dames die vanuit de kerk werden toegewezen. Wij noemden ze tante Cor en tante Bep, die bij ons thuis bleven komen en altijd leuke dingen met ons deden en ons verwenden met feestdagen. Mijn moeder werd overigens overtuigend katholiek.”

Hongerwinter

Henk en Grietje vestigden zich snel na hun trouwen ook in Haarlem, nadat Henk een baan kreeg als gascontroleur bij de Hoogovens. De oorlogstijd heeft echter ook voor dit gezin diepe sporen nagelaten:

“Mijn moeder moest tussen de geweerschoten van de Duitsers door om melk te halen voor mijn broertje Henk die net was geboren. Op een avond zaagde mijn vader met buren een boom door voor de kachel, om voor wat warmte voor het gezin te zorgen. Hij werd gesnapt door de Duitsers en direct afgevoerd naar een werkkamp in Vught. Daar wist hij te ontsnappen en, je gelooft het of niet, hij kwam op zijn sokken weer thuis.

De kinderen Vink.
De kinderen Vink. Van links naar rechts Lies, Julia, Joop, Greet en Henk.

Het werd tijd om te vluchten en in de Hongerwinter werd besloten om naar mijn opa en oma in Friesland te gaan om op krachten te komen. Dat gebeurde per bakfiets. Onderweg passeerden we verschillende Duitse controles, maar we mochten steeds door. Ondanks dat ik heel klein was, vond ik de sfeer doodeng. Gelukkig konden we als vluchtelingen (want dat waren we) onderweg bij boeren in de schuur slapen. Er was een boer die mij wel wilde ruilen voor een varkentje, maar mijn moeder zei: ‘voor geen goud’ en ze heeft me daarna niet meer losgelaten!”

Lies in  1951.
Lies in 1951.

Jaarboek 45, pagina 24

Werk en hobby’s

Vlak na de oorlog keerde het gezin weer terug naar Haarlem.

Ik ging eerst naar een combinatieklas van kleuters en eerste klassers. In 1950 verhuisden we naar Velsen-Noord. Na de lagere school heb ik van 1953 tot 1956 de klassen zeven, acht en negen van het voortgezet onderwijs doorlopen. Daarna wilde ik graag werken aan een toekomst en via mijn Bakkumse vriendin Greet Hoebe kon ik aan de slag in kinderhuis ‘De Voorzienigheid’ in Driehuis. Dat was een betaalde baan en ik zorgde daar voor twintig kinderen die wees waren of waarvan de ouders de ouderlijke macht was ontzegd. Ik vond het erg fijn om deze kinderen en hun ontwikkeling te mogen begeleiden”, aldus Lies.

Het damesteam van DEM.
Het damesteam van DEM eind jaren (negentien) vijftig. Lies staat geheel rechts.

Naast haar werk vond Lies ook tijd voor een aantal hobby’s: “Ik heb veel plezier beleefd als leidster bij de scouting in mijn woonplaats en ook in Beverwijk. Daar heb ik de scouting voor zo’n honderdvijftig kinderen opgezet. Daarnaast trok sporten mij aan en werd ik lid van atletiekvereniging DEM in Beverwijk. Met het damesteam ben ik eind jaren (negentien) vijftig in de zevenkamp Nederlands Kampioen geworden. Mijn specialiteiten waren kogelstoten en discuswerpen. Ook begeleidden we een aantal jongens uit Castricum, waaronder Hans de Wit en Ed Huitenga, die hier een atletiekclub wilden oprichten. Dat is later ook gelukt. Verder was ik enige jaren vrijwilligster in het hospice van Beverwijk om mensen te begeleiden in hun laatste levensfase.”

Castricum

Rond 1961 leerde Lies Gerard Jonker kennen: “Dat was op een feestje bij de familie Heijne in Bakkum. De dochters Alie en Nel zaten namelijk ook in mijn atletiekteam en zodoende werd ik ook uitgenodigd. Gerard was een echte Bakkummer en een van de veertien kinderen van het bekende slagersgezin aan de Bakkummerstraat.

Het gezin Jonker.
Het gezin Jonker eind jaren (negentien) tachtig. Van links naar rechts Gerard, Lies, Robert, Anja en Natalie.

