12 februari 2024

Castricum en Bakkum 1922, de gebeurtenissen (Jaarboek 46 2023 pg 90-93)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 46, pagina 90

Castricum en Bakkum 1922, de gebeurtenissen

Voorbereidende werkzaamheden voor de bestrating van de onverharde Zeeweg.
Voorbereidende werkzaamheden voor de bestrating van de onverharde Zeeweg. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In het jaar 1922 is er een hoge werkloosheid en veel armoede. Van overheidswege worden ter bestrijding van de werkloosheid subsidies verstrekt bij uitvoering van werkgelegenheidsprojecten. Zo worden verschillende activiteiten gestart in het kader van de werkverschaffing.

Voorbereidingen worden getroffen voor de verbetering van de doorgaande weg langs de duinen tussen Castricum en Den Helder. Ook worden plannen uitgewerkt om binnen de gemeente de onverharde weg naar zee vanaf de overgang Heereweg – Van Oldenbarneveldweg tot aan het strand te bestraten.

Een massale oproep van de inwoners is gericht aan het gemeentebestuur om de Schulpvaart te laten uitbaggeren en verdiepen. Door de slechte toestand van de Schulpvaart kunnen de schippers maar halve vrachten vervoeren met hogere kostprijzen en vertraging tot gevolg.

De gebeurtenissen in Castricum van honderd jaar geleden zijn vooral ontleend aan de gemeenteraadsnotulen, de inkomende en uitgaande stukken van de gemeente Castricum, dossiers in het gemeentearchief, de provinciale bladen, de registers van de burgerlijke stand et cetera.

1 januari 1922

Het gemeentebestuur bestaat uit burgemeester Lommen, de wethouders Pieter Kuijs en Cornelis Spaansen en de raadsleden Gerrit Kuijs, Geert Middelveld, Hendrik Schipper, Pieter Twisk en Hendrikus Johannes Zandbergen. Nicolaas Aloysius van Lunen is de gemeentesecretaris en Bernardus Anthonius Res de gemeenteontvanger. Het presentiegeld voor het bijwonen van de raadsvergadering is bepaald op drie gulden.

Castricum telt op 1 januari 1922 4.639 inwoners. Dit aantal is op 31 december toegenomen tot 4.761. In de gemeente worden er in dit jaar 140 kinderen geboren, er overlijden 152 inwoners en er worden 17 huwelijken gesloten. Er vestigen zich in 1922 in de gemeente 455 personen en er vertrekken er 321.

25 januari 1922

Er zijn plannen voor de verbetering van de verkeersweg langs de duinstreek van Castricum tot Den Helder. Bij een mogelijke uitvoering kan gebruik worden gemaakt van de Provinciale subsidie tot bestrijding van de werkloosheid.

Vergadering in Schoorl met deelname van de betrokken gemeenten: Den Helder, Callantsoog, Zijpe, Petten, Schoorl, Bergen, Egmond-Binnen en Castricum.

Een comité wordt gevormd met per gemeente een vertegenwoordiger. Voor Castricum is dat burgemeester Lommen, die tevens voorzitter wordt van het gevormde comité.

15 februari 1922

Een oproep van alle neringdoenden in Castricum aan het gemeentebestuur om de Schulpvaart vanaf het Schulpstet uit te baggeren en te verdiepen. Zij stellen dat door de steeds stijgende spoorvrachttarieven de kosten van aan- en afvoer van handelsartikelen een abnormale hoogte hebben bereikt en nog zullen stijgen, zodat wij geen concurrentie kunnen aanbieden. De oproep wordt ondertekend door meer dan zeventig neringdoenden, winkeliers, et cetera.

De Schulpvaart (Grote Bocht) gezien vanaf de Zeeweg.
De Schulpvaart (Grote Bocht) gezien vanaf de Zeeweg. Pentekening Nico Lute uit de Kijk-Uit kalender van 2000. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De vaart verkeert in een toestand dat er bij gewone waterstand hoogstens 6 ton per schuit door vervoerd kan worden, terwijl bij een verdieping overeenkomstig de bestaande schutsluis in Akersloot, dit zeker 10 á 12 ton wordt.

Binnen enkele dagen wordt ook van alle schelpenvissers eenzelfde oproep door het gemeentebestuur ontvangen. Zij stellen dat hun bedrijf schade lijdt door de slechte toestand van de Schulpvaart, dat de schippers maar halve vrachten kunnen meenemen en de schelpen niet op tijd weggevaren kunnen worden. Deze oproep is ondertekend door de schulpenvissers.

Tegelijkertijd komt er ook een afzonderlijk schrijven van alle vaklieden in Castricum met dezelfde oproep aan Burgemeester en Wethouders (B&W). Zij stellen dat door de stijgende spoorvrachttarieven de kosten van aan- en afvoer van materialen voor het bouwbedrijf sterk toenemen. Dit schrijven is ondertekend door de aannemers, bouwbedrijven, schilders, smeden, vaklieden, enzovoorts.

Eenzelfde oproep volgt van de voorzitter, secretaris en penningmeester van de rooms-katholieke coöperatieve Tuinbouwvereniging Ons Belang.

De Vereniging Castricum Vooruit heeft een opmeting verricht aan de Schulpvaart en een begroting op 12 oktober 1922 overhandigd aan B&W. Ook deze vereniging noemt de voordelen van een vaartverbetering en met name ook uit een oogpunt van werkverschaffing.

Door het gemeentebestuur is op 14 november 1922 besloten bestek en tekening te laten opmaken voor het uitbaggeren van de Schulpvaart van de Limmervoort tot aan het Schulpstet. Het polderbestuur van de Groot-Limmerpolder zal hetzelfde doen voor het gedeelte vanaf de sluis te Akersloot tot aan de Limmervoort. De aanbesteding zal in 1923 plaatsvinden.

22 februari 1922

Binnen enkele weken zal de verbouwing van de openbare lagere school op de hoek Dorpsstraat en Schoolstraat zijn voltooid. De school voldoet dan aan de toenmalige eisen van openbaar onderwijs.

De openbare lagere school
De openbare lagere school. Dorpsstraat 67 in Castricum, 1924. Daarachter het raadhuis. Collectie Pennekamp. Toegevoegd.

Jaarboek 46, pagina 91

Opgave aan het provinciebestuur van de geneeskundigen die op 1 januari 1922 werkzaam zijn in Castricum:

  • huisarts: Y. Schoonhoff;
  • geneesheer-directeur A.M. Benders met vijf geneeskundigen bij Duin en Bosch;
  • apotheker: mejuffrouw M.A. van der Vegte;
  • vroedvrouw: mejuffrouw J.J. Vahl;
  • drogist: A.H. Vlietstra.

Johanna Jeanetta Vahl.
Johanna Jeanetta Vahl. Zij was vroedvrouw te Castricum. Zij is op 31 juli 1931 onder de elektrische tram naar Duin en Bosch verongelukt.

10 maart 1922

De twee woningbouwverenigingen St. Joseph en Goed Wonen werken met verlies door de lage huurprijzen. Het tekort komt ten laste van de gemeente, die verzoekt om de huren te mogen verhogen. De gemeente verzoekt ook voor 1922 een rijksbijdrage aan de exploitatiekosten; zij doet opgave aan de minister van Arbeid van de twaalf huurders van de woningen aan de Mient van St. Joseph met een wekelijkse huur van 3,50 gulden bij inkomens die variëren tussen 20 en 34 gulden per week. Ook geeft de gemeente de bedragen op van de huurders van Goed Wonen aan de Dr. Jacobilaan en aan de Bakkummerstraat.

23 maart 1922

Burgemeester Lommen maakt in de Alkmaarsche Courant bekend dat een commissie uit Gedeputeerde Staten (GS) zitting houdt in het gemeentehuis op 24 april 1922 om de bezwaren van belanghebbenden aan te horen tegen de onteigening ten behoeve van de uitbreiding van het stationsemplacement Castricum.

Het station met rechts de lage fietsenstalling en een loods.
Het station met rechts de lage fietsenstalling en een loods. Stationsweg 4 in Castricum, voor 1931. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

De commissie bestaande uit heren Ketelaar en Hendrix, leden van Gedeputeerde Staten, hebben de bezwaren aangehoord. Jan Res Willemszoon heeft aangegeven dat hij geen plaats meer zal overhouden voor zijn bedrijf, bijvoorbeeld voor het opbergen van hooi of stro, omdat de spoorwegwet verbiedt binnen 20 meter van de spoorweg brandbare stoffen te bewaren. Ook zal het lossen van wagens met stro of mest stank gaan veroorzaken, nu zijn huis op ongeveer vier meter van de spoorweg afstaat.

Het huis van Jan Res ten westen van de Mient langs de spoorlijn.
Het huis van Jan Res ten westen van de Mient langs de spoorlijn. Met vele andere huizen in de oorlog gesloopt (schilder Sijf Portegies).

De commissie is van mening dat Res in zijn bedrijf van veehouder door de uitbreiding van het emplacement wordt geschaad, en dat er van de ruimte tussen de spoorweg en het woonhuis weinig overblijft, waardoor voor het hebben van bergplaatsen nauwelijks voldoende ruimte is. De commissie is van oordeel dat het woonhuis aanzienlijk in waarde zal dalen en voor het uitvoeren van het veehoudersbedrijf zelfs geheel onbruikbaar zal worden. Zij bepleit de opname van het gehele perceel in de onteigening.

Bij Koninklijk Besluit van 10 oktober 1922 zijn de eigendommen aangewezen, die ten behoeve van het stationsemplacement zullen worden onteigend.

18 april 1922

Opgave aan de inspecteur der directe belastingen te Alkmaar van de vergunninghouders voor de verkoop van sterke drank en de huurwaarde voor het bedrijf:

  1. Rika van Benthem, 194,50 gulden, wijk A, nummer 216, De Vriendschap
  2. J. Blauw, 259,50 gulden, wijk A, nummer 157, De Rustende Jager
  3. Ant. van Benthem, 197 gulden, wijk A, nummer 71, Dorpsstraat hoek Burgemeester Mooijstraat
  4. P. Schotvanger, 157 gulden, wijk A, nummer 134, Burgemeester Mooijstraat (De Harmonie)
  5. C. Stuifbergen, 96,75, wijk A, nummer 67, Dorpsstraat (De Landbouw)
  6. J. Twisk Jz., 145 gulden, wijk A, nummer 57, Dorpsstraat (Funadama)
  7. P. Spanjaard, 98 gulden, wijk A, nummer 41, Beverwijkerstraatweg (Duinzicht)
  8. L.A. Burgering, 54,75 gulden, wijk C, nummer 122, Bakkummerstraat
  9. W. Borst, 81 gulden, wijk E, nummer 16, nu: Fase Fier
  10. C. Castricum, 108,50 gulden, wijk E, nummer 51, De Goede Verwachting (Heereweg 36)
Café Funadama.
Café Funadama, in 1906 gebouwd als woning in opdracht van zeekapitein Tom Arnold, die in 1919 overleed. Zijn halfzus erfde het huis en verkocht het in 1920 aan Hendrik Kerkhoff, die direct vergunning voor een café kreeg. In 1922 kocht Jan Twisk het pand. Dorpsstraat 2 in Castricum, 1922. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Jaarboek 46, pagina 92

21 april 1922

Met het in werking treden van de Lager Onderwijswet 1920 is het herhalingsonderwijs vervallen en vervangen door vervolgonderwijs. Eervol ontslag wordt verleend aan het onderwijzend personeel bij dat herhalingsonderwijs. Dat betreft de hoofden der school Bussen en Nijsen en de onderwijzeressen Verweel en Kooiman.

Verzoek van Johannes Wilhelmus Beentjes om het houten distributiegebouw staande aan de Schoolstraat voor 600 gulden voor afbraak te mogen kopen. Het gebouwtje heeft tijdens de distributie (Eerste Wereldoorlog) gediend als administratiegebouw. Het gebouwtje is overcompleet geworden. Het verzoek wordt ingewilligd. Het gebouwtje komt te staan aan de westzijde van de Beverwijkerstraatweg nabij de spoorwegovergang.

Het gebouwtje aan de Beverwijkerstraatweg als woning van J.W. Beentjes.
Het gebouwtje aan de Beverwijkerstraatweg als woning van J.W. Beentjes. Met zoontje Bertus in de armen van mevrouw Beentjes, ervoor staan links Jan en daarnaast Gerrit.

11 mei 1922

De rooms-katholieke sportvereniging Vitesse wordt officieel opgericht.

De oprichtingsfoto van Vitesse 22.
De oprichtingsfoto van links naar rechts Jan Olgers, Henk Beentjes, Jan Brasser, Cor Twisk, Ber van Benthem, Piet Kuijs, Cor Res, Jan de Nijs, Cor Kabel, Co Res, Siem Bakker en Piet de Nijs. Het veld van Vitesse  lag achter het Schoutenbosch in Castricum.

12 mei 1922

Klachten over de overlast van woonwagenbewoners die de plaatsen waar zij gestaan hebben in de grootste wanorde achterlaten. De gemeente wil één plaats aanwijzen waar de wagens 24 uur mogen staan, waardoor politietoezicht mogelijk wordt, terwijl zij nu gaan staan waar hen dat het beste uitkomt. De gemeente bezit geen geschikt terrein om als vaste standplaats te dienen en vraagt aan de Gedeputeerde Staten om te mogen beschikken over een stuk provinciale grond op de grens van Bakkum en Egmond.

De provincie wil het beoogde terrein, dat ligt binnen de provinciale landgoederen, hiervoor niet beschikbaar stellen en meent dat daarbuiten nog wel geschikt terrein aanwezig is.

9 juni 1922

Een nieuw systeem voor wegenverbetering is in België ontwikkeld. Burgemeester Lommen en opzichter D.R. de Jong gaan mee met een excursie naar de Asphalt Block Pavement Company in Brussel en naar bezichtigingen van straten in België te Oostmalle en Antwerpen. Dit bezoek is van belang voor de verbeteringen aan de Duinweg Castricum-Den Helder.

3 juli 1922

Het bestuur van de Castricummerpolder verzoekt het gemeentebestuur om voor de bouw van een pompstation de bermkant van de sloot aan de Cieweg te mogen gebruiken. In het pompstation wordt een centrifugaalpomp aangedreven door een elektromotor van 6 pk. De vergunning wordt verleend.

Het Pompgebouwtje aan de Korte Cieweg.
Het Pompgebouwtje aan de Korte Cieweg.

Monteur meteropnemer aan de gemeentelijke lichtbedrijven Hendrik van Amersfoort (1895) wordt na een jaar benoemd in vaste dienst.

4 juli 1922

De Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg Mij heeft de beslissing genomen om de lijn Haarlem-Alkmaar niet verder te exploiteren. De burgemeester van Velsen heeft de betrokken gemeenten uitgenodigd voor een bespreking om hierover van gedachten te wisselen en eventuele pogingen te ondernemen om dit te voorkomen.


Jaarboek 46, pagina 93

5 juli 1922

De verkiezing van de leden voor de Tweede Kamer vindt binnen de gemeente plaats in twee stemdistricten. Het aantal kiezers is voor de Tweede Kamer, Provinciale Staten en gemeenteraad respectievelijk 1.735, 1.702 en 1.640.

8 augustus 1922

Voor de levering van drinkwater aan gemeenten stelt het Provinciaal Waterleidingbedrijf van Noord-Holland (PWN) een aantal voorwaarden. Een groot aantal gemeenten heeft tot aanvaarding van deze voorwaarden besloten. De burgemeester bericht aan de directeur van PWN dat er binnen het College van B&W geen meerderheid is gevonden voor aansluiting bij het Provinciaal Waterleidingbedrijf. De meerderheid is van mening dat de burgers vrij dienen te blijven al of niet aan te sluiten op het net.

Zeeweg en Van Oldenborghweg.
Zeeweg richting strand. Rechts en links de Van Oldenborghweg, Bakkum, 1934. Johannes van Oldenborgh (1875-1940) werd in 1920 de eerste directeur van PWN. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

18 augustus 1922

Een nieuwe commissie tot wering van schoolverzuim wordt ingesteld. De bestaande commissie wordt ontbonden. Benoemd worden H.A. Nijsen, hoofd der openbare lagere school 2, P.A. van Westen, hoofd der rooms-katholieke jongensschool, Jb. Res, C. de Groot, J.P. Baas, A.C. Veen en D.C. Twisk.

In het kader van de hinderwet krijgen de gebroeders Kees en Dorus Schermer vergunning op hun verzoek voor de oprichting van een graanmaalderij aan de Bakkummerstraat. Die wordt door een elektromotor van 12,5 pk aangedreven.

Jan Wester krijgt vergunning voor de uitbreiding van zijn broodbakkerij aan de Heereweg met een kneedmachine, die door een elektromotor van 1,5 pk wordt aangedreven.

9 september 1922

De gemeentevroedvrouw en verloskundige mejuffrouw J.J. Vahl schrijft aan het gemeentebestuur dat door de minder gunstige toestand in de gemeente zij voor een deel haar verloskundige hulp voor een lager tarief moet verrichten of in sommige gevallen zelfs zonder betaling moet helpen.

Verder meldt zij dat het grootste deel van haar clientèle uit mensen bestaat met kleine inkomens en zij moeilijk het tekort kan verhalen op beter gesitueerden door verhoging van haar tarief. Zij verzoekt om haar jaarsalaris als gemeentevroedvrouw van 750 gulden te willen brengen op 1.000 gulden, welk salaris haar collega’s in Heiloo en Heemskerk reeds genieten.