Wij trouwden in 1966 in Velsen-Noord en gingen in de Jan Hobergstraat in Castricum wonen. Daar werden onze drie kinderen Robert (1966), Anja (1967) en Nathalie (1970) geboren. Het huwelijk hield uiteindelijk na dertig jaar geen stand meer. In 1976 zijn we verhuisd naar de Breedeweg en ben ik opnieuw gaan werken. Ik werd activiteitenbegeleidster in het psychiatrisch ziekenhuis Duin en Bosch en dat heb ik vijfentwintig jaar met veel passie gedaan.

Ondertussen volgde ik nog een opleiding creatieve handvaardigheid. Ook pakte ik het sporten weer op en ben met mijn schoonzus Thea Jonker op volleybal gegaan. Later ben ik ook gaan tennissen bij TVC. Dat heeft er ook toe geleid dat ik in 1991 samen met Robert Houtman voor het eerst een tennistoernooi voor personeelsleden van Duin en Bosch organiseerde. Eind jaren (negentien) negentig ben ik verhuisd naar de Ambassadeur Flat aan de Smeetslaan, waar ik nog met veel plezier woon. In de loop der jaren bouwde ik een vaste vriendinnengroep op die heel veel voor mij betekende.”


Jaarboek 45, pagina 25

Straatkinderen

Na haar pensioen wilde Lies wat meer van de wereld zien en zocht het avontuur op:

“In juni 1999 ben ik gestart met een wandeltocht vanaf hier naar Santiago de Compostela, die eindigde op 28 november van dat jaar. Het betekende heel veel lopen en afzien, maar je komt wel op die manier bij jezelf. Je ervaart de natuur en de stilte en schoonheid daarvan weer opnieuw. Je bent ook alleen, dus je wordt op jezelf teruggeworpen.”

Deel van het stempelpaspoort van de pelgrimstocht van Lies naar Santiago de Compostela.
Deel van het stempelpaspoort van de pelgrimstocht van Lies naar Santiago de Compostela in 1999.

Lies vervolgt haar verhaal: “Vanaf 2000 ben ik gaan reizen naar India en Nepal en ontmoette Moeder Theresa. In Kathmandu, de hoofdstad van Nepal, zag ik heel jonge kinderen op straat slapen, mishandeld worden door de politie en ook sterven. Dit raakte mijn hart en ik besloot intuïtief om iets voor deze kinderen te gaan doen.

Ik kreeg de mogelijkheid om als vrijwilligster in het kinderhuis ‘Shangrila Home’ voor straatkinderen te gaan werken. Al snel liep dit tehuis vol en er waren nog veel meer kinderen op straat die hulp nodig hadden. Dat zette mij aan het denken over de oprichting van een huis waar kinderen veilig kunnen opgroeien. Hoe doe je dat dan?

Mijn sterkste punt was wandelen, dus het idee was snel geboren: een lange afstandswandeling maken en je laten sponsoren. Het werd 2200 kilometer lopen van Castricum naar het bedevaartsoord Assisi in Italië, waarmee ik op 6 mei 2001 startte. Ik kreeg enorm veel bijval en voordat ik startte waren er al een paar duizend gulden gestort. De opbrengsten waren bestemd voor de realisatie van een schooltje waar de straatkinderen een beroep zouden kunnen leren. De voettocht kende wel de nodige hindernissen, want ik moest uit Luxemburg terug naar Nederland, omdat ik mijn enkel blesseerde en later toen mijn moeder op sterven lag.

Lies met een groep kinderen die hun schooldiploma hebben gehaald.
Lies met een groep kinderen die hun schooldiploma hebben gehaald.

Na deze wandeltocht keerde ik regelmatig twee keer per jaar terug naar Nepal. In 2008 huurde ik een huis dat deze naam ‘Marinka Home’ kreeg. Binnen een paar dagen waren zes jongens, vervuild en onder de luizen en zonder enig bezit, onze eerste bewoners. Na een wasbeurt, schone kleding, aandacht en warm eten, veranderden ze in leuke schone boefjes, die weliswaar hasj op zak hadden en alles pikten wat los en vast zat. Maar ze kwamen elke dag weer thuis bij ons. We boden ze aan om naar school te gaan. Het was ongelofelijk, maar ze gingen en bleven.”

Groei

In 2011 richtte Lies een tweede tehuis op onder de naam ‘Tiom Laura Home’: “Toen heb ik ook de Stichting Straatkinderen van Kathmandu opgericht en werd daarvan voorzitter. Door een aardbeving zijn beide huizen in 2015 verwoest. Gelukkig konden de kinderen en personeelsleden tijdelijk worden opgevangen in andere huizen en was er een rijke Nepalees bereid om een nieuw huis te bouwen. Dat werd onder de naam ‘Tiom-Laura Marinka Home’ in mei 2017 feestelijk geopend.