Mejuffrouw Vahl, vroedvrouw, met bromfiets.
Mejuffrouw Vahl, vroedvrouw, met bromfiets. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

19 oktober 1922

Verzoek van de Vereniging Castricum Vooruit in verband met de plannen van de Provinciale Waterstaat tot het verharden van de Zeeweg tot het Commissarishuis op kosten van de provincie.

Het Commissarishuis.
Het Commissarishuis (1830-1946). Zeeweg in Bakkum, 1938. De naam komt van het huis waarin de commissarissen van Konings Duin vergaderden. Voor aan de weg een berg van schelpen.  In 1730 wordt al gesproken over de schelpenvisserij maar in 1820 komt die tot grote bloei. De schelpen werden door de schelpenvisser met een beugelnet uit het water geschept en in een schelpenkar geladen. Deze kar werd door een paard voortgetrokken en als de schelpenkar eenmaal vol was, volgde een tocht via een zandpad naar het commissarishuis, waar ze gestort werden. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De verharding van het Commissarishuis tot aan zee is vooral een gemeentelijk belang en tevens een goede werkloosheidsbestrijding. De vereniging pleit voor het doortrekken van de verharding tot aan zee mede als werkverschaffing: “De uitkomsten van de tuinderij in deze gemeente zijn zeer bedroevend en het is dan ook te voorzien dat in dezen winter in menig gezin armoede zal gaan heerschen”.

De verharding tot aan zee is ook van belang voor de zich steeds uitbreidende schelpenvisserij, waarmee steeds meer personen een stuk brood willen verdienen, omdat in de tuinderij zulks niet meer mogelijk is. Voorstel van B&W om hiervoor een bedrag van 3.000 gulden beschikbaar te stellen.

Stationsweg 3, 5, 7, 9 in Castricum.
Vier gelijke villa’s die in 1922 gebouwd worden door aannemer Gerard Kabel in opdracht van bakker Gerrit Res. De huizen krijgen allemaal namen die op een ‘a’ eindigen. Het zijn Flora, Jacoba, Eduarda en Solana. Solana wordt veranderd in Toba omdat het schip van bewoner kapitein Rommel zo heet. Stationsweg 3, 5, 7, 9 in Castricum, 1922.

6 november 1922

Het Centraal Bureau voor de Statistiek bericht dat de officiële naam van de gemeente voortaan zal luiden Kastrikum.

Raadslid Schipper meent dat de naam met twee c’s behouden moet blijven en verdedigt zijn inzicht. Hij stelt voor dat de Raad zich uitspreekt voor het behoud van de huidige naam Castricum, zulks vooral op esthetische en historische gronden. De voorzitter stelt voor een onderzoek in te stellen.

6 december 1922

Verzoek van het Hollandsch Illustratiebureau te Rotterdam om een ‘fotografie’ van de raad te mogen maken voor de albums aan Hare Majesteit Koningin Wilhelmina en aan te bieden bij haar 25-jarig regeringsjubileum.

15 december 1922

De bestrijding van de werkloosheid is het enige onderwerp voor de raadsvergadering. Gesproken wordt over een uurloon van maximaal 0,35 gulden en het minimum weekloon wordt bepaald op f 17,50 gulden.

De heren P. Kuijs, G. Kuijs en P. Twisk worden benoemd in de commissie voor het tewerkstellen.

21 december 1922

Door de rijksoverheid is besloten om de verplichting op te heffen tot afsluiting van een aantal openbare overwegen over de spoorwegen. In Castricum betreft dit de spoorwegovergangen over de Bleumerweg, de Tweede Groenelaan en de Heemstederweg. Het gemeentebestuur verzoekt aan de hoofden der scholen de kinderen duidelijk te willen maken dat de bewaking en afsluiting van deze overgangen zal worden opgeheven en dit bij de overwegen kenbaar zal worden gemaakt met de vermelding ‘onbewaakte overweg’ en ‘let op de treinen’.

Spoorwegovergang.
Spoorwegovergang. Tweede Groenelaan in Bakkum, 1952. De Tweede Groenelaan was een landelijk weggetje, een soort dijkje, waarover je de Kooiweg kon bereiken. Tussen de Kooiweg en de Van Speykkade is nog een klein deel min of meer intact.  Aan de Vondelstraat stond een kleuterschool tegenover de Cuneraschool. Aan de zuidzijde was deze overweg. Dit was totdat de bomenbuurt gebouwd werd, toen is de overweg gesloten. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

31 december 1922

De gemeenterekening over het jaar 1922 telt aan ontvangsten 324.435 gulden en aan uitgaven 294.828 gulden. Er is een batig saldo van 29.607 gulden.

Simon Zuurbier

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Jaarboeken

22 januari 2024

In memoriam Piet Blom (Jaarboek 46 2023 pg 103)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 46, pagina 103

In memoriam Piet Blom

Piet Blom
Piet Blom (afbeelding volgt nog)

Op 24 december 2022 overleed Piet Blom. Hij was van mei 2003 tot februari 2008 een begenadigd voorzitter van Oud-Castricum. Piet werd op 20 juli 1933 in Alkmaar geboren.

Door zijn bouwkundige interesse heeft hij in 2003 gehoor gegeven aan de oproep tijdens het Jaar van de Stolpboerderij om de Castricumse en Bakkumse stolpen te inventariseren. Dat was een kolfje naar zijn hand en hij begon ze met verve te beschrijven.

Zo verscheen in de periode 2003-2010 in ons jaarboek een zevendelige reeks over het cultureel erfgoed: de stolp. Castricum en Bakkum telden er nog vierenveertig. Het werden zeer lezenswaardige artikelen die Piet zijn betrokkenheid en nauwkeurigheid lieten zien.

Tijdens zijn voorzitterschap was hij betrokken bij de oprichting van Archeologische Werkgroep Oer-IJ, een regionale samenwerking met amateurarcheologen.

Een eerste bijdrage van Piet was de syllabus ‘Veldwerkboek voor de zandhaas’. In 2004 werd hij als bestuurder gevraagd met de werkgroep een monumentenregister op te zetten en een bijdrage te leveren aan de toekomstvisie Buiten Gewoon Castricum 2030.

Zijn hart ging altijd uit naar de boerderijen en met name de ouderdom daarvan. Dit leidde tot dendrochronologisch onderzoek van hout van enkele boerderijen. Zo blijkt Kronenburg, de stolp met het dubbele vierkant, gebouwd te zijn omstreeks 1695. Piet heeft al een aantal jaren geleden zijn onderzoek naar de boerderijen in een flink aantal ordners aan het archief van Oud-Castricum overgedragen.

In 2010 droeg Piet het gedicht ‘Ode aan de dijk’ voor op Radio Noord-Holland ter gelegenheid van de opening herstel Maer- of Korendijk. Een laatste onderzoek naar begraafplaatsen leidde in 2012 tot het artikel ´Begraven in Castricum en Bakkum´. Dit werd in 2013 gevolgd door een artikel in twee delen over veldwachters en politie in Castricum. Ook genealogie trok hem aan en hij liet dan trots de stamboom Blom zien aan de vrijwilligers. Velen weten het niet, maar Piet had thuis een bibliotheek over de stad Alkmaar, een heuse Alkmaar-kenner.

Velen herinneren zich Piet als een voorzitter die door zijn vriendelijke en stimulerende houding wist wat er bij Oud-Castricum speelde. Hij was naar de leden toe belangstellend en verbindend en enige vastberadenheid sierde hem.

Wij zijn Piet dank verschuldigd voor datgene wat hij als bestuurder en vrijwilliger voor Oud-Castricum en voor velen van ons persoonlijk heeft betekend.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Jaarboeken

22 januari 2024

Schenkingen aan Oud-castricum 2022-2023 (Jaarboek 46 2023 pg 89)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 46, pagina 89

Prijslijst van kolenhandel Van der Himst.
Prijslijst van kolenhandel Van der Himst.

Schenkingen aan Oud-Castricum 2022-2023

Het afgelopen jaar zijn er weer tal van voorwerpen, boeken en foto’s geschonken die aan Castricum of Bakkum gerelateerd zijn. Het materiaal wordt in onze collectie opgenomen en zal, waar mogelijk, worden gebruikt bij tentoonstellingen, voor publicaties of educatieve doeleinden. De schenkingen worden elk jaar in het jaarboek vermeld.

Schenkingen van juli 2022 tot en met juni 2023

W.J. de Koning: suikerzakjes van cafés en restaurants
F. Houtenbos: foto’s van PWN, met dank aan Siem Mooij en Jan Verdwaald
K. Bedeke: diverse materialen als linialen, hulletjes en handschoenen uit overgrootmoeders tijd, een griffeldoos en twee boekjes. Schilderij van J. Reinders met onderwerp Klein Johanna’s Hof
P. de Graaf: diverse publicaties over Streekplan Heemskerk/Beverwijk, over planologie, een gemeentewet uit 1964, diverse landkaarten over bio-research, DOS-clubnieuws en dossier van E. de Graaf.
Onbekend: tien boeken, documenten, een ets, treinkaartjes, luchtpostpapier
U. Espeet: bakje met diverse detectorvondsten
N. Lute: poster van Boerenpartij
T. Stuifbergen: folders, posters en boekjes over PPR en KVP en politiek
A. de Wit: persoonlijk archief PPR, Groen Links en krantenknipsels, viertal boeken
M. Twisk: twee vitrinekasten, een replica schelpenkar en twee spoorstaven van smalspoor Zanderij
C. de Ruijter: diverse documenten waaronder nieuwjaarsrede van burgemeester Smeets, foto’s Duin en Bosch, krantenknipsels, geschiedenis van CSV
H. Zonneveld: twee pentekeningen van Lau Hoebe met onderwerp Geversweg 4 en Haagscheweg 1
M. Wentink: kledinghanger van Wil Alleman en twee boeken
R. de Graaf-Appelman: foto’s van man en vrouw in klederdracht
Onbekend: twee boeken
M. Vlaarkamp: donateurskaart van Oud-Castricum uit 1981
A. Pauzenga: fotoboek, kasboek, posters, archief van volleybalclub Dynamo
N. Bos-Bismeijer: vele boeken, waaronder boek van Nardus Bos over zijn moeder
G. Borst: schilderij van Dan Barry en foto’s van familie Borst, treinkaartjes en een vertrekstaat van NS
K. Heeck: geglazuurde bollen gevonden op perceel 10257
S. van der Linden: archief van Micas (Migranten Castricum) 1994-2006
J. Frens: boek over Europees jaar van de Ouderen 1993
B. Groentjes: acht boeken over Castricum
Onbekend: vier mappen met foto’s van de Rowans, scouting
M. Zomerdijk: tien stickers van Castricumse bedrijven
P. Diemeer: schelpenkarafbeelding uit Katholieke Illustratie 1930
J. Fokker: lakprofiel van archeologische opgraving in Heiloo
W. Peperkamp: map met 59 foto’s van boerderijen gefotografeerd in 1974
R. Bouwknegt: twee kaarten van transportleiding water en structuurschets en prijslijst van kolenhandel Van der Himst
S. Dijkstra: boek van A. Alberts, Huzaren van Castricum
Mutthathara: ets van Berthy Müller met afbeelding boerderij Kuijs aan de Brakersweg
L. de Winter: keramiekvondsten van strand Castricum
H. Reinders: boek van Hans Reinders, Ad Libitum met twee verhalen over Castricum
Burgmeijer: verpakkingsmateriaal van de bakkerij en een banner
W. Guit: foto van bedrijfsauto en glazen asbak met afbeelding van winkel Hoogervorst
J. van Kessel: verpakkingsmateriaal uit de schoenwinkel op de Bakkummerstraat
Onbekend: insigne met opdruk Gemeenstelijke Politie *CASTRICUM*, medaille van zeskamp uit 1988, luchtfoto uit 1964, ets van Cuneraschool van Joke Cops, foto’s van 25 jaar school Visser ’t Hooft, kaart van vuilnisbaknummer, T-shirts van TTV, Etiketten van Nolet, Balatonfured sticker, enkele boeken en verslagen over rundvee en een boek over een leraar in oorlogstijd
Erven van Egmond-van Rookhuizen: we hebben onlangs uit de nalatenschap van A. van Egmond-van Rookhuizen uit Velsen-Noord haar bidprentjesverzameling gekregen. Zij had een verzameling van ruim 70.000 bidprentjes opgebouwd. Samen met onze eigen verzameling van ongeveer 30.000 stuks hebben we nu een verzameling van ongeveer 100.000 stuks. We zijn nu bezig de verzamelingen samen te voegen.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Jaarboeken

13 november 2023

90 Jaar EHBO Vereniging Castricum (Jaarboek 42 2019 pg 22-30)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 42, pagina 22

90 Jaar EHBO Vereniging Castricum

EHBO Vereniging Castricum 90 jaar.
EHBO Vereniging Castricum 90 jaar.

Dit jaar (2019) viert EHBO Vereniging Castricum haar 90-jarig bestaan. De vereniging is al die jaren een vertrouwd gezicht in het dorp. Op 14 maart 2001 werd de officiële naam Afdeling Castricum van de Koninklijke Nederlandse Vereniging EHBO, ofwel kort gezegd EHBO Vereniging Castricum, met als doel ‘Het op adequate wijze verlenen van eerste hulp en het organiseren van cursussen waarin dit wordt onderricht’.

De vrijwilligers zijn iedere zomer aanwezig op de EHBO-post op het strand en jaarlijks bij veel evenementen, concerten en sporttoernooien. Maar ook bij een ongeval op straat of in uw buurt kunt u EHBO’ers tegenkomen. Niet in alle gemeenten is een EHBO-vereniging actief.

Ontstaan EHBO vereniging in Castricum

De eerste hulp door leken (niet-professionele hulpverleners) is ontstaan in Engeland waar arts John Furley in 1877 een EHBO-organisatie oprichtte. Al snel werd in Duitsland een soortgelijke organisatie gestart. In Nederland vond men in eerste instantie dat het verlenen van eerste hulp niet geschikt was voor leken, maar dat dit aan artsen moest worden overgelaten.

Lesboekje Oranje Kruis in 1957.
Lesboekje Oranje Kruis in 1957.

In 1893 besloot de Amsterdamse arts C.B. Tilanus echter om in navolging van de genoemde landen de landelijke Vereniging Eerste Hulp Bij Ongelukken op te richten en werden ook lokaal verenigingen gestart. In de eerste jaren hanteerden de lokale verenigingen hun eigen regels en werkwijzen. Met de oprichting van het Oranje Kruis in 1909 kwam hierin verandering. De door het Oranje Kruis uitgegeven richtlijnen en lesboekjes zorgden voor eenheid en uniformiteit bij hulpverlening en de opleidingen. In 1912 werd het eerste Oranje Kruis boekje uitgegeven. Er werd vanaf dat moment op uniforme wijze les gegeven en geëxamineerd voor het ‘EHBOeenheidsdiploma’. Het Oranje Kruisboekje groeide uit tot hét handboek voor de EHBO in Nederland. De wijze van hulpverlening heeft zich in al die jaren op basis van nieuwe inzichten ontwikkeld tot de huidige manier van werken die in de 27e druk van het handboek beschreven staat.

Sip Veenstra eerste voorzitter EHBO bij de strandpost.
Sip Veenstra eerste voorzitter EHBO bij de strandpost.

In Castricum werden op 9 januari 1929 door burgemeester Lommen de eerste EHBO diploma’s uitgereikt aan de heren S. Veenstra, P. Portegies, B. Stuifbergen, G. Hemmer, C. Res en J. Kerkhof. De lessen benodigd om hun diploma te behalen, werden gegeven door dokter Leenaers. De heren Veenstra, Hemmer en Res besloten vervolgens om op 13 januari 1929 de EHBO-vereniging in Castricum op te richten. De tenaamstelling van de vereniging luidde toen EHBO vereniging Castricum Is Terstond Overal (C.I.T.O.). Het doel van de vereniging werd beschreven als: ‘Het in algemene zin bevorderen van datgene dat bijdraagt tot een zo goed mogelijke eerste hulpverlening bij ongelukken’. Sip Veenstra werd de eerste voorzitter en bleef 35 jaar actief bij de vereniging. In het zomerseizoen was hij zo ongeveer dagelijks te vinden in de EHBO-post op het strand.

Markante personen

Een vereniging die 90 jaar bestaat, heeft natuurlijk vele bestuursleden gehad. Het voert te ver deze hier op te sommen, maar twee personen die gedurende vele jaren hun stempel op de vereniging hebben gedrukt,


Jaarboek 42, pagina 23

willen wij hier toch even noemen, te weten mevrouw Schefferlie en de heer Van Staveren. Mevrouw Schefferlie is in de periode van 1962 tot 1984 in diverse functies actief geweest zoals secretaris en coördinator van de opleidingen. Ook was zij op het strand het gezicht van de EHBO. De heer Van Staveren is tussen 1949 en 1984 bestuurlijk actief geweest, eerst als secretaris en daarna als voorzitter. Beide bestuursleden namen tijdens de algemene ledenvergadering van 1984 afscheid van de vereniging en werden benoemd tot erelid.

Het bestuur in 1979.
Het bestuur in 1979; van links naar rechts voor: Tiny Campen, mevrouw P. Teiwes, mevrouw C. Schefferlie en Tineke Beems; achter: Janny Steij, Antoon de Graaf, Eyk van Rij, N. van Staveren en Theo van der Himst.

Oorlogsjaren

Uit een bewaard gebleven notulenboek blijkt dat er in de periode tussen november 1942 en september 1945 geen bestuursvergaderingen hebben plaatsgevonden en het werk van de EHBO grotendeels stil lag. Op 12 september 1945 opende voorzitter, de heer G.H.J. Hemmer, de eerste vergadering na de oorlog. Hij sprak de hoop uit dat de vereniging ‘weer veel nut zal afwerpen’ in de toekomst. Ook stond hij stil bij het overlijden van dokter Leenaers (op 22 juli 1944) met de woorden “een arts die voor onze vereeniging niet te vervangen is”.

Op 20 september 1945 werd tijdens de eerste na-oorlogse buitengewone algemene vergadering in Hotel Broksma de vereniging nieuw leven ingeblazen. Dokter Van Nievelt werd bereid gevonden om een cursus voor ‘eerstbeginnenden’ te geven. De leden die in 1942 een geldig diploma hadden, kregen als ‘oud-EHBO’ers’ een cursus van acht lessen aangeboden om hun diploma te vernieuwen.

Contributie en geldinzamelingsacties

In de beginjaren bedroeg de contributie 1 gulden en vroeg men 10 cent per les. Uit het kasboek uit 1940 blijkt dat de contributie toen 1 gulden 50 bedroeg, maar hoefde er niet voor de lessen betaald te worden. In 1951 werd de contributie verhoogd naar 2 gulden 50. Dit bedrag mocht wel in twee termijnen betaald worden. In de loop der jaren zijn allerlei acties gehouden om geld in te zamelen zoals de verkoop van speldjes.

In de notulen van 1937 valt te lezen dat er vergunning is gevraagd om op het ‘tentenkamp’ (de huidige camping Bakkum) speldjes te mogen verkopen en dat bekend te maken in de Castricumse Courant. Met de opbrengst van de speldjes kon een schrijfmachine en duplicator worden aangeschaft. Ook werden er diverse loterijen gehouden zoals in januari 1938 tijdens een propaganda-avond om leden en donateurs te werven. Voor 10 cent kon men één lot kopen (3 stuks voor 25 cent).

Ook nu houdt de vereniging nog jaarlijks een donatie-actie met de bekende gele brief die door de vrijwilligers huis-aan-huis verspreid wordt. Met de opbrengst kunnen nieuwe materialen worden aangeschaft. Ook wordt hiermee de financiële drempel voor het volgen van cursussen en het lidmaatschap verlaagd.

Voordracht van het gedicht van dorpsdichter Van Kluyve.
Voordracht van het gedicht van dorpsdichter Van Kluyve.

Jubilea

In de 90 jaren van haar bestaan is het ledenbestand van de vereniging uiteraard onderhevig geweest aan verandering en verjonging. Bij de start in 1929 kende de vereniging een tiental leden en in de loop der jaren is dat uitgegroeid tot zo’n 160 leden. EHBO Vereniging Castricum behoort daarmee landelijk tot de middelgrote afdelingen van de Koninklijke Nederlandse Vereniging EHBO.

Gedurende haar bestaan heeft de vereniging diverse jubilea op verschillende wijze gevierd. Op 9 januari 1954 is het 25-jarig bestaan gevierd in Hotel De Rustende Jager en getuige het fotoboek is in 1959 het 30-jarig jubileum uitgebreid gevierd. De opening werd namens het bestuur verricht door mevrouw Schefferlie en ook Burgemeester Smeets kwam zijn felicitaties overbrengen. Dorpsdichter Van Kluyve droeg ter gelegenheid van het jubileum een gedicht voor.

Op 11 januari 1969 werd het 40-jarig jubileum gevierd met een feestavond met dans en showorkest ‘De 5 Fantasia’s’ in hotel Borst.

Het 75-jarig jubileum werd op 24 april 2004 gevierd met een grote oefening en receptie bij Zeezicht: de buren op het Castricumse strand. Burgemeester Emmens-Knol onderstreepte in haar toespraak het belang van de aanwezigheid van de vrijwilligers op het strand en de goede onderlinge samenwerking.


Jaarboek 42, pagina 24

Hulp in de buurt

Vanaf de jaren (negentien) vijftig hadden veel EHBO’ers een verbandtrommel van de vereniging in huis, die men kon gebruiken als er in de eigen buurt hulp nodig was. Omwonenden konden dit zien aan het bordje dat bij veel EHBO’ers aan de gevel hing. Ook nu staan veel EHBO’ers klaar om in de eigen omgeving hulp te verlenen. Zij hebben zich bijvoor-beeld aangemeld als burgerhulpverlener bij het Burger AED project (zesminutenzones) waarvoor de gemeente in het dorp op diverse plaatsen AED’s heeft opgehangen.

Op 29 april 1955 is besloten om de EHBO’ers op huisbezoek te laten gaan om te wijzen op het grote nut van het doorlichten van de bevolking in het kader van de tbc-bestrijding.
In 1973 is aan de huisartsen in Castricum een zuurstoffles geschonken voor gebruik in de auto.

Emaille gevelbordje in 1960.
Emaille gevelbordje in 1960.

Lessen

De eerste jaren werden de lessen gegeven door dokter Leenaers. Eén van zijn leerlingen herinnert zich dat hij heel goed les gaf, maar dat het zo snel ging dat sommigen het moeilijk bij konden houden.

De lessen werden in het begin alleen gegeven voor heren. Omdat men het niet gepast vond om heren eerste hulp te laten verlenen aan een dame, werd besloten om ook dames op te leiden. In 1933 werden voor het eerst aparte lessen aan dames en heren gegeven. Het aantal deelnemers aan de eerste damescursus bedroeg 25, terwijl aan de herencursus dat jaar 22 personen deelnamen. In 1934 werd mejuffrouw Morren als eerste dame in het bestuur gekozen.

In de loop der jaren hebben vele (huis)artsen uit Castricum tijd vrij gemaakt om de EHBO-lessen te verzorgen en daarmee hun steun gegeven aan het belangrijke werk van de EHBO. Het verhaal gaat dat in het artsenoverleg in Castricum de ‘jongste arts’ werd aangewezen om zich voor de EHBO in te zetten. De vereniging heeft echter nooit ervaren dat de artsen dit als een ‘verplichting’ zagen. Met veel enthousiasme hebben zij zich altijd ingezet om hun kennis over de eerste hulp over te brengen.

Uitreiking koninklijke onderscheiding aan Heino Koning.
Uitreiking koninklijke onderscheiding aan Heino Koning.

Van 1973 tot 2006 was een van deze artsen dokter Heino Koning. Hij doorspekte zijn lessen op humorvolle wijze met ervaringen en voorbeelden. Het verhaal ‘De Mensenredder’ van Godfried Bomans dat hij altijd aanhaalde tijdens de diploma-uitreiking, zal bij veel cursisten nog herinneringen oproepen. Naast zijn betrokkenheid bij de EHBO was Heino ook actief bij de opleidingen van Lotuskring Castricum en de opleiding voor EHBO-kaderdocenten. Voor zijn inzet en betrokkenheid is dokter Koning op 21 februari 2006 benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

In de beginjaren werden de lessen uitsluitend door een arts gegeven. In 1951 is het Oranje Kruis met de opleiding tot kaderinstructeur gestart. Vanaf die tijd worden de lessen gezamenlijk verzorgd door een arts en een kaderinstructeur. De arts behandelde met name de anatomie terwijl de kaderinstructeur de onderdelen ‘verband’ en ‘hulp verlenen’ behandelde. Tegenwoordig worden de lessen geheel verzorgd door daarvoor opgeleide en gediplomeerde instructeurs Eerste Hulp.

Wipmethode voor toepassing kunstmatige ademhaling.
Wipmethode voor toepassing kunstmatige ademhaling.

De ontwikkeling van lesmateriaal heeft nooit stilgestaan. Zo werd bijvoorbeeld in 1963 de belangrijke stap gezet om de mond-op-mondbeademing als leerstof op te nemen. Tot die tijd gebruikte men diverse methoden om lucht in de longen te krijgen, zoals de ton-methode waarbij men het slachtoffer over een ton heen en weer rolde of het in Engeland ontwikkelde wippen waarbij een slachtoffer op een wip werd gelegd.

Training met AED in 2004.
Training met AED in 2004.

Sedert 1979 wordt les gegeven in reanimatie en vanaf 2004 beschikt de vereniging over AED’s, een apparaat waarmee bij hartproblemen op veilige wijze een ‘stroomstoot’ wordt toegediend. De overlevingskansen van het slachtoffer nemen hierdoor sterk toe. Het trainen met het gebruik van de AED is vanaf dat moment ook onderdeel van de lessen.


Jaarboek 42, pagina 25

En tenslotte is vorig jaar met de cursus ‘Stop de Bloeding’ ook kennis aan de lessen toegevoegd over het verlenen van hulp bij aanslagen en ernstige incidenten.

Leslokaal

De lessen werden in de loop der jaren op verschillende locaties gegeven, variërend van een zaaltje achter café Van Benthem, de brandweerkazerne, de Cuneraschool, en de kantine bij de Gemeentewerf. Vanaf 1970 tot de ingebruikname van een eigen lesgebouw werden de lessen gegeven in een lokaal van de Juliana van Stolbergschool.

In 1987 werd van de Gemeente Castricum een leslokaal aangekocht aan de Koekoeksbloem. Tot die datum deed het gebouw dienst als noodlokaal van de Montessorischool. Op 26 september 1987 vond de officiële opening plaats door mevrouw Teiwes, oud-penningmeester van de vereniging.

Lesgebouw EHBO van 1987 tot 2017.
Lesgebouw EHBO van 1987 tot 2017.

Tot en met 2016 zijn alle lessen hier gegeven. Het hebben van een eigen leslokaal gaf de vereniging veel vrijheid bij de organisatie van de lessen en lezingen. Ook zijn er diverse ‘feestjes’ gehouden om de vele vrijwilligers te bedanken voor hun inzet. Onder de enthousiaste leiding van Theo Graas en Anton de Graaf is er door vrijwilligers veel tijd gestoken in het beheer van het gebouw. In de loop der jaren vroeg het van hout gebouwde lokaal echter steeds meer onderhoud en werd duidelijk dat het gebouw vanwege andere plannen met de locatie haar langste tijd had gehad.

In 2016 is tenslotte besloten om naar Cultureel Centrum Geesterhage te verhuizen. In december 2016 is er in aanwezigheid van leden en oud-leden afscheid genomen van het gebouw. Begin 2017 is het gebouw afgebroken.

Oefenen, veel oefenen

Ook zijn in samenwerking met omliggende EHBO-verenigingen oefeningen gehouden zoals in 1975 met Santpoort en in 1979 samen met de EHBO-vereniging uit Heemskerk. Ook werd er geoefend met de brandweer zoals in 1980 bij de gemeenteopslag en in 1981 bij de brandweerkazerne. Ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum werd op 24 april 2004 samen met de Castricumse brandweer, Ambulancedienst NHN, de politie en de Castricumse Reddingsbrigade een oefening gehouden op het strand en op strandplateau.

EHBO-oefening in 1970 nabij de Kramersweg.
EHBO-oefening in 1970 nabij de Kramersweg; van links naar rechts. Cor Botter, meneer Bloedjes, liggend mevrouw Schefferlie, mevrouw Krossell, mevrouw Teiwes en rechts mevrouw Van Staveren.

Het EHBO-diploma halen is een eerste stap, maar daarna vraagt het bijhouden en verdiepen van de kennis veel oefening. Daarvoor organiseert de vereniging niet alleen de jaarlijkse herhalingslessen maar ook regelmatig oefeningen. In 1970 vond een oefening plaats op de Kramersweg met een ‘echte’ aanrijding tussen een auto en fietser. Aan de oefening namen ook de ambulance en politie deel.

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd met regelmaat deelgenomen aan wedstrijden in het district en in het land. Tijdens deze wedstrijden konden de EHBO-verenigingen hun vaardigheden meten met andere EHBO-verenigingen. Op 4 oktober 1947 organiseerde de Castricumse vereniging voor het eerst een wedstrijd voor EHBO-kring Kennemerland. De oefening werd gehouden in Hotel Heerema in Castricum. Hieraan namen ploegen deel uit onder andere Heemskerk, Santpoort, Beverwijk/Hoogovens en Assendelft. De jury bestond onder meer uit de Castricumse dokters Van Nievelt en Van der Werff.

Eerste prijs Kringkampioenschappen 1954.
Eerste prijs Kringkampioenschappen 1954.

In 1954 won EHBO-vereniging CITO de eerste prijs bij Kringkampioenschappen en in 1974 veroverde de vereniging de eerste prijs bij landelijke wedstrijden in Gemert.


Jaarboek 42, pagina 26

In 2016 vond een grote oefening plaats met een busongeval waarbij zich onder de passagiers (bestaande uit onder meer LOTUS-slachtoffers en leden van Toneelvereniging Pancratius) veel verschillende slachtoffers bevonden. De betrokken EHBO’ers hadden hun er handen vol aan om te bepalen wie er als eerste geholpen moest worden.

Oefening met brandweer en ambulance in 2004.
Oefening met brandweer en ambulance in 2004.

En ook dit jaar (2019) heeft er ter gelegenheid van het 90-jarig jubileum op 19 mei een demonstratie-oefening plaatsgevonden in samenwerking met de Castricumse brandweer en ambulancedienst Noord-Holland Noord. Tijdens deze demonstratie is de samenwerking tussen de diverse hulpverleners getoond bij een ongeval met meerdere slachtoffers.

LOTUS

Om de werkelijke situatie zoveel mogelijk te benaderen maakt de vereniging bij veel van de hier genoemde lessen en oefeningen gebruik van zogeheten LOTUS-slachtoffers van Lotuskring Castricum. In 1963 werd de Landelijke Opleiding Tot Uitbeelding van Slachtoffers (LOTUS) in Nederland opgericht met als doel een ongevalsslachtoffer natuurgetrouw te kunnen uitbeelden. In 1983 werd de kring Castricum opgericht door Frits en Jenny Prijs; zij was ook bestuurslid bij de EHBO-vereniging.

Anton van Riel, die eveneens actief is geweest in dit bestuur en zijn vrouw Lideke, nog steeds lid bij de EHBO-vereniging, waren enkele leden van het eerste uur. Ook Arie Meijne, de eerste penningmeester van de kring, is nog steeds actief bij de Lotuskring en treedt nog regelmatig op als slachtoffer bij oefeningen en de lessen jeugd-EHBO in Castricum.


Jaarboek 42, pagina 27

Jeugd-EHBO

Sedert 1986 geeft een groep enthousiaste leden lessen jeugd-EHBO in Castricum. De eerste cursus werd in 1986 door mevrouw Beems gegeven aan groep 8 van de Sokkerwei. Op 6 mei 1986 vond het examen plaats onder toezicht van mevrouw Uhl en de heer Steensma. Tot grote opluchting van de kinderen slaagden ze alle 24 voor hun diploma jeugd-EHBO. Burgemeester Schouwenaar reikte persoonlijk de diploma’s uit. In het schooljaar 1986-1987 volgden de Augustinusschool en de Juliana van Stolbergschool het voorbeeld van de Sokkerwei.

Uitreiking van het jeugd EHBO-diploma.
Uitreiking van het jeugd EHBO-diploma aan Marjan Draisma door burgemeester Schouwenaar.

Enkele boekwerkjes uit deze jaren, met tekeningen en briefjes van de kinderen en leraren, geven aan hoe dit werk ook toen al erg gewaardeerd werd.

Ook nu nog geeft een groep vrijwilligers ieder jaar weer met groot enthousiasme les op zeven basisscholen van Castricum en Limmen en zien we elk jaar in de krant weer de foto’s van trotse geslaagde jeugd-EHBO’ers.

Strand

Reeds vanaf de eerste jaren na de oprichting is de EHBO tijdens het zomerseizoen op het strand vertegenwoordigd. Zo valt in de notulen van 1938 te lezen dat er in de ‘strandtent 122 maal hulp werd verleend. In de periode van 90 jaar is er gebruik gemaakt van diverse accommodaties op het strand variërend van een tent, een cabine en een strandwagen tot de huidige portakabins met terras, die op een paalfundering bevestigd zijn. In 1937 was de strandpost nog een eenvoudige cabine van houten platen die jaarlijks in elkaar gezet moest worden en los op het zand werd geplaatst.

Links dokter Leenaers in 1933 bij de strandpost.
Links dokter Leenaers in 1933 bij de strandpost.

In 1955 verzocht de vereniging de gemeente om een telefoonaansluiting aan te brengen in de strandtent van de EHBO. Als er namelijk dringend op het strand een dokter nodig was, moest men eerst naar de politiepost op het strandplateau lopen. Daarbij werd ook verwezen naar een incident dat beschreven staat: “Een jongetje van 4 jaar is van Wijk aan Zee naar Castricum komen lopen en liep op het strand te Castricum te huilen en werd als vondeling bij de EHBO-tent gebracht. Bedoeld ventje heeft toen van ongeveer half drie tot 6 uur bij de tent gezeten, doch ouders kwamen niet opdagen. Er was wel door de post Wijk aan Zee herhaalde malen naar Bakkum gebeld, maar in de politiepost was niemand aanwezig.”

In 1956 is daarom een ́nevenaansluiting van het nummer 460 van de politiepost ́ gerealiseerd en kon men vanaf de EHBO-post voortaan rechtstreeks telefoneren.

Ieder jaar aan het eind van het seizoen wordt de strandpost ontmanteld en opgeslagen. In 1965 werd de EHBO-wagen met een rupsvoertuig op z’n plaats gebracht. Tegenwoordig gaat dat met kranen die de portakabins op opleggers plaatsen voor vervoer van en naar de gemeentewerf.


Jaarboek 42, pagina 28

Zware schade na de storm in 1980.
Zware schade na de storm in 1980.

In 1940 is een groot deel van de strandtent verloren gegaan en in april 1941 werd daarom besloten om een nieuwe tent te maken met gebruikmaking van wat van de oude tent was gered. In april 1980 liepen de strandpost van de EHBO, evenals enkele paviljoens, forse schade op tijdens een zeer zware storm.

Plaatsing EHBO-wagen op het strand in 1965.
Plaatsing EHBO-wagen op het strand in 1965.

In 2002 werd de huidige strandpost in gebruik genomen. In deze professioneel uitgeruste post wordt jaarlijks tussen de 600 en 800 keer hulp verleend, variërend van het verwijderen van een splinter of het behandelen van een kwallenbeet tot de behandeling van botbreuken en hartklachten.

De opening van de strandpost in 1965.
De opening van de strandpost in 1965; van links naar rechts voor: Burgemeester Smeets, mevrouw Kroschell, mevrouw Schefferlie, N. van Staveren; achter: Tiny Kabel, Bloedjes, gemeentesecretaris Louter, wethouder Veldt, Tromp en Veenstra.

Ieder jaar wordt samen met de Castricumse Reddingsbrigade het strandseizoen met een feestelijk tintje geopend. Het is een mooie traditie dat de burgemeester of wethouder Strandzaken daarbij aanwezig is. Zo ook in 1965, getuige de foto waarop onder andere burgemeester Smeets en wethouder Veldt samen met het bestuur van de EHBO zijn vereeuwigd.

Samenwerking

De EHBO heeft altijd een goede samenwerking gehad met de voor het strand verantwoordelijke arts. In de beginjaren was dokter Leenaers een regelmatige bezoeker op de post en in de afgelopen decennia was dokter Leemhuis, die eveneens praktijk hield op de camping in Bakkum, de ‘vaste strandarts’ waar ook altijd even mee gebeld kon worden voor advies of ruggespraak. Na de pensionering van dokter Leemhuis is de samenwerking voortgezet met dokter Van der Maarel.

Op de strandpost werkt de EHBO al vanaf het begin nauw samen met de Castricumse Reddingsbrigade. Na eerst lange tijd vanuit verschillende strandposten te hebben gewerkt, zijn beide organisaties nu in één strandpost gehuisvest. Onder andere voor het vervoer op het water of het strand, maar ook voor de communicatie wordt daarbij gebruik gemaakt van het materiaal van de Castricumse Reddingsbrigade. Tijdens de gemeentelijke nieuwjaarsreceptie in 2013 ontvingen EHBO Vereniging Castricum en de Castricumse Reddingsbrigade samen de waarderingsspeld van de gemeente Castricum.

Met de toename van sport- en culturele activiteiten is in de loop der jaren ook de vraag naar EHBO’ers bij evenementen en toernooien toegenomen. In het archief komen wij aanvragen tegen van de Kennemer IJsclub (voor een vaste post op ijsdagen), voetbalvereniging CSV, gymnastiekvereniging VIOS, Wandelsportvereniging Kijk-Uit en RKSV Vitesse. Als blijk van waardering waren in 1965 diverse sportverenigingen bij de opening van het strandseizoen aanwezig.

Sportverenigingen bij strandafgang in 1965.
Sportverenigingen bij strandafgang in 1965.

Ook nu weten sportverenigingen en andere organisaties de weg naar de vereniging te vinden. De afgelopen jaren werden de vrijwilligers jaarlijks bij zo’n 15 verschillende evenementen ingezet.


Jaarboek 42, pagina 29

(Tekst gaat verder op pagina 30)

In 1937 was de EHBO post nog een simpele cabine.
In 1937 was de EHBO post nog een simpele cabine. De dames zijn van links naar rechts Cies Steeman, Stien Stet en To Juffermans. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Jaarboek 42, pagina 30

Het bestuur op de jubileumreceptie in 2019.
Het bestuur op de jubileumreceptie in 2019; van links naar rechts secretaris Ineke Valkering, penningmeester Jan Mooij, voorzitter Gosse Zoet, opleidingen Charlotte Verhagen en lesrooster Theo Roes. Niet op de foto: Aad Nijmeyer, bestuurslid hulpverlening en materialen.

De toekomst

Hoewel EHBO Vereniging Castricum dit jaar (2019,) 90 jaar oud is geworden, is ze nog steeds jong, actief en dynamisch. Mede dankzij de steun van de inwoners van Castricum bij de jaarlijkse donatie-actie, is de vereniging in staat om ieder jaar weer nieuwe hulpverleners op te leiden en haar leden bij te scholen. Ook wordt jaarlijks geïnvesteerd in nieuwe materialen voor de lessen en hulpverlening.

Tijdens de jubileumreceptie op 26 januari 2019 spraken zowel voorzitter Zoet als burgemeester Mans de wens uit dat de vereniging nog vele jaren in Castricum actief zal zijn. Of het nu op de strandpost is, bij een evenement of gewoon op straat bij een ongeluk(je): alle hulpverleners van de EHBO staan geheel vrijwillig klaar om hulp te verlenen en hopen dat nog vele jaren te blijven doen.

Jan Mooij

13 november 2023

Geheim agent Co Brandjes in de Tweede Wereldoorlog (Jaarboek 42 2019 pg 14-21)


Jaarboek 42, pagina 14

Geheim agent Co Brandjes in de Tweede Wereldoorlog

Gedenkteken Co Brandjes bij de dorpskerk naast de oorlogsgraven.
Gedenkteken Co Brandjes bij de dorpskerk naast de oorlogsgraven.

Naast de oorlogsgraven op de sfeervolle begraafplaats aan de noordkant van de dorpskerk staat een gedenkteken in de vorm van een houten kruis. Daarop de tekst: In memoriam Jack J. Brandjes, Co, Engelandvaarder Agent B.I. 1922-2000.

De naam Brandjes was ooit verbonden aan het winkelpand, bekend als ‘Huis met de Kogel’, bij de toegang tot de begraafplaats en de dorpskerk. Maar wie was Jack of Co en wat was de reden van de plaatsing van het gedenkteken op deze eervolle plek? Wat betekende agent B.I.? Kortom veel vragen. De speurtocht naar Co Brandjes leidde ook naar dorpsgenoot Ab Bleeker. Hun wegen scheidden zich maar voor beiden was de Tweede Wereldoorlog een cruciale fase in hun leven. Co Brandjes werd een van de geheim agenten waarvan bijna de helft is omgekomen. Hij heeft zijn bijdrage geleverd aan de bevrijding van Zuid-Nederland in het najaar van 1944, nu 75 jaar geleden.

Het volgens overlevering 300 jaar oude Huis met de Kogel dat Cor Brandjes in 1922 kocht van winkelier Pancras Kazenbroot. De kogel in de voorgevel, evenals die in de toren van de dorpskerk, zou nog zijn achtergebleven uit de gevechten met de Engelsen en Russen in 1799.
Het volgens overlevering 300 jaar oude Huis met de Kogel dat Cor Brandjes in 1922 kocht van winkelier Pancras Kazenbroot. De kogel in de voorgevel, evenals die in de toren van de dorpskerk, zou nog zijn achtergebleven uit de gevechten met de Engelsen en Russen in 1799.

Huis met de Kogel

Het was Cees Brandjes die toestemming had gekregen het gedenkteken bij de dorpskerk te plaatsen en er een gedeelte van de as van zijn oom te begraven die in 2000 is overleden. Cees: “De as was in bezit van de vriendin van mijn oom. Een ander deel van zijn as is in Florida. Hij heeft na een avontuurlijk leven zijn toekomst in Amerika opgebouwd. Daar werd hij Jack genoemd, maar zijn echte naam is Jacobus Johannes en zijn roepnaam was Co.”

Co was een Castricummer maar werd in Baarn geboren op 2 mei 1922. Dat kwam zo. Zijn vader Cor Brandjes (1885-1968) was de derde zoon van Nicolaas (Klaas) Brandjes en Eva Cornelisse die in de Oosterbuurt een landbouwbedrijf runden. Duidelijk was dat de oudste zoon het bedrijf zou overnemen. Cor moest wat anders zoeken. Hij trouwde met Maria Res. Familie van zijn vrouw had in Baarn een zaak in huishoudelijke artikelen. Het echtpaar verhuisde naar Baarn en nam deze winkel over. Hun eerste drie kinderen zijn daarom in Baarn geboren. Co was de laatste. Ondanks het predicaat ‘Hofleverancier’ liep de zaak niet geweldig en bovendien hadden Cor en Maria heimwee naar Castricum.

Magazijn van C. Brandjes.
Magazijn van C. Brandjes.

Pancras Kazenbroot, die in het oude ‘Huis met de Kogel’ ook huishoudelijke artikelen verkocht, wilde er wel een punt achter zetten en Cor en Maria besloten die winkel over te nemen.


Jaarboek 42, pagina 15

Co en zus Riet in de Burg. Mooijstraat. Co herinnerde zich dat hij vanaf die plaats nog het oude blauwachtig gepleisterde huis kon zien wat hem een vertrouwd gevoel gaf.
Co en zus Riet in de Burgemeester Mooijstraat. Co herinnerde zich dat hij vanaf die plaats nog het oude blauwachtig gepleisterde huis kon zien wat hem een vertrouwd gevoel gaf.

Na een paar jaar in het oude huis te hebben gewoond, besloten ze op dezelfde plaats een nieuwe winkel met woonhuis te laten bouwen. Het gezin verbleef tijdens de bouw in een ander huis in de Dorpsstraat en heeft de zaak daar tijdelijk voortgezet. Schoonvader Joh. Res voerde de nieuwbouw uit. In 1930 werd het voor die tijd moderne pand opgeleverd. Het was het eerste huis in het dorp met een kolengestookte centrale verwarming. Maria Geertruida (Riet) was het eerste kind dat in Castricum werd geboren. Het echtpaar kreeg negen kinderen van wie Cees en Dorothea jong overleden.

Het gezin van Cor Brandjes en Maria Res bij de dorpskerk. V.l.n.r.: Niek, vader Cor, Eva, Alie, Riet, moeder Maria en Co. Zittend Kees en To (Doortje was nog niet geboren).
Het gezin van Cor Brandjes en Maria Res bij de dorpskerk. Van links naar rechts Niek, vader Cor, Eva, Alie, Riet, moeder Maria en Co. Zittend Kees en To (Doortje was nog niet geboren).

Radiotelegrafist

Co en zijn broers en zusters doorliepen de rooms-katholieke lagere school van meester Van Westen. Tussen de middag rond de grote tafel aten ze warm, zoals toen gebruikelijk was. Om de beurt stonden ze op als er een klant de winkel in kwam. Dan zette je je bord even op het petroleumstel. De kinderen mopperden wel eens, omdat ze soms voor hele kleine dingetjes gestoord werden. Vooral moeder, die de meest zakelijk inslag had van het echtpaar, hamerde erop: “Altijd vriendelijk blijven. De volgende keer verkoop je misschien wel een nest schalen.”


Jaarboek 42, pagina 16

Voor Co stond al vroeg vast dat de winkel niets voor hem was. Hij wilde wat van de wereld zien. Zijn oudste broer Niek heeft de zaak in 1955 voortgezet al was hij liever muzikant. Niek speelde in verschillende bandjes en gaf ook muziekles. Menige vergadering in het dorp verluchtigde hij met piano- of accordeonmuziek.

Cor Brandjes, Maria Res en zoon Niek voor het in 1930 gebouwde winkelpand Dorpsstraat 61.
Cor Brandjes, Maria Res en zoon Niek voor het in 1930 gebouwde winkelpand Dorpsstraat 61.

Co volgde in Beverwijk de MULO. Dat was voldoende voor de opleiding tot radiotelegrafist. De Alkmaarsche Courant berichtte dat Co op 17 juli 1940 in Den Haag is geslaagd voor het diploma radiotelegrafist 2e klasse.

Eerste poging Engelandvaart

De Tweede Wereldoorlog was voor velen onverwachts uitgebroken en de Duitsers waren in het dorp gearriveerd. De plannen van Co om naar zee te gaan vielen in duigen. Met de een jaar oudere dorpsgenoot Ab Bleeker, die ook als radiotelegrafist was opgeleid, bedacht hij een plan. Ze vonden een oude reddingssloep op het strand en wilden daarmee in de nacht van 6 op 7 september 1940 de oversteek naar Engeland maken. Er was nog geen strenge bewaking op het strand.

Co pikte wat geld van zijn ouders om daarvoor roeispanen en proviand te kopen. Hij schreef een afscheidsbrief die een kennis pas de volgende ochtend moest bezorgen. De tekst is bewaard gebleven:

Lieve ouders, broers en zusters, als u deze brief ontvangt zijn wij weg met een boot vanaf het strand naar Engeland. Ik kan het hier niet langer volhouden. Mijn haat voor de Duitsers is groter dan de liefde voor thuis. Vergeef mij dat ik dit doe en ik hoop dat we elkaar terugzien als de moffen verslagen zijn. God behoede u.
Uw liefhebbende zoon en broer Co.

De brief is al ‘s avonds bezorgd in plaats van de volgende ochtend. De winkel leek helemaal donker en verlaten, maar dat kwam door de verplichte verduistering. Zijn ouders vonden de brief direct. Moeder liep huilend naar De Rustende Jager aan de overkant van de straat en vertelde wat er aan de hand was. De eigenaar speelde het nieuws door aan de politie en op de Zeeweg werden ze aangehouden. Misschien achteraf maar goed ook, want ze zouden het met de lekke sloep toch niet gered hebben. Thuis kregen ze geen vrolijke ontvangst.

Ab Bleeker vertelde: “De politie was al aan de deur geweest. Mijn vader gaf mij toen ik binnenkwam een klap voor mijn hoofd en zei stommerik, als je iets doet, doe het dan goed. Verder heb ik er niets meer over gehoord. Vader is nog enige malen bij de (NSB) burgemeester ontboden. Het dorp was er vol van en ik werd ‘Tommy’ en ‘Engelandvaarder’ genoemd.” Zowel voor Ab Bleeker als voor Co Brandjes hield het bij deze kwajongensachtige poging niet op.

Co Brandjes wereldreiziger

Co werd in 1996 door een neef overgehaald om iets over zijn leven te vertellen. Dat was wel bijzonder want van terugkijken hield hij niet. “Het is allemaal geweest en toch niet goed over te brengen.”

Al heel jong was zijn grote wens om wat van de wereld te zien. Hij wist nog precies wanneer die gedachte hem overviel. Toen hij 7 of 8 jaar was ontdekte hij in de huiskamer een boekje over de historie van Texas en gouverneur Sam Houston. Zijn belangstelling voor de rest van de wereld ontwaakte door dat boekje. Hij herinnerde zich dat moment zo’n zeventig jaar later nog steeds.

Ook de boeken van Emile Zola inspireerden hem. Hij wilde onafhankelijk zijn van alles en iedereen. Co moest en zou het land uit. Leven onder het juk van de bezetter was een ondraaglijke gedachte. Samen met zijn jeugdvriend Ab Bleeker wist hij in Frankrijk te komen met de bedoeling om vandaar via Spanje naar Engeland te reizen. Ver kwamen ze niet, omdat ze de gids niet konden betalen die ze over de Pyreneeën zou moeten helpen.

In juli 1942 monsterde Co aan op een schip naar Noorwegen en werd daar door de Duitsers tewerkgesteld bij een Nederlandse firma in Trondheim. Daar werkte hij als elektricien. Na een ziekenhuisopname wegens roodvonk kreeg hij de gelegenheid naar Nederland terug te gaan. Hij bleef in maart 1943 in het neutrale Zweden achter. Samen met andere jongens die naar Engeland probeerden te komen, werd hij als bosarbeider te werk gesteld. Volgens zijn familie heeft er nog een foto van hem als houthakker in een krant gestaan. In de avonduren leerde hij Zweeds van een geestelijke. Co moest er bijna een jaar op wachten, maar toen werd hij toch gevraagd om naar Engeland te komen om daar voor de Inlichtingendienst als parachutist/radiotelegrafist verder te worden opgeleid om in Nederland te worden gedropt.


Jaarboek 42, pagina 17

Voor hij vertrok, stuurde hij een kaartje aan zijn ouders waarin hij afscheid van ze nam in de wetenschap dat de kans groot was dat hij de oorlog niet zou overleven. Hij vroeg dringend om een laatste wens van hem te eerbiedigen en aan vriendin Ankie van de Broek in Amsterdam een foto van hem door te sturen als hij niet zou terugkeren.

Hij eindigde zijn brief met de woorden: Nu ouders vaarwel en hartelijk bedankt voor de vele goede zorgen die aan mij besteed zijn en ontvang een duizendtal kussen van jullie liefhebbende zoon en broer Co.

Een Havilland Mosquito, een tweemotorig jachtvliegtuig met twee piloten haalde hem op. Hij zat in het bommenrek op postzakken in een speciaal isolatiepak en had een zuurstofmasker op. Het was ijzig koud en bij aankomst in Schotland moest hij uit het toestel worden dragen. Dat was zijn eerste vliegervaring.

Co onderging in maart en april 1944 de gebruikelijke verhoren in Londen bij de Patriotic School en bij de Inlichtingendienst. Hij werd politiek betrouwbaar geacht door rechercheur Ernesto Pinto en kon vervolgens aan de opleidingen beginnen. Slechts 30 procent van de aspirant agenten voor het Bureau Inlichtingen heeft de testen naar behoren kunnen volbrengen. Het ging Co goed af mede dankzij zijn opleiding tot radiotelegrafist/marconist.

Parachutesprong 1944.
Parachutesprong 1944.

Parachutering van Hamerteen

De voorganger van Co Brandjes als geheim agent was de zich ‘Antonio’ noemende Van de Waal. Geheim agenten kregen hun opdrachten in Londen van het Bureau Inlichtingen dat de berichtgeving uit bezet gebied als hoofdtaak had. De opdracht was dat Van de Waal met een radiotelegrafie-set en veel geld naar een adres in Eindhoven moest. Op 7 mei 1944 is hij dichtbij het dropping-field terecht gekomen. Van de Waal werd op zijn reis naar Eindhoven opgepakt en hij overleed op 27 april 1945 in een Duits concentratiekamp.

Co Brandjes nam de plaats van Van de Waal in maar deze keer met een zender/ontvanger. Co was bestemd voor de spionagegroep ‘Harry’ de schuilnaam van ir. Theo Tromp, een hoge functionaris van Philips die na de oorlog nog even minister is geweest. De groep had dringend behoefte aan betrouwbare en snelle verbindingen en keek uit naar een codist-telegrafist. Co kreeg een pistool, een zelfmoordpil om te gebruiken als hij gepakt zou worden en een vals persoonsbewijs met de 16-jarige Jan Lammers als schuilnaam. Hij was inmiddels 22 maar kon nog wel voor een 16-jarige doorgaan. ‘Hamerteen’ werd zijn schuilnaam in het radioverkeer.

Zijn opdracht was zich te melden bij Tromp met zijn set en dertigduizend gulden bestemd voor de financiering van de verzetsgroep. Verder had hij materiaal bij zich voor het maken van microfilms. De parachutering vond plaats in de nacht van 5 op 6 juni 1944 tegelijk met de invasie in Normandië. Co kwam 25 kilometer van zijn ‘pin-point’ terecht. Het was een soort zesde zintuig dat hem ertoe dreef om te springen op een andere dan de afgesproken plaats. Co vertelde aan een neef dat drie Canadezen die iets later vanuit een ander vliegtuig sprongen, zijn doodgeschoten. De piloot liet de beslissing aan hem over met de woorden “It’s your life”.

Co had veel last bij zijn sprong van de leg-bag (plunjezak die aan zijn been was gebonden) en hij moest hem laten schieten. Eenmaal op de grond kon hij de zak in het donker tussen de dichte bosjes niet terugvinden. Hij prentte zich de omgeving van het Brabantse natuurgebied zo goed mogelijk in en zijn enige hoop was dat hij de leg-bag met behulp van zijn Eindhovense contactpersonen zou kunnen opsporen.

Na een lange nachtelijke wandeling kwam Brandjes ‘s morgens rond half tien aan bij de woning in Eindhoven waar hij zich moest melden. Afgesproken was dat als in de voordeur een potloodpunt uit de lijst naar buiten stak, dit onveilig betekende. Was er alleen een gaatje te bespeuren, dan kon de agent aanbellen. Brandjes constateerde dat de potloodpunt uit de lijst stak. Een dienstmeisje kon hem nog snel toefluisteren dat zijn contactpersoon veertien dagen daarvoor op zijn kantoor bij Philips was gearresteerd. Brandjes maakte dat hij uit Eindhoven weg kwam.

‘Jan Lammers/Hamerteen’ zocht naar andere wegen om in contact met Tromp te komen. Hij ontmoette de radiohandelaar André van Wijlen in Sprang-Capelle, medewerker van een andere spionagegroep, die ook met Tromp samenwerkte. Die kon hem inderdaad helpen bij het opsporen en bergen van de leg-bag.

Van Wijlen zorgde er ook voor dat Brandjes ir. Tromp kon ontmoeten. Ze konden het goed met elkaar vinden. Tromp wilde ‘Jan’ wel aan een baan helpen bij Philips maar niets stond hem zo tegen als een vaste baan en een uitgestippeld leven.


Jaarboek 42, pagina 18

Sprang-Capelle

Brandjes wilde zijn seinpost in Sprang-Capelle vestigen waar hem onderdak was geboden. Hij wilde liever daar blijven als hij vanuit Eindhoven van berichten kon worden voorzien. Het slechte seincontact met Londen viel mogelijk te verbeteren. Tromp kon aan dit verzoek door de verbindingsproblemen geen gehoor geven, zodat ‘Hamerteen’ met grote tegenzin toch naar Eindhoven werd overgebracht.

Bewijs van de dienstverlening van Co afgegeven door Montgomery.
Bewijs van de dienstverlening van Co afgegeven door Montgomery.

Tromp moest onderduiken en droeg de leiding van de groep ‘Harry’ over aan medewerker Van Steenis. De opvolger van Tromp zocht en vond een goede seinpost in de klokkentoren van de Sint Martinuskerk van Tongelre (Eindhoven-oost). De zender/ontvanger werd in het orgel verborgen gehouden en ‘Hamerteen’ kon vanuit de toren seinen.

Het zendcontact met Londen was vanuit deze unieke zendlocatie voortreffelijk maar Brandjes kon heel slecht met Van Steenis opschieten. Hij verlangde ernaar terug te gaan naar Sprang-Capelle. Daar had hij kennis gemaakt met diverse geallieerde piloten en leden van de spionagegroep ‘Albrecht’, met wie hij vriendschap had gesloten. In Tongelre verveelde hij zich omdat hij onvoldoende werk had.
De berichtgeving naar zijn post was heel schaars omdat de Duitsers, naar aanleiding van de snel oprukkende geallieerden, links en rechts executies uitvoerden en de berichten aanvoer daardoor dwarsboomden.

Als hij opdrachten kreeg voerde hij die uit. Via ‘Hamerteen’ en ook via andere kanalen werden heel belangrijke militaire berichten doorgegeven, vooral over de reorganisatie van de Duitse tankdivisies en de uit Duitsland gekomen versterkingen. Deze berichten hadden de geschiedenis een andere wending kunnen geven maar Montgomery legde de meldingen en waarschuwingen uit Nederland naast zich neer en zette de operatie ‘Market-Garden’ door. De geallieerden leden in september 1944 een zware nederlaag.

Brandjes nam het in Tongelre niet erg nauw met de veiligheidsregels. Dit leidde tot fikse meningsverschillen met Van Steenis. In september had Brandjes er genoeg van. Hij legde een briefje voor ir. Tromp neer en keerde op eigen gelegenheid naar Sprang-Capelle terug. Hij hoopte voor spionagegroep ‘Albrecht’ actief te kunnen zijn hetgeen ook het geval is geweest.

Grote delen van Nederland waren inmiddels bevrijd. Op 5 oktober 1944 wist Brandjes Eindhoven weer te bereiken. Het Bureau Inlichtingen was intussen naar die stad overgeplaatst. Co stelde kolonel Somer voor hem opnieuw in bezet gebied te parachuteren maar dan met mogelijkheden meer activiteiten te kunnen ontplooien.

Het werd hem echter kwalijk genomen dat hij op eigen initiatief terug was gegaan naar Sprang-Capelle. Hij moest terug naar Engeland, waar hij werd gedegradeerd en ontslagen bij het Bureau Inlichtingen. “Een zekere onrechtvaardigheid in dit vonnis valt ook hier te bespeuren” schreef Frank Visser in zijn boek over de Geheime Inlichtingendienst. Co zelf kon het niet accepteren dat dit hem overkwam ondanks het belangrijke werk dat hij had gedaan. Hij zei erover: “Ik werd als een halve misdadiger behandeld.”

Pasfoto van Co uit zijn eerste Amerikaanse  paspoort (1949).
Pasfoto van Co uit zijn eerste Amerikaanse paspoort (1949).

Co Brandjes de wijde wereld in

Co was naar Engeland teruggekeerd met een speedboot vanaf Oostende. Hij had in militaire dienst kunnen gaan en uitgezonden worden naar Australië. Maar hij had even genoeg van leger en oorlog. Hij monsterde in Liverpool op de SS Ruysdaal aan als marconist. Het was op die reis dat bij Gibraltar het bericht doorkwam dat de oorlog voorbij was.

In Buenos Aires kocht hij van alles voor zijn familie in Nederland. Een Canadese legerwagen bracht meer dan 13 kisten goederen van Rotterdam naar Castricum. Hij had kleding, sigaretten, schoenen, chocolade, koffie, enzovoorts in Argentinië gekocht, omdat hij had gehoord dat er in Nederland niets meer te koop was. Het was groot feest bij de familie Brandjes.

Co voer weer verder maar in Norfolk Virginia werd hij ziek en kwam in een hospitaal terecht. Toen hij eruit kwam, was zijn schip vertrokken. Hij las dat iemand met 25 dollar op zak door heel Amerika was getrokken. Co had 50 dollar dus dat moest hem zeker lukken. Hier en daar werkend, onder andere op een grapefruitfarm in Californië hield hij het een paar maanden vol. Een probleem was dat hij nog steeds illegaal in Amerika verbleef en geldgebrek had. Overal hingen affiches met ‘Join the Army’. Het was niet moeilijk om militair te worden.


Jaarboek 42, pagina 19

Na een training werd hij uitgezonden met een bezettingsleger naar Japan en zelfs bevorderd tot sergeant Communication. Daar heeft hij op de basis nog een paar maanden een winkeltje gerund waar hij drank en sigaretten verkocht. In zijn vrije tijd heeft hij nog veel van Japan gezien.

Na zeven maanden was hij terug in Amerika en wilde hij zo snel mogelijk het leger weer uit. Na terugkeer is zijn aanvraag voor het Amerikaans staatsburgerschap ingewilligd.

Onderscheiding

Op 14 juli 1949 vertrok een klein gezelschap uit Castricum naar Sliedrecht. Het waren Co Brandjes met zijn vader en moeder en Co Res. Co zou uit handen van prins Bernhard een onderscheiding ontvangen voor zijn dappere daden in de oorlogsjaren. Bij Koninklijk Besluit van 30 augustus 1948 nummer 8 is hem het Bronzen Kruis toegekend wegens zijn verdiensten als parachutist/marconist. Drie personen mochten erbij zijn.

De dapperheidsonderscheiding Bronzen Kruis.
De dapperheidsonderscheiding Bronzen Kruis.

De gebeurtenis staat in een piepklein aantekenboekje dat zus Riet bijhield gedurende de jaren dat ze in een sanatorium in Rosmalen was opgenomen wegens tuberculose. Ze noteerde op 14 juli 1949: “Ik vind het zo’n eer voor vader en moeder en Co en voor ons allen. Ik ben echt trots op hem.” Inmiddels heeft ze een hoge leeftijd bereikt maar trots op haar broer is ze nog steeds.

Tussen maart 1943 en april 1945 werden 43 geheim agenten uitgezonden. Daarvan kwamen er 19 om het leven. Zoals dr. Lou de Jong schrijft in deel 9 van ‘het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’ hebben die agenten veel militaire en civiele gegevens naar Londen kunnen doorgegeven, mede dankzij de spionagegroepen. Het zenden uit bezet gebied was moeilijk en riskant. Marconisten moesten niet langer dan 20 minuten in de lucht blijven en die tijd was vaak te kort.

Het Bronzen Kruis voor ‘moedig of beleidvol’ optreden was zeker verdiend. Voor Co was de onderscheiding niet nodig. Hij ging alleen maar naar de uitreiking omdat zijn omgeving er meer van onder de indruk was dan hijzelf en omdat zijn vriendin prins Bernhard wel eens wilde zien. Co vertelde dat ze naast de prins heeft gezeten. Voor haar kon deze dag niet meer stuk.

V.l.n.r. Ab Bleeker, Pé Pepping, en Jan Reijnders na aankomst in Zwitserland.
Van links naar rechts Ab Bleeker, Pé Pepping, en Jan Reijnders na aankomst in Zwitserland.

Hoe het vriend Ab Bleeker is vergaan

Na de mislukte oversteek naar Engeland samen met Co Brandjes besloot Ab met vier andere jongens in 1943 de kans aan te grijpen vrijwillig in Zuid-Duitsland te gaan werken. Vandaar zou hij naar het neutrale Zwitserland vluchten en vervolgens naar Engeland komen. Als de familie een brief zou ontvangen met de zin: “Wij gaan naar Co (Co Brandjes)” betekende het dat de ontsnapping uit Duitsland gelukt was.

Het gezin Bleeker woonde aan het Dokterspad dat na de oorlog Dokter Leenaersstraat werd genoemd. Ab was samen met zijn vriend Co in het begin van de oorlog bijna een jaar in Frankrijk geweest. Ze werkten eerst als bouwvakkers in Compiègne en later in Bordeaux. Zuster Lenie herinnert zich dat Ab op verzoek van dokter Leenaers medicijnen meebracht. Door het verblijf in Frankrijk spraken beiden een aardig woordje Frans.

Door Gert-Jan Bremer is het verhaal van de tocht van Ab naar Zwitserland uit de mond van een van de leden van de groep, Wim Pepping, opgetekend. Na vele omzwervingen en avonturen werd de reis uiteindelijk met succes bekroond. Ze wisten in een plaats dicht bij de grens te komen. Ab Bleeker had de route verkend. Toen het donker werd, gingen ze voorzichtig op pad en liepen in de richting van een dorp. Daar hielden ze iemand aan met de vraag “Wo sind Wir?”. Tot hun grote vreugde was het antwoord “Du bist in der Schweiz”. De vlucht was gelukt. Ze werden in een interneringskamp geplaatst.

Het bereiken van Engeland was nog steeds het doel. Via Frankrijk en België konden de mannen zich tenslotte in Zeeland weer aansluiten bij het 16e Regiment Infanterie waarbij ze voor de capitulatie hun dienstplicht vervulden.

Op 13 april 1945 zette koningin Wilhelmina de eerste stap op Nederlandse bodem en de compagnie vormde een erewacht. Wim Pepping: “Ze liep langs ons, ik zie haar nog zo gaan, en ze zei dank je wel Engelandvaarders. Dat maakte grote indruk op mij.” Later hebben de jongens nog dienst gedaan in Duitsland voor de bewaking van krijgsgevangenen.


Jaarboek 42, pagina 20

Ab tekende na de oorlog vrijwillig voor militaire dienst in Indië. Daarvoor is hij nog wel een paar maanden in Engeland geweest voor een opleiding bij de RAF. Hij vertrok na zijn diensttijd met zijn vrouw Ilse, die hij in Indië had ontmoet, naar Amerika. Dat was mogelijk door een borgstelling van vriend Co Brandjes. Ab is tenslotte amanuensis geworden op de universiteit van South Californië en overleed in Valinda op 26 december 1991.

Tussen Amerika en Nederland

Over het verdere leven van Co Brandjes is nog een boek te schrijven. Hij trouwde rond 1950 met Greta van der Brug, een protestants meisje uit de Dorpsstraat die al een tweeling had. Voor het huwelijk was dispensatie nodig van de kantonrechter, omdat beide ouders geen toestemming verleenden. Ze vertrokken naar Amerika. Co heeft er van alles ondernomen. Hij is in New Jersey een camping begonnen, maar het gezeur van de gasten was hij gauw zat. Later in Florida heeft hij ook van alles aangepakt en hij was daar onder andere melkboer.

Co Brandjes omstreeks 1980.

Co Brandjes omstreeks 1980.

Heel toevallig kwam hij erachter dat er wel wat viel te verdienen met het kweken van ‘ixora’s’, een bloeiende struik die als heg gebruikt kan worden. De onderneming werd een groot succes. Zijn huwelijk met Greta liep na 12 jaar op de klippen. Hun kinderen zijn in Florida gesetteld.

Co en zijn neef Cees Brandjes bij de Ixora-kwekerij.

Co en zijn neef Cees Brandjes bij de Ixora-kwekerij.

Vaak vlogen broers, zusters en neven naar Florida en ook Co zocht zijn familie regelmatig op. Co onderging in Nederland drie zware operaties. Riet en ook zijn andere zussen waren een grote steun voor hem. Zijn wens was nog eens een reis te maken langs de westkust van Amerika.

Hij zocht en vond een reisgenote uit Nederland. De laatste 15 jaar woonde hij met haar afwisselend in Florida en in Nederland. Co overleed 79 jaar oud op 14 januari 2002 in Florida. Het bescheiden monumentje bij de oorlogsgraven, vlakbij zijn ouderlijk huis, is een mooie herinnering aan onze dappere dorpsgenoot.

Niek Kaan

  • Bremer, Gert-Jan, de vlucht van Ab Bleeker, Cor Hoek, Wim en Pé Pepping, interview;
  • Dessing, Agnes, ‘Tulpen voor Wilhelmina, de geschiedenis van de Engelandvaarders’, 2005;
  • Interview met Co Brandjes uit 1996;
  • Jong, Lou de, ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’, Ned. Instituut voor Oorlogsdocumentatie, delen 7 en 9;
  • Nationaal Archief Den Haag, archief ministerie van Justitie Londen;
  • Mondelinge informatie van zuster en neven van Co Brandjes en Ab Bleeker;
  • Ned. Instituut voor Oorlogsdocumentatie;
  • Regionaal Archief Alkmaar en Gemeentearchief Castricum, de heer H. Stigt;
  • Visser, Frank, ‘De bezetter bespied, De Nederlandse Geheime Inlichtingendienst in de Tweede Wereldoorlog’, 1983.

Jaarboek 42, pagina 21

Co Brandjes.
Co Brandjes.

Korte genealogie van de familie Brandjes

Nicolaas (Klaas) Brandjes (1852-1928) is geboren en getogen in Uitgeest en gaat op 32-jarige leeftijd in 1884 wonen in Castricum in de Oosterbuurt. Hij was zeven jaar eerder gehuwd met Eva Cornelisse uit Uitgeest. Bij hun komst naar Castricum hebben zij drie kinderen. In Castricum worden er nog drie geboren.

Klaas is veehouder en koopt in 1885 de boerderij aan het Cronenburgerlaantje. Onder de zes kinderen van Klaas en Eva zijn drie zoons die de naam Brandjes in Castricum verder zullen verspreiden:

  1. Jan
  2. Cor en
  3. Dirk.

  1. Jan Brandjes (1879-1964) is tuinder, voorzitter van veiling ‘Ons Belang’. Hij woonde in de boerderij op de hoek Burgemeester Mooijstraat-Geelvinckstraat. Hij trouwt met Jans Schotvanger.
    Jan en Jans krijgen zeven kinderen: 1. Eva trouwt met Simon Stuifbergen; 2. Griet trouwt met Jo Krimp, 3. Trien trouwt met Rinus de Ruijter, 4. Door trouwt met Cor van den Berg; 5. Klazina trouwt met Henk Meuleman, 6. Klaas, tuinder, ongehuwd en 7. Coba ongehuwd woonde in de Burgemeester Mooijstraat.
  2. Cor Brandjes (1885-1968) heeft een winkel in huishoudelijke artikelen en speelgoed aan de Dorpsstraat (huis met de kogel). Hij trouwt met Maria Res; zij krijgen negen kinderen, waarvan twee zeer jong overleden; de overigen 1. Niek zet de zaak van zijn vader voort, trouwt met Ans Pepping, 2. Alie trouwt met Jaap Baltus; 3. Co de hoofdpersoon van dit artikel; 4. Eva trouwt met Douwe Nota; 5. To trouwt met Johannes van den Burg, woonde in Amerika; 6. Riet was medisch analiste en 7 Doortje trouw met Kees Kraakman.
  3. Dirk Brandjes (1889-1975) is veehouder op boerderij ‘Nooit Verwacht’ in de Oosterbuurt, trouwt met Maria Roskam; zij kregen zes kinderen: 1. Niek, veehouder, ongehuwd; 2. Jan trouwt met Jo de Wit; 3. Theo trouwt met Toos Warmerdam; 4. Piet werkte bij de gemeente, ongehuwd; 5. Eva trouwt met Jan de Wit en 6. Cor, veehouder in de Oosterbuurt, ongehuwd.

13 november 2023

Kasteel ontdekt: ‘’t Blockhuijs’, aan de rand van de Breewechergeest (Jaarboek 42 2019 pg 3-13)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 42, pagina 03

Kasteel ontdekt: ‘’t Blockhuijs’, aan de rand van de Breewechergeest

De Uitgeesterweg met de Witte brug.
De Uitgeesterweg met de Witte brug. Foto beeldbank Oud-Castricum.

Jeugdherinneringen

De Oosterbuurt van Castricum is voor mij een bron van jeugdherinneringen. Het was de buurt waar mijn verkenning van de wereld begon, vanuit de Leo Toepoelstraat waar ik woonde.

Een van die herinneringen is de eerste schaatstocht met mijn vader. Over het ijs van een slootje aan de Doodweg vlakbij de stolpboerderij van De Wildt, liepen we naar de spoorsloot. Aan de rand van die brede sloot werden de schaatsen ondergebonden. Mijn vader was er als eerste mee klaar. Met heel veel zin stond hij op, en gleed meteen onderuit. Toen leerde ik hoe ongemeen moeilijk het kon zijn om in zo’n geval je lachen in te houden. En ik wist gelijk dat het ijs gevaarlijk kon zijn. In die tijd was er geregeld genoeg vorst om in de polder te kunnen schaatsen. Wat ik dan ook graag deed met jongens uit de buurt. Magisch was het als je aan de andere kant van het spoor had geschaatst op het ijs van het water ‘de Schuitenkamp’. Later begonnen de schaatstochten op de Cronenburgervaart. Vandaar was de tocht naar de Groene brug in de provinciale weg, waar we onderdoor gingen, op naar de Dogmolen met als einddoel het Uitgeestermeer.

In de Cronenburgervaart gingen we vaak vissen, op een grasveldje bij de Witte brug in de Uitgeesterweg, die we ‘het zwarte padje’ noemden. Een van mijn mooiste jeugdherinneringen is dat ik alleen ging vissen, voorbij de Witte brug links het damhek over en dan achter in het weiland aan de Hendriksloot. Ik viste niet echt. Op mijn rug in het gras gelegen zocht ik hoog in de lucht naar de leeuwerik die ik hoorde en genoot volop van zijn gezang. Niet ver daar vandaan, in de bocht van de Uitgeesterweg keek ik jaren later vol bewondering naar een groep kleurige kemphanen, die op hun toernooiveldje druk in de weer waren.

Archeologie

Toen ik op de middelbare school zat en de wijk Molendijk bouwklaar werd gemaakt, vond ik naast een bouwput veel aardewerkscherven. Mijn belangstelling voor archeologie was gewekt en is daarna altijd blijven bestaan. Mijn eerste spreekbeurt ging erover. Ik wilde vervolgens weten waar in Castricum oude plekken waren en raakte geïnteresseerd in het land bij boerderij Kronenburg. Een eerste artikel daarover was het resultaat (2e Jaarboekje Oud-Castricum, 1979). Later vond ik oude tekeningen van kasteel Kronenburg.

Kasteel Kronenburg.
Kasteel Kronenburg. Heemstederweg 1 in Castricum, 1640. Tekening van Roeland Roghman, hij behoorde tot een groep kunstenaars uit de 2e helft van de 17e eeuw, die een zo natuurgetrouw mogelijke afgestemde weergave van vooral architectonische onderwerpen nastreefde. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In 1996 voerde het archeologisch onderzoeksbureau RAAP onderzoek uit op de kasteelplaats Cronenburg. Ik was daarbij betrokken en gaf de onderzoeker aanwijzingen over de locatie van de fundamenten maar ook over een tweede locatie, aan de noordkant van de boerderij. Op oude luchtfoto’s had ik een verhoging gezien aan de rand van de Cronenburgervaart. De fundamenten van Cronenburg werden in kaart gebracht en aan de rand van de vaart kwam inderdaad een tweede structuur in beeld. De kasteelplaats Cronenburg werd uiteindelijk in 2003 het eerste provinciaal archeologisch monument. Die status biedt bescherming maar blijkt in de praktijk ook een slot te zijn op verder onderzoek. Van de gevonden tweede structuur zijn ruim 20 jaar later nog steeds de betekenis en de ouderdom niet bekend.

Situatieschets van Kronenburg.
Situatieschets van Kronenburg. Heemstederweg 1 in Castricum. Op de schets zijn een aantal bekende plaatsen genoemd zodat wij een idee kunnen krijgen waar het kasteel
 zich bevond. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Binnen het gebied van het archeologisch monument Cronenburg liggen de ‘Goudtuinen’. In mijn jeugd had Cees Beentjes daarop zijn gemengde bedrijf met koeien en tuinen. Ik zou er regelmatig langs gaan, want de scherven en stenen die hij bij het spitten op zijn land tegenkwam, bewaarde hij voor mij in een emmer naast zijn huis. Zijn medewerking leverde vele vondsten op die naar de Werkgroep Oud-Castricum werden gebracht. Ik bezocht de polder meestal per fiets en ik begon bij de Doodweg, langs de boerderij van Van der Hulst, de boerderij van Piet Dam met de bunkers aan de Oosterbuurt, via de Cronenburgerlaan en de Heemstederweg.

De boerderij van de familie Van der Hulst (1981-1982, verbrand in 1999).
De boerderij van de familie Van der Hulst (1981-1982, verbrand in 1999). Foto Ton Revers.

Jaarboek 42, pagina 04

Ontdekking

Zo ben ik ook later nog veel langs de Doodweg gereden. Ik kende inmiddels een oude kaart van de Castricummerban, getekend door Reinier Ottens in de eerste helft van de 18e eeuw. Daarop staan twee gebouwen langs de Doodweg weergegeven, met de naam ‘’t Blockhuijs van de Lecq’. Daardoor ben ik er al die tijd van uitgegaan dat de oude boerderij van Van der Hulst vroeger ‘het Blokhuis’ werd genoemd.

Kaart van de Castricummer-Ban, getekend door Reinier Ottens (I), 1708-1793 (Rijksmuseum, Amsterdam). Rechts van het midden staat bij twee huizen geschreven ‘’t Blockhuijs van de Lecq’.
Kaart van de Castricummer-Ban, getekend door Reinier Ottens (I), 1708-1793 (Rijksmuseum, Amsterdam). Rechts van het midden staat bij twee huizen geschreven ‘’t Blockhuijs van de Lecq’.

Tien jaar geleden ging ik me afvragen wat er eigenlijk in Castricum was geweest in de tijd voor Cronenburg. Sindsdien spitste mijn onderzoek zich toe op het ontstaan van Castricum in de Vroege Middeleeuwen en besteedde ik veel aandacht aan veldnamen als bron van informatie.

Bijzonder groot was de verrassing toen ik, bij toeval, een tweede kasteel in Castricum ontdekte en nog wel op steenworp afstand van Cronenburg. Hieronder volgen nu enige resultaten van het onderzoek van veldnamen, grondtransacties en leenregisters betreffende die ontdekking. Daaruit en door aanvullend archeologisch bureau- en veldwerkonderzoek ontstaat langzamerhand een beeld van de inrichting en de omgeving van de ‘nieuwe’ kasteelplaats aan de Doodweg.


Jaarboek 42, pagina 05

Groot Leen

In 1338 maakt ridder Jan van Polanen met een oorkonde aan een ieder bekend dat Claes Heeren Dircxzoon zijn huis waar hij in woont aan hem heeft opgedragen. Ridder Jan mag het als een vrij eigen goed gebruiken. Bij het huis hoort een heemwerf met alles wat Claes Heeren Dircxzoon daarop maakt of laat maken, evenals een akker land ‘naast de laan aen de westzijde’.

Volgens het Middelnederlands Woordenboek is een heemwerf een afgesloten, omheind of door water omgeven erf. Het geheel ligt en staat binnen het Ambacht van Castricum. Met de akte maakt Jan van Polanen tevens bekend dat hij dit huis en omschreven land aan Claes Heeren Dircxzoon en zijn nakomelingen te leen heeft gegeven en zal geven. Zij mogen het van de ridder en zijn nakomelingen als leen behouden. De ridder voorziet de oorkonde van zijn zegel. Claes Heeren Dircxzoon wordt daardoor leenman en geniet bescherming van de leenheer en ridder. Als tegenprestatie zal hij hem met raad en daad dienen. Een en ander is geregeld met het afleggen van ‘den eedt der leenmannen’.

Oorkonde uit 1338 van Jan van Polanen over het huis van Claes Heeren Dircxzoon, met een heemwerf en een akker naast de laan aan de westzijde in het Ambacht van Castricum (akte in het Leenhof van Polanen in het archief van de Nassausche Domeinraad).
Oorkonde uit 1338 van Jan van Polanen over het huis van Claes Heeren Dircxzoon, met een heemwerf en een akker naast de laan aan de westzijde in het Ambacht van Castricum. Akte in het Leenhof van Polanen in het archief van de Nassausche Domeinraad.
Zegel van Jan van Polanen.
Zegel van Jan van Polanen. Stadsarchief Breda.

In 1353 is de leenheer ‘Jan II van Polanen en van der Lecke en Breda’, en erft Dirck Lisse het leengoed: “Dirck Lisse Claes Heeren dircx z syn huysinge ende den werff daer hij woent den Nuwenwerf ende den Elsbosch metten Voerhoofden, dit goet droech hy nae opden heere van d(er) Leck, om dat hy thuys verset hadde”.

Het leen komt in 1395 in handen van Gerard Dirk Lissenz. en in 1472 wordt Alke Jansz. als leenman vermeld. Door de akten uit de 14e eeuw weten we dat de eerste leenman van de heemwerf met het huis ‘Claes Heeren Dircxzoon’ was en dat leenheer Jan II van Polanen dit leen later heeft herbevestigd nadat Dirck Lisse zijn huis had verzet. Centraal in deze oude documenten staat het begrip ‘heemwerf’. Binnen de heemwerf te Castricum stond in 1338 kennelijk een huis waar Claes Heeren Dircxzoon in woonde en daarbij was een laan met aan de westzijde een akker.

In 1353 blijkt er bij de oude werf een nieuwe werf te zijn aangelegd, met of bij een Elsbos met ‘voorhoofden’. Deze veldnaam heeft als betekenis ‘het front of de voorgevel van een bepaalde plaats’. In dit geval kan er het voorhof van de nieuwe werf mee zijn bedoeld. Zo is er een heemwerf ontstaan die bestaat uit een oude werf, een nieuwe werf en een voorhof met een elzenbos. Zo’n elzenbos kan zijn aangeplant om het zicht op de voorhof te ontnemen en was een bron van hout voor eigen gebruik zoals bijvoorbeeld brandhout en het maken van stelen voor gereedschap.

In 1338 wordt een eerste leen beschreven, later gevolgd door een tweede leen. Beide lenen worden in 1395 verenigd. Door de Kort worden ze als volgt beschreven: “De oude heemwerf met de timmering (1673: en het akkerland naast de laan aan de westzijde, en de nieuwe werf, en het elsbos met het voorhof aldaar, oost: Cornelis Pancrasz. met de Blockhuisven, zuid: Cornelis Pancrasz. met de Hoyven, west: Adriaan Pancrasz. met de voorweide, noord: de achterweg)”.

Een belangrijke bron voor historisch onderzoek bleek het Oud Rechterlijk Archief van Castricum te zijn (ORA). Het bestaat uit beschrijvingen van vele honderden grondtransacties in de jaren 1580 tot 1810.

In 1581 wordt een onderpand beschreven bestaande uit een werf, hofstede en boomgaard met een vennetje erachter, genaamd ‘de Venick’. Als een naast en ten westen van deze werf liggend perceel wordt genoemd: ‘de Blockesven’.

Volgens een andere oude transactie koopt Bancraes Jeroensz. op 1 oktober 1589 een stuk land met de naam ‘de Halve Bluckisven’. Het land ten zuiden en ten westen daarvan is dan al in zijn bezit. Het woord ‘Bluckis’ is een verbastering van ’Blockhuijs’, want een paar jaar later komen we het tegen als ‘Bluckhuisven’.

En gelijkend op het ‘Blockesven’ uit 1581, wordt het in 1613 het ‘Blocksven’ genoemd. Het betreft de veldnaam van een weide die naar een ‘Blockhuijs’ verwijst.


Jaarboek 42, pagina 06

Basismodel van het ‘groot leen’ met een interpretatie van de inrichting van de oude en de nieuwe heemwerf van ‘t Blockhuijs, met de laan en de akker gelegen aan de Achterweg (Doodweg).
Basismodel van het ‘groot leen’ met een interpretatie van de inrichting van de oude en de nieuwe heemwerf van ‘t Blockhuijs, met de laan en de akker gelegen aan de Achterweg (Doodweg).

Heemwerf

Het leen van Claes Heeren Dircx zoon blijkt inderdaad aan zijn nakomelingen te zijn doorgegeven want enkele van de akten, waarin dat wordt bevestigd, zijn bewaard gebleven. Op 25 april 1636 komt het als ‘groot leen’ in handen van Claes Jansz., na het overlijden van zijn vader Jan Pancraes, zoon van Pancras Jeroense.

Het groot leen omvat: “Die oude heijmwerft met alle die timmeringe die daer op is oft comen mochte en een acker landts aldernaest die lanen gelegen aende westsijde der nieuwerft en dat Elsbohs, metter voorhoft, alle te samen gelegen is onder ambachte van Castricum.” Het staat daarnaast vermeld als: “Die oude heemwerff daer blockhuijs van der Leck op gestaen heeft.”

De locatie van het leen wordt eveneens beschreven: “In ter tijt belent hebben aen Oostsijde Blockhuijsrevenne van Cornt Pancraesz., ten suijden die hoijvenne van der selve, aen de Westsijde de Voorweijt van Adriaen Pancraesz. en ten Noorden de achterwech …”.

De heemwerf wordt in 1636 een ‘oude heijmwerft’ genoemd, het terrein waarbinnen ooit een Blockhuijs heeft gestaan en dat bezit was van de heer of de familie Van der Leck. Het lag ten zuiden van de Achterweg. Op de oude heemwerf staan ‘timmeringe’, waarmee gebouwen worden bedoeld. Er mag nog meer op worden gebouwd.

Opnieuw wordt de akker naast en ten westen van de laan vermeld. In deze beschrijving worden de nieuwerft en het Elsbohs in een adem genoemd, en dan nog het voorhof. Het ligt allemaal bij elkaar; het ‘groot leen’ is een complex van onderdelen.

Bovenstaande archiefgegevens over de oude en de nieuwe heemwerf in hun onderlinge relatie vragen nu om een interpretatie. Dat levert het volgende basismodel op van de inrichting van de heem- werf van ‘t Blockhuijs en de directe omgeving daarvan.

Volgens de beschrijving van de verkoop in 1642 van een stuk land met de veldnaam ‘de Blockhuisven groet’, lag ten westen daarvan ‘het Leenlant’. Op 20 november 1645 verkoopt Cornelis Banckersz. het perceel ‘de Blockhuijsven’, ter grootte van 939 roeden aan Jan Jacopsz.

Ten zuiden ervan ligt ‘de Veenick’ en ten westen ‘het voorste van de Hooijven met het Leenlant’. Jan Jacopsz. wordt daarbij ook eigenaar van het ‘voorste van de Hooijven’ van 697 roeden, met ten zuiden daarvan ‘het weerdeel van genoemde Hoeijven’, ten westen de Voorweijt en ten noorden ‘het Leenlandt’. Hij koopt ook nog ‘de Velst’ van 212 roeden, met ten westen ‘het achterste van genoemde Hoeijven’, en ten noorden ‘de Hooge Acker’ met ‘een vrije notwech over het Leenlandt’.

Als op 5 januari 1673 Jan Claesz. het leen ontvangt, wordt het weergegeven als: “De Oude Heijmwerff met alle de timmerayie die dear op is oft coomen mach, ende een acker landts aldernaest der laen gelegen aen de westsijde den Nieuwenwerff, ende dat elsbosch metten voorhoff, al te samen gelegen in den ambacht van Castricum”.

Jan Claesz, inmiddels wonende in Schotervlieland, bekent in mei van dat jaar 200 gulden schuldig te zijn, waarvoor hij als onderpand geeft: “Een akker land, groot 200R, gemeen of te annex een stuk land, genaamd de weijt daer het Blockhuijs Van der Leck op gestaen heeft, dat leen is en hem comp. toebehoort, belend in ’t geheel ten O(osten) en ten Z(uiden) Aerjan Florisz., ten W(esten) Neeltjen Huysen Hoffstee, ten N(oorden) het Achterwegje”.

Het leen gaat in 1676 (of 1697) over op Bancris Jansz. Deze heeft in die tijd eveneens een schuld en hij verzoekt om als hypotheek te verbinden: “De oude werf en ‘t elsbos met het voorhof, belend ten O(osten) de Blockhuijs venne van Cornelis Bancrisz., ten Z(uiden) de Hoffvennen van de selven, ten W(esten) de Voorweijdt van Aerjan Pancrisz, ten N(oorden) de Achterwerf …”


Jaarboek 42, pagina 07

Met ‘Achterwerf’ wordt hier waarschijnlijk ‘Achterweg’ bedoeld. Bancris Jansz. heeft in 1677 een onderpand met als een van de onderdelen: “De helft van 47R land, genaamd de Laen, belend ten O(osten) Aerjan Florisz, ten Z(uiden) en ten W(esten) het Leen, ten N(oorden) de Achterwegh.”

Op 10 oktober 1676 wordt, nadat Claes Jansz. is overleden, Pancraes Jansz. de nieuwe leenman. Zijn leen wordt in 1694 vermeld als ‘Bancras Jansz. Leek’, als liggend ten oosten van een perceel van 1522R met de naam ‘de Voorwaeijt’. Het woord ‘Leek’, moet waarschijnlijk worden gelezen als ‘Leen’, of is een verbastering van ‘Leck’.

Daarna volgt in 1709 de overdracht van wat dan weer het ‘Groot Leen’ wordt genoemd aan Jan de Gott, bij het overlijden van zijn moeder Grietje Klaes. In 1711 komt het ‘Grootleen’ in handen van Floris Arijensz., gevolgd door Willem Teunisz. in 1733, en de oude heemwerf wordt in 1792 verleend aan Jan Willemsz.

Bij al deze overdrachten wordt een identieke beschrijving van het leen gegeven. Zo staat in het ‘Leenregister van Vrijheren en Vrijvrouwen van de Hofstad en de baronie van Haarlem, 1615-1742’ als ‘GROOT LEEN’ vermeld: ‘Castricum De ouwde heenwerf met alle de timmerasie van het Blockhuijs van de Leck die daer op is oft coomen mach met een acker lants alder naest de laen gelegen aen weder sijde van Nieuwe werff ende dat elsbos met het voor hoff’.

Een interpretatie hiervan is dat de nieuwe werf en het Elsbos met het voorhof aan weerskanten van de oude heemwerf lagen.

Leengoed

In 1682 verkopen Bancris Jansz. en zijn familie een stuk land aan Aerjan Florisz., die dan al in het Blockhuijsgebied een huis bewoont en land in bezit heeft: “1191⁄2 R land gelegen binnen onze banne in de Oosterbuurt, belend ten O(osten) Bancris Jansz. met zijn hofstee, ten Z(uiden) Aerjan Florisz. Blockhuijs, en ten W(esten) het erf daar Aerjan Florisz. huijs op staat, ten N(oorden) het Achterwegje, vrijland als buren en lenders”.

Uit deze vele oude teksten kunnen we nu zeker opmaken dat er in Castricum een oude heemwerf was waarbinnen een Blockhuijs heeft gestaan. Dat huis was bezit van Van der Leck. Bovengenoemde Jan I van Polanen is circa 1285 geboren in Wassenaar en woonde op het stamhuis Polanen te Monster waar hij in 1342 overleed. In 1326 werd hij pandheer van de Lek, een voormalige heerlijkheid in Zuid-Holland.

Een pandheer was iemand ‘die van het domein eene heerlijkheid gekocht had, hetzij onherroepelijk of onder voorbehoud van het recht van terugkoop’. Hij was in 1329 tot ridder geslagen en in 1339 werd hij baljuw van Kennemerland en West-Friesland. Een van zijn titels was ‘heer van Castricum en Heemskerk’.

Op de oude heemwerf staan ‘timmeringe’, ofwel gebouwen. Bij het leengoed hoort een akker die aan de westzijde van een laan ligt. Aan weerskanten liggen een nieuwe werf en een Elzenbos met een voorhof. Alles ligt bijeen met aan de noordzijde de Achterwech.

Aan de oostkant van het leengoed ligt het eerdergenoemde ‘Blockhuijsven’, aan de zuidzijde de bij het leen behorende ‘Hooijven’ en aan de westkant ligt de Voorweijt. Ten zuiden van de Blockhuijsven bevond zich een perceel met de veldnaam ‘de Veenick’, wat duidt op de eerdere aanwezigheid van een veengebied.

Het genoemde Hooijven of ‘Hoffven’ bestaat uit een voorste deel en een weerdeel ten zuiden daarvan. Naast dit achterste Hooiven ligt aan de oostkant een kleiner perceel dat de naam ‘de Velst’ draagt. Ten noorden van dat stuk land ligt ‘de Hooge Acker’. De eigenaar van de Velst mag de opbrengst van zijn land afvoeren over een vrije notwech die over het leenland loopt. Ten zuiden daarvan is er nog een Velst. In 1682 staat er op het leengoed een huis waar Aerjan Florisz. in woont. Hij is schepen en bezit dan aan de oostkant daarvan het Blockhuijsven.

Daarnaast liggen een werf, hofstede en boomgaard aan ‘de gemene weg’ thans Oosterbuurt.

Globale ligging van de vermelde veldnamen rond en nabij ’t Leen, met ten noorden de ‘Achterweg’ thans Doodweg en ten oosten de ‘gemene weg’ thans Oosterbuurt.
Globale ligging van de vermelde veldnamen rond en nabij ’t Leen, met ten noorden de ‘Achterweg’ thans Doodweg en ten oosten de ‘gemene weg’ thans Oosterbuurt.

Complex van veldnamen

De combinatie van Blockhuijs en Blockhuijsven komt ook nog voor bij de verkoop van de westelijk daarvan gelegen ‘Voorwaeijt’ groot 1522 roeden, alles aan elkaar gelegen, ‘alsmede de laen gelegen benoorden voorn(oemd) huijs (…), ten Z(uiden) het Achter Weghje en ten N(oorden) de Breweeg’.

Alle genoemde percelen worden in 1788 met elkaar verkocht: een huis en hofstee, de Laan van 40R, en een weiland bestaande uit ‘’t agterste van de Hooijven en Hooge Acker’, ‘Banckeris Jansz. Hofstee’, ‘de Blomhuis’, en ‘in de Voorven’.

Als de familie Castricum in 1805 een stuk land van 6301⁄2R verkoopt aan Jacob Molenaar dat een onderdeel is van zijn ‘Weid bij het huis’, heet dit nog steeds: ‘de Hofstee en ’t Leen’. In diezelfde weid, aan de zuidzijde van het Achterwegje, ligt een akkertje, groot 47R, genaamd ‘de Laan’. De Hofstee en ‘t Leen, samen zeer waarschijnlijk de vroegere ‘Heemwerf’, hadden kennelijk een oppervlakte van 630,5 roeden (1 roede Hondbosse maat = 11,6964 vierkante meter; 800R = 0,935712 hectare).


Jaarboek 42, pagina 08

Het gehele complex van percelen, met hun bijzondere veldnamen, ligt aan de zuidkant van de Achterweg. Gezien deze naam zou je daar in de buurt ook een ‘Voorweg’ verwachten. Maar die komt als zodanig niet in het Oud Rechterlijk Archief (ORA) voor. Wel maken vele vermeldingen duidelijk dat de Breedeweg die functie vervulde. De Achterweg is in de loop er eeuwen onder veel uiteenlopende namen bekend en geschreven: ‘Afterwechie’; ‘Afterwechie’; ‘Achterwegje’; Agterwegje’ ’Lagewech’; ‘Laegewech’; ‘Diepelaen’; ’Groenewech’; ‘Groenelaen’; ‘gemene laen’; ‘gemene weg’; ‘gemeene Notweg’, en ‘Kerckewech’. Laatstgenoemde naam heeft de betekenis van weg naar de kerk, de dichtstbijzijnde weg van de Oosterbuurt naar het kerkhof. Deze weg is nu nog steeds bekend als ‘de Doodweg’, een naam die in het ORA in het geheel niet voorkomt.

Doodweg in Castricum.
Doodweg in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Zoals we eerder zagen wordt het Blockhuijsven aan de oostzijde van het Leen op 1 oktober 1589 door Jan Jansz Ruyter voor de helft verkocht aan Bancraes Jeroensz. Op dat moment is diezelfde Pancraes Jeroensz al in het bezit van de percelen ten zuiden en ten westen van deze ‘Halve Bluckisven. Enkele jaren later wordt ook nog een stuk land aan hem verkocht met de naam ‘Kauwoubus’ (het woord ‘Velst’ is dan doorgehaald), met ten zuiden en westen ‘de Afterven’. De naam ‘Kauwaubusch wordt in het ORA vijfmaal vermeld, meestal in combinatie met de Velst en eenmaal vinden we ‘Kauwaubusch met de Hooge Acker’. Het is een naam die net als de noordelijker gelegen Veenick verwijst naar een vroegere gesteldheid van het gebied, dat uit veen en bos bestond.

In 1612 wordt bij de verkoop van een akker, gelegen bij de Brewech, als oostelijke belending ‘Pancraes Jeroensz.’ genoemd. In 1614 koopt Pancraes Jeroensz. ‘de laan gelegen voor Pancraes’ huis’ met de veldnaam ‘Pancraes Jeroensz. laen’. De verkoper is Doctor Vosch van Kellendonck. De laan is ‘zo groot en klein als hij daar ligt’. Aan de westzijde ervan ligt ‘voorn(oemde) Pancraes’.

De Pancraes Jeroensz. laan verbindt de Breewech met de Lagewech (de Doodweg). Aan de westzijde van deze laan lag een akker die eigendom van Pancreas Jeroensz. was. Hij wordt in 1581 al genoemd als eigenaar van land in de Oosterbuurt. Er hoorde ook een boomgaard bij. Zijn huis, de laan voor zijn huis en de akker aan de westzijde, zijn eeuwenlang onderdeel geweest van bovengenoemd Groot Leen. Het is niet bekend hoe Doctor Vosch van Kellendonck eigenaar van de laan was geworden.

Laan

We zagen eerder al dat het Leen in handen was van Pancraes Jeroensz. Hij zal eigenaar en bewoner zijn geweest van een huis met een laan voor de deur die de Lagewech met de Breewech verbindt. De vroegere oppervlakte van de laan is bekend door een transactie in 1694: “Een huis staande en gelegen in de Oosterbuurt, groot het erf 565R” (…) “alsmede de Laan gelegen benoorden het voornoemde huis, groot omtrent 150R.”

Deze laan wordt voor het eerst vermeld in 1614. Opvallend is dat hij daarna in grondtransacties, die een periode beslaan van meer dan 200 jaar, vele malen wordt genoemd als ‘Pancraes Jeroensz. Laen’, en vanaf 1756 als ‘Banckeris Jeroens(e) Laen’. Omdat Pancraes Jeroensz. leenman was en schepen van de ban van Castricum is deze naam historisch dan ook veel meer verantwoord dan de huidige naam ‘Melklaantje’. Overigens maakt diezelfde laan, na al die eeuwen, nog steeds deel uit van de goederen die behoren bij de boerderij van Piet van der Hulst aan de Doodweg.

Het ‘Melklaantje’, gezien vanaf de Doodweg naar de Breedeweg, was eeuwenlang bekend onder de naam ‘Banckeris Jeroens Laan’, 11 mei 2019.
Het ‘Melklaantje’, gezien vanaf de Doodweg naar de Breedeweg, was eeuwenlang bekend onder de naam ‘Banckeris Jeroens Laan’, 11 mei 2019. Foto Hans van Weenen.

Jaarboek 42, pagina 09

Een detail van de kadastrale kaart van Castricum, Sectie B, uit 1832 met het laantje dat de locatie van een oude boerderij aan de Doodweg (onderzijde) verbindt met de Breedeweg (bovenzijde).
Een detail van de kadastrale kaart van Castricum, Sectie B, uit 1832 met het laantje dat de locatie van een oude boerderij aan de Doodweg (onderzijde) verbindt met de Breedeweg (bovenzijde).

Op de kadastrale kaart van Castricum uit 1832 is te zien hoe hier een smalle weg de locatie van de oude boerderij van Van der Hulst aan de Doodweg met de Breedeweg in het noorden verbindt. Aan weerszijden lagen er akkers. Aan de noordkant vertoont de laan een verbreding, om aldaar de bocht gemakkelijker te kunnen nemen of om te kunnen keren.

Langs de Lagewech (Doodweg), ten westen van het huis van Pancraes Jeroensz., stond nog een huis dat bij een transactie wordt vermeld als ‘een hofstede met zijn aenckleven’. Hier woonde Jan Huygen van Castrichom, naast land van ‘de Wezen van Amsterdam’. Zijn weduwe, Griete Gerrits, verkocht dit goed in 1614 aan Aerian Cornelisz. uit Schoten. Eerder, in 1585, verkocht zij een akker tussen de Breewech en de Lagewech, waarschijnlijk nabij de hofstede gelegen.

En in 1591, werd achter genoemde hofstede de helft van een stuk land verkocht aan Pancraes Jacopsz., onder de veldnaam ‘d’Affterven’, met ten zuiden ‘de gemene Brucksloot’ en ten westen Jacop Jacopsz.

Pancraes Jacopsz. koopt in 1594 ook ‘een akker op de Breewech’ met als veldnaam ‘het Blouck’, ten zuiden daarvan ligt de gemeene Achterwech, ten westen land van deze Pancraes en ten noorden de gemene Breewech.

De helft van deze akker, in het geheel 300 roeden groot, wordt in 1621 door de familie van Teus Pancraesz. verkocht aan Aerian Cornelisz Schoorl en heet dan ‘het Block’. In 1627 wordt het verkocht door Aerian Pancraesz. en heet dan ‘het Bluck’. Het geeft de indruk dat deze akker van 300 roeden oorspronkelijk deel uitmaakte van het goederencomplex van het Leen.

Bijzonder is dat de namen ‘Banckeraes Jacopsz.’ en ‘Griete Gerrits’ beide voorkomen op een kaart in het kaartboek B van het Burgerweeshuis te Amsterdam met vijf kavels van dit weeshuis, gelegen in de ban van Castricum. De maker van de kaart is Pieter Bruinsz. en de datering is ‘1594 circa tot en met 1632’. De boerderij die naast kavel nummer 5 is getekend, is waarschijnlijk de hofstede van Griete Gerritsz. Deze staat 100 jaar later op het land ‘de Voorwaeijt’ met ‘ten W(esten) het Weeshuis van Amsterdam’ en ‘ten O(osten) Neeltje Huigen hofstee’.

Detail van een kaart van Castricum gemaakt door Pieter Bruinsz in een kaartboek van het Amsterdams Burgerweeshuis, ca. 1595 (Stadsarchief Amsterdam).
Detail van een kaart van Castricum gemaakt door Pieter Bruinsz. in een kaartboek van het Amsterdams Burgerweeshuis, circa 1595. Stadsarchief Amsterdam.

Goederencomplex

In 1673 heeft Jan Claesz. een schuld vanwege een lening. Als onderpand biedt hij een akker land van 200 Roeden ‘gemeen ofte annex een stuk land, genaamd de weijt daer het Blockhuijs Van der Leck op gestaen heeft, dat leen is en hem comp. toebehoort …’.
Zo komen we te weten dat er ook dan ten zuiden van het Achterwegje binnen het leen een akker ligt.

In 1677 heeft Bancris Jansz. een schuld en verzoekt hij tot een speciale hypotheek te verbinden: “De oude werf en ‘t elsbos met het voorhof, belend ten O(osten) de Blockhuijs venne van Cornelis Bancrisz., ten Z(uiden) de Hoffvennen van deselven, ten W(sten) de Voorweijdt van Aerjan Pancrisz, ten N(ooden) de Achterwerf”.


Jaarboek 42, pagina 10

Deze omschrijving wekt de indruk dat het elsbos bij het voorhof behoort. De ‘hofvennen van de selven’ zou zowel kunnen betekenen dat dit de weilanden zijn van de oude werf of van de combinatie oude werf, elsbos en voorhof.

Deze hypotheek van Bancris Jansz. wordt geregistreerd als een onderpand bestaande uit de helft van zijn huis en hofstede, groot in het geheel 418 Roeden; de helft van een akker land, genaamd de Laen acker, groot in het geheel 190 Roeden, tussen de Breedewegh en het Achterwegje; en de helft van 47 Roeden land, genaamd de Laen, met ten zuiden en ten westen het Leen en ten noorden de Achterwegh.

Zo ontstaat er langzamerhand een beeld van de opbouw van het Leen als goederencomplex met de kasteellaan tussen de Breedeweg en de Doodweg naar de Heemwerf en de bijbehorende Hofvennen. Ten zuiden is er een natuurlijke begrenzing, bestaande uit de ‘gemene Brucksloot’ (de huidige Broekslootwatering).

Projectie van een reconstructie van het Groot Leen op een luchtfoto uit 2018. Rechts van het midden de driedelige heemwerf. Aan de noordzijde de laan met de westelijke akker. Aan de zuidkant van de locatie van ’t Blockhuijs, de bijbehorende voorste en achterste hofvennen.
Projectie van een reconstructie van het Groot Leen op een luchtfoto uit 2018. Rechts van het midden de driedelige heemwerf. Aan de noordzijde de laan met de westelijke akker. Aan de zuidkant van de locatie van ’t Blockhuijs, de bijbehorende voorste en achterste hofvennen Luchtfoto Elien Smeulders, Gemeente Castricum.

Breewechergeest

Castricum is ontstaan op een zandplaat in het mondingsgebied van het Oer-IJ. Aanvankelijk, in de IJzertijd en de Romeinse Tijd, vestigden mensen zich langs de geulen van deze voormalige noordelijke Rijnarm.

In de Vroege Middeleeuwen werden op de zandplaat vele geesten ontwikkeld, grote langwerpige akkercomplexen. Deze lagen ingesloten tussen een hoofdweg en een parallel daaraan gelegen achterweg. Door de loop van het Oer-IJ hebben de geesten van Castricum een oost-west oriëntatie. Een uniek voorbeeld is de enig overgebleven, vrijwel complete geest tussen de oude dorpskerk van Castricum en de oude kasteelplaats Cronenburg. Het is een werkelijk prachtige vroegmiddeleeuwse geest, met als randwegen de Breedeweg en de Doodweg (vroeger ook ‘Lagewech’).

In het dorp was de oude geestgrens het Schoutenbosch en in de Oosterbuurt was dat de Heemstederweg. De Breewechergeest ligt als een ladder in het landschap die de kasteelplaats Cronenburg met de oude dorpskern verbindt. De twee stijlen van de ‘ladder’ zijn de Breedeweg en de Doodweg. De ‘sporten’ van de ́ladder ́ zijn de Heemstederweg (ook wel Cieweg genoemd), de Oosterbuurt langs het volkstuincomplex, het Melklaantje, het Kerkelaantje en het Schoutenbosch.

Allemaal oude verbindingswegen, met uitzondering van de ‘sport’ Oosterbuurt. Dit wegdeel wordt in 1696 vermeld als ‘de Nieuwe weg’ langs de Damakkers. Waarschijnlijk was daar eerst een voetpad en ook ten westen van de stolpboerderij van de Wildt zal er nog een zijn geweest want de afstanden tussen de dwarswegen zijn vrijwel gelijk.

Tussen de ‘sporten’ lagen telkens 10 akkers. De geest is oorspronkelijk – met zijn akkers van gelijke breedte, en zijn verbindingslaantjes op constante afstanden – een agrarische ‘ladder’ geweest; een vroegmiddeleeuws systeem van verbindingen en efficiency.

In eerste aanleg werd zo’n akkercomplex ontwikkeld vanuit een centrale Hof bestaande uit een boerderij waarin een familie woonde die van de opbrengst van de geest leefde. Later werden er meerdere stroken grond van gelijke breedte op de geest aangelegd, in totaal 60 akkers, dwars op de beide randwegen. Daaraan heeft de Breedeweg, vroeger ‘Breewech’, zijn naam te danken: de weg naar de Bree, de geest met akkers van gelijke breedte.

Op 11 januari wordt er voor Jan Jansz. Ruijter een deel van een hypotheek beschreven als: ‘Een stuck saetlant gelegen aan twee ackers genaamd de Geestackers, grootte een morgen, ten zuiden de Lagewech, ten noorden de Breeweech’.

Uit bovengenoemde grondtransacties kan worden opgemaakt dat enkele van de bewoners ten zuiden van de Lagewech, aan de noordkant daarvan een of meer akkers op de Breewechergeest hadden en aan de zuidkant hun weilanden.

Dat is een van de verklaringen voor de ligging van het Blockhuijs aan de rand van de geest. Het was een plek waar grachten met water konden worden gevuld uit een geul van het Oer-IJ. Er werd aan der zuidkant vee op de hofweiden gehouden en aan de noordkant lagen de akkers, waarop de mest van het vee werd gebracht.

Maar er is nog een bijzonder reden voor de locatiekeuze van het Blockhuijs en dat heeft alles te maken met strategie. Op deze plek kon het verkeer vanuit en naar Uitgeest en Heemskerk worden gecontroleerd (geblokkeerd).

Opmerkelijk is dat we daarvoor een bewijs vinden in onze Moderne Tijd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de Duitsers op de hoek van de Doodweg met de Oosterbuurt hun ‘Widerstandsnest 45’ met 12 bunkers, waarvan er nog 3 achter de boerderij van Piet Dam bewaard zijn gebleven.

Het Duitse Widerstandsnest 45 op de kruising van de Doodweg - Cronenburgerlaan met de Oosterbuurtweg. RAF-luchtfoto, 31 december 1944, nr. 4009, (detail), met het oostelijk deel van de Breewechergeest, links van het midden het Blockhuijsgebied en rechts daarvan het Widerstandsnest 45; 12 bunkers, met een stervormige prikkeldraadomheining.
Het Duitse Widerstandsnest 45 op de kruising van de Doodweg-Cronenburgerlaan met de Oosterbuurtweg. RAF-luchtfoto, 31 december 1944, nummer 4009, (detail), met het oostelijk deel van de Breewechergeest, links van het midden het Blockhuijsgebied en rechts daarvan het Widerstandsnest 45; 12 bunkers, met een stervormige prikkeldraadomheining. Bron: TDK.

Nu de vraag waarom Jan van Polanen het aan Claes Heeren Dircxzoon toestond op die plek een Huijs te bouwen. Een mogelijke verklaring is dat hij dat deed als erkenning voor het door Claes Heeren Dircxzoon uitgevoerde ontginningswerk. Door zandverstuivingen in de Vroege Middeleeuwen werd men gedwongen de in het duingebied ontwikkelde geesten te verlaten.


Jaarboek 42, pagina 11

Verplaatsing naar het oosten was het gevolg. Daar was het moeras van de Oer-IJ-delta, met veen en hier en daar wat bos. Er zat niets anders op dan dit gebied te gaan ontginnen. Dat kon versneld worden uitgevoerd na de aanleg van de dijken in de 12e en 13e eeuw.

Het Blockhuijs kan hebben gediend als centrum voor de ontginning vanaf de Broekslootwatering naar de Breewechergeest. Zo werd er een agrarische band gesmeed tussen het veengebied en het akkercomplex.

Het Kerkelaantje, de ‘Eigen weg’ van Hein Poel in 2017.
Het Kerkelaantje, de ‘Eigen weg’ van Hein Poel in 2017. Foto Hans Boot.

De Breewechergeest en ’t Blockhuijs midden aan de geestrand vormden in de Late Middeleeuwen zonder twijfel een eenheid.

Hetzelfde verschijnsel zien we elders in het Oer-IJ-gebied: de Heemskerkergeest tussen de Kerkweg en de Oosterweg met kasteel Marquette (vroeger kasteel Heemskerk); in Uitgeest de Westergeest tussen de Hogeweg en de Geesterweg, met aan de westrand kasteel Uitgeest; In Limmen lag midden aan de rand van de geest tussen de Dusseldorperweg en de Achterweg het kasteel Dampegheest; en in Akersloot stond aan de rand van de geest tussen de Buurtweg en de Westerweg het kasteel Akersloot. Van deze kastelen is door herbouw alleen Marquette overgebleven als markant bewijs van de vroegere twee-eenheid van geest en kasteel.

Luchtfoto van de Breewechergeest in 1926.
Luchtfoto van de Breewechergeest in 1926. Nationaal Archief: NL-HaNA, Vesting Holland Luchtfoto’s.

Blockhuijs

In de oorkonde uit 1338 is alleen sprake van een heemwerf met een huis waarin wordt gewoond. In 1353 is er een oude werf waar een nieuwe werf bij is aangelegd omdat het huis is verzet. Dan blijken er ook een Elsbos met ‘voorhoofden’ te bestaan. Nog later, in 1676 worden daarbij behorende Hofvennen genoemd.

De reden voor het verzetten van het huis is niet bekend. Het is denkbaar dat het eerste huis van hout was en vervallen is geraakt. Maar waarschijnlijker is dat het eerste huis tijdens de Hoeksche en Kabeljauwse twisten (1350- 1490) is verwoest. Dat lot trof bijvoorbeeld ook het kasteel Heemskerk en kasteel Oud Haarlem.


Jaarboek 42, pagina 12

Luchtfoto van de omgeving van kasteel Kronenburg.
Luchtfoto van de omgeving van kasteel Kronenburg. Heemstederweg 1 in Castricum. De contouren van de slotgracht zijn zichtbaar. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het Blockhuijs was een middeleeuws kasteel waarvan de lay-out zich naar de aanwezige verkavelingsstructuur zal hebben gericht. Langs de toegangslaan kwam men via een poortgebouw op de omgrachte voorburcht. Daar bevond zich meestal een boerenbedrijf en bijgebouwen. De ingang van de voorburcht werd zodanig geplaatst dat men het kasteel via de toegangsweg van de zijkant benaderde, waarbij vanuit het poortgebouw bescherming kon worden geboden aan het kasteel. En vanuit het kasteel kon men de voorburcht overzien.

Aan de kasteelplaats ‘’t Blockhuijs’ is na de ontdekking van de globale locatie in 2016, eerst een formeel archeologisch onderzoek gewijd. Dat werd in opdracht van de gemeente Castricum in 2017 uitgevoerd door Menno Dijkstra van het bureau Diggel Archeologie. Hij concludeerde dat in het gebied vlak ten zuiden van de boerderij aan de Doodweg 10 een kasteelterrein gelegen moet hebben van iemand van lage adel.

Op basis van op oude luchtfoto’s waargenomen afwijkingen in het weiland vermoedt hij dat ten zuidwesten van de huidige boerderij een voorhof en wooneiland gelegen waren. Ook een vierkante verkleuring ter plaatse van de moestuin langs de Doodweg acht hij verdacht. Dit kan namelijk wijzen op een torenfundering. Deze hypothesen dienen, zo schreef hij, verder onderzocht te worden door inventariserend veldonderzoek ter plaatse.

Enkele geesten (akkercomplexen) met bij- behorend kasteel in een deel van het Oer-IJ gebied.
Enkele geesten (akkercomplexen) met bijbehorend kasteel in een deel van het Oer-IJ-gebied.

Vondsten uit de directe omgeving wijzen op bewoningsactiviteit in het gebied langs de Doodweg vanaf de Late-IJzertijd of Romeinse tijd. De enige archeologische vondst die direct met het Blockhuijs in verband kan worden gebracht is een zeldzame 12e-eeuwse bronzen kandelaar. Deze lijkt afkomstig te zijn uit de voormalige gracht. Dijkstra adviseerde tenslotte om een inventariserend onderzoek te doen met gefysische methoden.

Kandelaar uit de 12e eeuw gevonden nabij het Blockhuijsgebied, brons, geheel gegoten, hoogte ca. 13 centimeter, 360 gram. Drie voetjes in de vorm van een dierenkopje, waarvan er een ontbreekt. Een dwarsbalkje op de pen diende voor het vastzetten van de kaars.
Kandelaar uit de 12e eeuw gevonden nabij het Blockhuijsgebied, brons, geheel gegoten, hoogte circa 13 centimeter, 360 gram. Drie voetjes in de vorm van een dierenkopje, waarvan er een ontbreekt. Een dwarsbalkje op de pen diende voor het vastzetten van de kaars. Livelink van Archis. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

De gemeente Castricum gaf in 2018 opdracht aan Joep Orbons van het bureau ArcheoPro om het door Dijkstra geadviseerde onderzoek uit te voeren. Het onderzoek resulteerde in verschillende kaarten met de resultaten van elektromagnetische metingen, elektrische weerstandsmetingen en grondboringen. Hieronder staat een kaart met de Totaalinterpretatie van de uitgevoerde metingen.

Kaart met de interpretatie van de op 15 maart 2018 door ArcheoPro verrichte elektromagnetische metingen (EM), elektrische weerstandsmetingen en grondboringen.
De hoofdletters staan voor: C: moderne leiding of kabel, ondiep liggend (< 100 cm); E: natuurlijke laagte aan oostzijde; F: natuurlijke zandhoogte; G: haakse gegraven structuren, mogelijk oude grachten; H: zone van hoge weerstand, mogelijk muren of uitbraaksleuven.
Kaart met de interpretatie van de op 15 maart 2018 door ArcheoPro verrichte elektromagnetische metingen (EM), elektrische weerstandsmetingen en grondboringen. De hoofdletters staan voor: C: moderne leiding of kabel, ondiep liggend (kleiner dan 100 centimeter); E: natuurlijke laagte aan oostzijde; F: natuurlijke zandhoogte; G: haakse gegraven structuren, mogelijk oude grachten; H: zone van hoge weerstand, mogelijk muren of uitbraaksleuven.

De aanbeveling van Orbons was om op het gebied waar de weerstandsmetingen zijn verricht nader onderzoek te doen, om daarvan gedetailleerdere beelden te verkrijgen. Ook stelt hij voor uitgebreid booronderzoek uit te voeren om de gemeten structuren goed archeologisch vast te stellen en het karakter ervan te bepalen. De gemeente Castricum heeft besloten een vervolgonderzoek te zullen laten uitvoeren.

Tot slot

In dit artikel zijn de vele archiefgegevens die er over het Blokhuijsgebied zijn gevonden gepresenteerd en daaraan is een eerste interpretatie gegeven.

Natuurlijk zijn er nog vele vragen en onzekerheden. Zo is er de vraag of de gevonden gegevens op een juiste wijze zijn hertaald en begrepen. Dat betreft vooral de grootte en de oriëntatie van de onderdelen van de heemwerf. Ook moet onderzocht worden of de plaats en de ligging van de kasteelplaats ten opzichte van de toegangslaan correct zijn geïnterpreteerd. In kasteelonderzoek werd vaak weinig aandacht aan de voorhof van een kasteel besteed. De vraag is nu waar het voorhof van het Blockhuijs precies lag, uit welke gebouwen het bestond, welke functies hier werden vervuld, en of er ook een poortgebouw op stond.


Jaarboek 42, pagina 13

De hoofdburcht wordt aan de westkant verwacht omdat van daaruit de Achterweg en de toegangslaan het best konden worden beschermd. Dat moet nog worden bevestigd. Verder moet worden vastgesteld of er nog resten van het kasteel in de grond zijn achtergebleven en waar deze dan uit bestaan. Het is van belang de ouderdom en de kwaliteit ervan te bepalen. Er zijn in elk geval twee en mogelijk meer bouwfasen geweest. Het eerste huijs kan zowel met hout als met steen zijn gebouwd. Hoewel de eerste vermelding daarvan uit 1338 dateert heeft er wellicht al veel eerder een huijs gestaan.

Luchtfoto van de omgeving van kasteel Cronenburg.
Overblijfsels van kasteel Cronenburg. Er loopt een bruggetje over de slotgracht. Gravure van H. Spilman uit 1740. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Een centrale vraag is dan ook hoe oud het allereerste eerste huijs op deze plek was. Uit een van de bronnen weten we dat het huijs in de 14e eeuw is verzet. Waarom was dat? Was het eerste vervallen, te klein of onvoldoende verdedigbaar? Jan van Polanen was een Hoekse edele. Is zijn Blockhuijs tijdens de Hoeksche en Kabeljauwse twisten net als zovele andere kastelen toen verwoest? De tijd zal het leren …

En o ja, de Witte brug moet terug.

Hans van Weenen

Bronnen:

  • Buizer, B, Weenen, J.C. van, en Veel, P., Atlas van het Oer-IJ-gebied, Uitgeverij Noord-Holland, (2018);
  • Dijkstra, M.F.P., Het Leengoed Blockhuijs. Een controle-onderzoek naar de ligging van een kasteelterrein aan de Doodweg in Castricum op basis van historische en archeologische bronnen, Diggel Archeologie (2017);
  • Kort, J.C., Repertorium op de lenen van de Hofstede Haarlem, 1328-1717, In: Ons Voorgeslacht, jaargang 52 (1997), Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie;
  • Middelnederlands Woordenboek, Historisch beschrijvend woordenboek van het Nederlands van 1250-1550, Instituut voor de Nederlandse taal;
  • Nassausche Domeinraad: Leenregisters Polanen en de Lek, Nationaal Archief, Den Haag;
  • Olde Meierink, B., en Vogelenzang, F., Een toekomst voor een verdwenen verleden. Kasteelplaatsen in de provincie Utrecht, Nederlandse Kastelen Stichting, Wijk bij Duurstede (2010);
  • Orbons, J., Rapportage over het geofysisch onderzoek bij het Blockhuijs te Castricum, ArcheoPro (2018);
  • Oud Rechterlijk Archief van Castricum, Regionaal Archief, Alkmaar;
  • Weenen, J.C. van, Kasteel Kronenburg, 2e Jaarboekje Oud-Castricum (1979);
  • Weenen, J.C. van, Kronenburg ontdekt, In: Op zoek naar Castricum’s verleden, Jubileumboek Stichting Werkgroep Oud-Castricum (1992).