Het nieuwe Tiom-Laura Marinka Home.
Het nieuwe Tiom-Laura Marinka Home dat in mei 2017 werd geopend.

Jaarboek 45, pagina 26

Op dit moment wonen daar zo’n tachtig kinderen, van klein tot groot, dus we zijn behoorlijk gegroeid in het aantal kinderen. Ze krijgen allemaal de mogelijkheid tot studeren en zo rond hun negentiende jaar moeten ze voor zichzelf kunnen zorgen.”

Excursies

In de loop der jaren ontmoette Lies veel mensen in Nepal, waar ze een goede band mee opbouwde: “In de eerste plaats betreft dat de personeelsleden, waarmee voortdurend contact werd onderhouden. Dat is met name Temba Sherpa, die vanaf het begin de algehele leiding heeft over de huizen. Ook ben ik bevriend geraakt met Martine Kok, die vroeger in Castricum woonde. Zij begon met haar Nepalese man Lobsang een guesthouse in Kathmandu. Ik overnachtte daar regelmatig en bracht er ook veel groepen onder die ik begeleidde tijdens trekkingen. Daarvoor zette ik ook vaak dezelfde gidsen in, zoals Durga die hoog in de bergen in een heel primitief huisje woont. Je kon daar vroeger niet met een vervoermiddel komen, dus hij moest eerst de lange tocht naar beneden afleggen om zich bij ons te voegen. Dat deed hij op slippers! Naast de zware trekkings organiseerde ik ook excursies langs hoogtepunten als de Stupa, een boeddhistisch bouwwerk, het paleis van de koning en het natuurgebied Chitwan.”

Een trekking met in het midden Temba, de jarenlange trouwe medewerker van Lies.
Een trekking met in het midden Temba, de jarenlange trouwe medewerker van Lies. Rechts de Castricumse huisarts Paul Buitenhuis, die medische diensten verrichtte voor de straatkinderen.

Steun

Omdat het takenpakket van Lies in de loop der jaren steeds groter werd, was ze blij met het aanbod van de Castricumse Gerda Oosting (1956) om assistentie te verlenen. Gerda vertelt: “Ik ben sinds 2010 vicevoorzitter van de stichting en ga zelf twee keer per jaar naar Nepal als corona geen roet in het eten gooit. Samen met het personeel doen we het onderhoud binnen in het kinderhuis. Ook zorgen wij in de zomer en winter voor voldoende kleding voor de kinderen. En we praten veel met ze over de toekomst, school, verliefdheid, enzovoort. Lies en ik hebben ook veel op markten gestaan, waar we spullen verkochten die in Nepal vervaardigd zijn, zoals tasjes, sjaals en sloffen. Ik knipte ook haren voor het goede doel en zo kon ik mijn vroegere beroep van kapster nog uitoefenen. Het werken voor de stichting is een groot deel van mijn leven geworden, wat ik nog vele jaren hoop te blijven doen.”

Lies beaamt de grote steun van haar rechterhand Gerda en voegt daaraan toe: “Zij behoort nu tot ons werkteam, evenals Ger en José Foeken en onze penningmeester Niek Rijs.”

Rijs zegt op de website over de stichting: “Door de jaren heen heeft Straatkinderen van Kathmandu getoond een inspirerende en goed lopende stichting te zijn, die de gestelde doelen ook realiseert. Er is geen beloningsbeleid, want alle werkzaamheden worden vanuit liefde voor de organisatie en de kinderen verricht.”

Naast de hiervoor genoemde markten hebben Lies en Gerda, maar ook trouwe supporters, veel energie gestoken in allerlei acties om geld in te zamelen voor de straatkinderen. Lies: “We hielden jarenlang een ‘Nepaldag’ in het Jac. P. Thijsse College die altijd goed werd bezocht en mooie opbrengsten opleverde. Ook hielden we zangbijeenkomsten voor het goede doel.


Jaarboek 45, pagina 27

Ik noem ook de wandeldag die Barbara van de Velde en Elles Lips in september 2011 organiseerden voor het creëren van een ‘ziektekostenpot’. Verder stelde Hans Balk in 2013 een prachtig boek samen dat bestaat uit foto’s die hij tijdens een bezoek aan onze kinderhuizen had gemaakt en waarvan de baten ook deels voor ons waren.”

De ‘Nepal wandeldag’ in september 2011.
De ‘Nepal wandeldag’ in september 2011 voor een ‘ziektekostenpot’. Foto Hans Boot.

Lies gaat verder: “De talloze giften van instellingen en verenigingen mogen ook zeker niet worden vergeten. Zo ontvingen we cheques van de Uitgeester kringloopwinkel de ‘Tweede Ronde’ en de Wereldwinkel, waren er tweedehands boeken- en speelgoedmarkten bij Muttathara en schonk Vitesse ’22 ons trainingspakken. Ik wil nog even benadrukken dat de stichting dankzij onze vaste sponsors en een goed financieel beheer gezond blijft en zich ook in minder economische tijden staande houdt. Ook de deelnemers aan onze kindsponsoring zijn we veel dank verschuldigd.”

Castricumse vriendinnen tijdens een trekking in 2016 met op de achtergrond de Mount Everest.
Castricumse vriendinnen tijdens een trekking in 2016 met op de achtergrond de Mount Everest. Van links naar rechts Gerda Oosting, Margreet van de Maas, Marjolein Kaandorp en Lies.

Steun vond er ook plaats in de vorm van medische hulp van de Castricumse huisarts Paul Buitenhuis. Hij bezocht in 2013 twee weken lang de kinderhuizen van Lies om alle kinderen te onderzoeken en een apotheek voor beide huizen op te zetten.

De arts vertelde daarover in het Zondag Ochtendblad van 16 februari 2014: ,,Ik kwam van alles tegen, dat varieerde van chronisch ontstoken oren en luchtwegafwijkingen tot veel problemen met groeiachterstand. Mede dankzij apotheek Geesterduin hebben we veel antibiotica en geneesmiddelen mee kunnen nemen en is het gelukt om een apotheekplan voor beide tehuizen uit te voeren.”


Jaarboek 45, pagina 28

Lintje

De afgelopen jaren ging ook bij Lies de leeftijd meer en meer een rol spelen en ondervond zij enige lichamelijke ongemakken. De beperkingen door de coronapandemie hadden ook tot gevolg dat zij maandenlang niet naar Nepal kon afreizen.

Lies met haar kleinkinderen Laura, Stijn en Floor in 2012 bij de Stupa in Kathmandu.
Lies met haar kleinkinderen Laura, Stijn en Floor in 2012 bij de Stupa in Kathmandu.

Toch houdt ze de moed erin: ,,Inmiddels ben ik er zo’n veertig keer naartoe gevlogen. Zodra het weer verantwoord is pak ik mijn koffers, want ik mis de kinderen enorm. Tot dat moment geniet ik wel extra van mijn eigen negen kleinkinderen. Zij mochten vanaf hun tiende jaar een keer met mij mee naar Nepal, maar dat heeft inmiddels helaas ook al twee jaar stil gelegen. Ondertussen is er een uittocht begonnen van de kinderen die van jongs af aan in onze tehuizen zijn opgevangen. De oudsten zijn met een opleiding bezig om op eigen benen te kunnen staan. Daarnaast studeren sommigen aan de universiteit. Er zijn er ook die al getrouwd zijn en een kindje hebben.”

De missie van de vrouw die op 6 mei 2009 Koninklijk werd onderscheiden voor haar grote verdiensten, is dus nog niet ten einde en daarom wil ze ook laten weten: “Dat lintje heb ik op prijs gesteld hoor, maar het belangrijkste is dat ik alles uit liefde heb gedaan. Zolang mijn gezondheid het toelaat, blijf ik mij ook voor de stichting inzetten.”

Felicitaties van burgemeester Emmens-Knol (rechts) met de Koninklijke onderscheiding van Lies in 2009.
Felicitaties van burgemeester Emmens-Knol (rechts) met de Koninklijke onderscheiding van Lies in 2009.

Voordat de voordeur zich achter Lies sluit, neemt ze afscheid met de Nepalese groet ‘Namasté’, oftewel: “Het licht in mij groet het licht in jou”. Het typeert de bescheidenheid van een 81-jarige Castricumse, die zoveel kansloze kinderen een toekomst bezorgde.

Hans Boot

Bronnen:

Met dank aan: Lies Vink, Anja Jonker, Robert Jonker en Gerda Oosting.

Print Friendly, PDF & Email
Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties