15 april 2024

De geschiedenis van de Santmark (Jaarboek 44 2021 pg 76-85)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 44, pagina 76

De geschiedenis van de Santmark

De Santmark in Castricum.
De Santmark in Castricum.

Het ontstaan van de ouderenzorg in Castricum gaat terug tot het midden van de negentiende eeuw. In 1862 werd er een tehuis voor armen en wezen gesticht en nagenoeg op dezelfde plaats werd in 1912 door het Algemeen Armenbestuur het armenhuis aan de Overtoom in gebruik genomen. Dit tehuis heeft tot 1968 dienst gedaan en bestaat nog steeds als een appartementencomplex op de hoek van de Schoolstraat en de Overtoom. Terwijl er plannen op tafel lagen om het rooms-katholieke bejaardenhuis De Boogaert op te richten, werden er bovendien stappen gezet om de Santmark te realiseren; een verzorgingshuis voor alle gezindten, waar bovendien hulpbehoevenden welkom waren.

Het voormalig armenhuis aan de Overtoom.
Het voormalig armenhuis aan de Overtoom.

De ouderenzorg in de huidige vorm bestaat nog maar sinds de jaren (negentien) vijftig en zestig. Het eerste, moderne bejaardenhuis werd rond 1965 geopend in het Limburgse Eygelshoven. Sinds de Middeleeuwen werden ouderen en zieken verpleegd in de zogenaamde gasthuizen, die oorspronkelijk werden gebouwd door kerken en later bovendien door leken. De ouderen en zieken werden verpleegd in grote zalen, de mannen en vrouwen gescheiden van elkaar.

Die situatie zou eeuwenlang zo blijven, tot na de jaren (negentien) vijftig en zestig. Nog steeds dragen veel ziekenhuizen de naam: ‘gasthuis’. Sommige bejaarden woonden in begijnhoven, ook wel hofjes genoemd, in proveniershuizen en in oude mannen- en oude vrouwenhuizen. Een begijnhof was een reeks van kleine huizen in de buurt van een kapel of kerk, al dan niet omgeven door een muur. En er waren proveniershuizen: wooncomplexen waar bewoners zich voor een eenmalig bedrag inkochten voor levenslange ‘gratis’ kost en inwoning. De bewoners van proveniershuizen werden proveniers of kostkopers genoemd. Provenier is een Oudhollandse benaming voor ‘iemand die van preuves (giften) leeft.’ De kostkoper beschikte over één kleine kamer of woonde op een zaal.


Jaarboek 44, pagina 77

Welzijn van ouderen

Er is heel veel veranderd in de ouderenzorg, maar voor ouderen geldt nog steeds dat ze dikwijls afhankelijk zijn van extra zorg. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam er wetenschappelijke interesse voor het welzijn van deze bevolkingsgroep. Het aantal ouderen werd steeds groter en de samenleving begon te vergrijzen.

Toch werden in de jaren (negentien) vijftig van de vorige eeuw nog regelmatig ouderen vervuild, vereenzaamd en verwaarloosd aangetroffen. De toenmalige rusthuizen waren allesbehalve plezierig. De bewoners hadden meestal alleen de beschikking over een bed en een kastje, zij leefden en sliepen in grote zalen, waarbij mannen en vrouwen gescheiden waren. Ook echtparen werden op deze manier gescheiden.

Cor Hoogerhuis kwam op 3 december 1969 in de Santmark wonen
Cor Hoogerhuis kwam op 3 december 1969 in de Santmark wonen. Hij overleed op 18 februari 1979. Op 6 augustus van dat jaar zou hij honderd zijn geworden. Dat wilde hij graag, omdat hij ervan overtuigd was dat dan de koningin bij hem op bezoek zou komen.

Vanaf half jaren (negentien) zestig veranderde de visie op de ouderenzorg en werden op grote schaal moderne bejaardenhuizen gebouwd.

Tegenwoordig noemen we een bejaardenhuis woonzorgcentrum of woonzorgcomplex en daar wonen ouderen die extra zorg en verpleging nodig hebben, permanent of tijdelijk. Ouderen die wel redelijk gezond en zelfstandig zijn, wonen zoveel mogelijk thuis, in aanleunwoningen of serviceflats. Bewoners van aanleunwoningen of serviceflats kunnen, net als thuiswonende ouderen, gebruikmaken van de diensten van thuiszorginstellingen.

Job Joosse was jarenlang voorzitter van de stichting ter oprichting van de Santmark.
Job Joosse was jarenlang voorzitter van de stichting ter oprichting van de Santmark. In 1988 nam hij afscheid. Links zijn echtgenote Coby die regelmatig met Loes van Keeken in het verzorgingshuis optrad. Foto Ad van de Velde.

Eerste aanzet algemeen verzorgingshuis

In september 1956 werd in Castricum een ‘Comité van Aanbeveling’ opgericht, dat zich ten doel stelde een verzorgingshuis voor ouderen van alle gezindten op te richten. Dit comité bestond onder meer uit J. Joosse, voorzitter, R. Geusebroek, secretaresse en G. Meijer, penningmeester.

Op 31 januari 1957 heeft de Stichting Algemeen Verzorgingshuis een brief naar het college van B&W van Castricum gestuurd. Hierin is te lezen dat het al bekend was dat er een rooms-katholiek verzorgingshuis zou worden opgericht, De Boogaert, maar dat het verschil was dat het Algemeen Verzorgingshuis ook mindervaliden, hulpbehoevenden en bedlegerige ouderen op wilde nemen. Zo zou de stichting dus aanvullend kunnen werken naast de verzorging die de rooms-katholieke stichting zou gaan bieden.

Fragment uit de brief van 31 januari 1957

‘Zoals Uw College bekend is, heeft zich in deze gemeente een Comité gevormd, dat zich tot doel stelt een algemeen verzorgingshuis op te richten. Het is namelijk gebleken, dat in deze gemeente een grote behoefte bestaat aan een verzorgingshuis. Ten aanzien van de behoefte van een verzorgingshuis kunnen wij U berichten dat het aantal bejaarden in de toekomst wordt getaxeerd op 10 procent van de bevolking. Momenteel zijn er 880.000 mensen van 65 jaar en ouder. Dit aantal wordt in 1970 geschat op 1.220.000 en in 1980 op tenminste 1.452.000. Daar voor tenminste 10 procent van de bejaarden een geschikte plaats moet worden gezocht, zal het U duidelijk zijn dat de behoefte aan een verzorgingshuis zeer groot is. Rekening houdende met de hierboven genoemde percentages bedraagt het aantal personen van 65 jaar en ouder in deze gemeente circa 1.100. Voor circa 100 bejaarden moet dus een geschikte plaats worden gezocht.

Ons Comité heeft, teneinde te kunnen beoordelen in hoeverre er onder de bevolking in deze gemeente belangstelling bestaat voor een verzorgingshuis, een actie gehouden. Aan de gehele bevolking werd een circulaire toegezonden waarin ons plan in grove trekken werd uiteengezet en waarin de bevolking werd gevraagd om, indien hiervoor belangstelling bestond, een bijdrage te verlenen in de te maken aanloopkosten. Deze actie heeft een bedrag opgeleverd van ruim 3000 gulden, bijeengebracht door circa 1.000 gezinshoofden en alleenstaanden.


Jaarboek 44, pagina 78

Deze cijfers tonen toch wel duidelijk aan dat er zeer veel belangstelling bestaat voor ons plan. Verder heeft deze actie aangetoond, dat indien een tehuis van 50 bedden zou kunnen worden gebouwd, deze bedden direct bezet zouden zijn.

Ons Comité heeft zich, teneinde behoorlijk geïnformeerd te zijn, gewend tot de Nederlandse Centrale voor huisvesting van Bejaarden te Amsterdam. Deze Centrale stelt zich ten doel verbetering van de huisvesting van bejaarden. Deze Centrale heeft onder andere in Zandvoort het Rusthuis ‘Huis in de duinen’ geopend in samenwerking met de plaatselijke stichting en met garantie van de gemeente Zandvoort. De directeur van de hierboven genoemde Centrale, de heer J. Oosterhuis, heeft op ons verzoek op 6 december 1956 een uiteenzetting gegeven van de werkwijze van de Centrale.

De heer Oosterhuis schat het benodigd kapitaal gezien de huidige bouwprijs op 1.000.000 (één miljoen) gulden voor de oprichting van een verzorgingshuis met 50 bedden en 10 tot 12 ziekenbedden. Gezien de bouwprijs zal de verpleegprijs circa 2.100 gulden per jaar per persoon bedragen. Het is het Comité bekend dat het grootste gedeelte van de bewoners van het verzorgingshuis niet in staat is om deze kosten zelf te betalen. Hoewel met de inwerkingtreding van de Algemene Ouderdomswet de inkomsten van de bejaarden wel gunstiger zullen worden, zal toch het merendeel van deze mensen afhankelijk zijn. Het grootste gedeelte van de verpleegkosten zal moeten worden betaald door Kerkelijke Armbesturen en Burgerlijke Instellingen van Weldadigheid. Verder zullen de kinderen ook een gedeelte van de verpleegkosten van de ouders moeten betalen. Het is immers mogelijk om verhaal toe te passen op de onderhoudsplichtigen.

Tenslotte moge het Comité onder Uw aandacht brengen, dat het bouwen van een verzorgingshuis niet alleen de belangen van de bejaarden betreft, doch ook dat de woningnood hierdoor gelenigd wordt. Immers wanneer er 50 tot 60 bejaarden in het verzorgingshuis worden opgenomen kunnen er weer een niet onbelangrijk aantal woningzoekenden aan woonruimte geholpen worden.’

Luchtfoto uit 1983.
Luchtfoto uit 1983. Foto Wim Schermer.

Jaarboek 44, pagina 79

De Stichting had een lange adem, want voordat daadwerkelijk met de bouw van de Santmark begonnen werd, moesten er veel hordes worden genomen. Na allerlei discussies was het dan eindelijk zover dat er in mei 1964 een architect voorgesteld werd: ir. P. H. Tauber uit Alkmaar. In verband met de koude-oorlogsdreiging was er een discussie over de noodzaak van schuilkelders onder De Santmark, maar er zijn uiteindelijk geen schuilkelders gekomen. In 1967 kreeg aannemer Smit’s Bouwbedrijf uit Beverwijk de opdracht om met de voorbereiding van de uitvoering te beginnen.

Het bouwrijp maken van de grond.
Het bouwrijp maken van de grond. Op de achtergrond de boerderijen van de Brakersweg en rechts de bungalows aan de M.H. Tromplaan.

De naam de Santmark

Op 25 juli 1968 maakte de Stichting Bejaardenhuis Castricum bekend aan het in aanbouw zijnde bejaardenhuis de naam ‘de Santmark’ te geven. Hoewel de gedachte bestaat dat de Santmark een oude veldnaam was, wordt toch algemeen aangenomen dat de naam afkomstig is uit een oude ballade van W. J. Hofdijk en dat deze naam door Dirk van Deelen is gekozen. De heer Van Deelen maakte deel uit van het stichtingscomité en was bovendien een van de oprichters van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Een heel bijzondere ballade, die meer op een sprookje lijkt dan op een legende, is ‘Het Wisselkind (1150). Het gaat over de Heinmannekens; kabouters die in de duinen bij Bakkum leefden. Een dorpsoudste van Bakkum ziet op een nacht een mooi meisje, Belwit, in het duin op een gouden harp spelen. Betoverd door de zoete tonen van de muziek en haar schoonheid biedt hij haar zijn huis en zijn hart aan. Door zijn optreden weet hij de betovering, waardoor het meisje in de macht van de Heinmannekens was, te verbreken en haar te bevrijden. Het verhaal over die kabouters zegt Hofdijk opgetekend te hebben uit de mond van Klaas Mooij, een oude landman uit Egmond-Binnen.

‘Belwit, lieflijkste aller schonen!
Duinroos, geurende overzoet!
Wat toch heeft de wildernisse
Lokkend voor uw teer gemoed?

Op de Santmark staat mijn huizing,
Cierlijk als een landkasteel
Belwit! ‘k biede ‘t met mijn harte
U ten recht en wettig deel.’

Directeuren

De Santmark heeft diverse directeuren gekend. Een paar namen worden in dit artikel belicht. In de eerste plaats valt de naam Johannes Simon van der Water op. Hij was vanaf 1960 in Castricum groepscommandant en nam als adjudant in 1972 afscheid van de rijkspolitie. In 1974 werd Van der Water aangesteld als vervangend directeur van de Santmark, waar hij van 1977 tot 1980 de functie van directeur bekleedde.

Johannes Simon van der Water, de eerste directeur van de Santmark.
Chris van Keeken, de eerste directeur van de Santmark.

Zijn opvolger was Chris van Keeken. Hij werd geboren op 9 juni 1923 en groeide op in Bakkum. Zijn vader werkte als administrateur op Duin en Bosch en was later de initiatiefnemer van het Van Keekentennistoernooi. Voor zijn baan als directeur van de Santmark was Chris eigenaar van een bloembollenexportbedrijf en daarvoor had hij vier jaar in Nederlands-Indië gediend. Hij begon zijn baan in de zorg bij de Santmark op 1 april 1980.

Chris van Keeken was directeur van 1980 tot 1988.
Johannes Simon van der Water was directeur van 1980 tot 1988.

In Spil, het informatiemaandblad van ViVa! Zorggroep voor de bewoners van de Santmark, is in mei 2019 een interview opgenomen waarin de oud-directeur de hoofdrol speelt. Hij vertelt onder andere: “De Santmark zocht begin jaren (negentien) tachtig een nieuwe directeur. Ik solliciteerde en werd aangenomen. Terwijl ik van de hele zorg geen bliksem wist. Ik had ook geen diploma’s in die richting. Het was wél een drukke baan, waarbij ik ook in de weekenden weleens werd gebeld.


Jaarboek 44, pagina 80

Ik was ook in de provincie actief. Daar kwam in die tijd namelijk het geld vandaan. En ook toen wilde men liever minder geld uitgeven, maar dankzij mijn ervaringen uit eerdere functies wist ik er meestal geld bij te krijgen.”
Hij stopte in 1988 op zijn 65e verjaardag. Groots was zijn afscheidsfeest.

De laatste jaren van zijn leven woonde Chris met echtgenote Loes in een aanleunwoning van de Santmark. Hij overleed op 27 juli 2019. Tijdens een interview op 14 maart 2019 vertelde hij dat hij de vierde directeur was in twaalf jaar tijd. “Oprichter en opdrachtgever voor de bouw van de Santmark was de Nederlandse Centrale Huisvesting Bejaarden. Het land waar het gebouw staat, werd vroeger door omwonenden de Santmark genoemd. In de omgeving waren veel kleinschalige Mariahuizen, geleid door nonnen. De Boogaert was de eerste grootschalige ouderenopvang in Castricum.

De Santmark werd in 1969 geopend. In het begin als rusthuis, waar bewoners ook deelnamen aan verschillende ondersteunende activiteiten in bijvoorbeeld de keuken met aardappelen schillen en groenten spoelen. Leden van het Stichtingsbestuur van de Santmark waren onder anderen de heer Van Leesten en G. de Groot van de gemeente. Van Leesten was huisarts en woonde in het witte huis aan de Bakkummerstraat tegenover de Eerste Groenelaan.”

Feest op 1 oktober 1984 ter gelegenheid van de eerste honderdjarige in de Santmark: mevrouw A.M. Emous.
Feest op 1 oktober 1984 ter gelegenheid van de eerste honderdjarige in de Santmark: mevrouw A.M. Emous. Burgemeester Gmelich Meijling overhandigt haar een cadeau. Foto Ad van de Velde.

“Er werd veel voor de bewoners georganiseerd”, vervolgt Chris: “Meestal door het personeel, onders.teund door de vele vrijwilligers. De verjaardag van de eerste honderdjarige in De Santmark, mevrouw Emous, werd uitgebreid gevierd.

Optreden van bewoners en medewerkers in 1990. Foto Ad van de Velde.

Maar ook jaarlijks terugkerende festiviteiten zoals de kerstdiners aan lange tafels, de carnavalsvieringen en Sinterklaas waren hoogtepunten voor de bewoners. De sinterklaasvieringen werden opgeluisterd door Coby Joosse, de vrouw van Job Joosse, een van de initiatiefnemers en later voorzitter van het stichtingsbestuur. Zij was de Sint. Loes, mijn vrouw, speelde Zwarte Piet. Verschillende malen werden uitstapjes georganiseerd, zoals naar een zondagmiddagconcert in het Concertgebouw in Amsterdam. In een lange stoet auto’s werden de bewoners vervoerd. Helemaal gratis, want het uitstapje werd gesponsord door de Lions Club, waar ik lid van was.”

Na Van Keeken nam Luuk de Waal het stokje over. Hij was ruim vijftien jaar directeur, tot de bestuurlijke veranderingen in de ouderenzorg zich aandienden. Hij vertelt: “Begin 1989 kreeg de individuele vrijheid en privacy een enorme impuls. Door het in gebruik nemen van automatische deuren bij de hoofdingang kreeg elke bewoner een sleutel in eigen beheer. De bewoners konden gaan en komen wanneer zij wilden, zonder tussenkomst van de verzorging. In april 1989 werd besloten om bewoners van de omliggende woningen deel te laten nemen aan al onze activiteiten.

Zorgcentrum De Santmark.
Zorgcentrum De Santmark. Oranjelaan 1 in Castricum. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

De relatie tussen intern en extern wonen kreeg een verrassende, positieve wending. De Santmark stelde zich steeds meer open voor alle zelfstandig wonende ouderen in het dorp. Het in gebruik nemen van een rijdende broodwagen was eveneens een schot in de roos. De bewoners konden voortaan bij de voordeur van hun appartement hun dagelijks ontbijt en avondmaal kiezen: diverse broodsoorten en vele keuzes in vleeswaren en zoet. De bakker en de slager aan huis, net als vroeger.”

De dagelijkse leiding van Zorgcentrum Castricum.
De dagelijkse leiding van Zorgcentrum Castricum midden jaren (negentien) negentig. Van links naar rechts staand: Luuk de Waal (algemeen directeur) en Riko Leeuwerke (facilitair manager); zittend: Han Zandstra (hoofd verzorging De Boogaert), Corry Rossloot (locatiemanager de Santmark), Nanny Boelen (locatiemanager De Boogaert) en Bea Boots (subhoofd verzorging de Santmark).

De Waal licht ook toe wat voor vormen van samenwerking er van de grond kwamen: “In 1991 werden de projecten ‘Tafeltje Dekje’ en ‘De bejaardenalarmering’ in ons dorp en de regio Midden Kennemerland overgenomen van het verzorgingshuis Op de Hooghe Aert, dat ging sluiten.


Jaarboek 44, pagina 81

Dit zorgde voor een grote uitbreiding van de zorg- en dienstverlening. In hetzelfde jaar werd ook het ‘Locaal Samenwerkingsverband Castricum’ opgericht. Alle instellingen op het gebied van de ouderenzorg waren hierin vertegenwoordigd. Uitgangspunt was het gezamenlijk beheren van de wachtlijsten voor verzorgingshuizen, warme maaltijdvoorziening, bejaardenalarmering, dagverzorging, tijdelijke opvang en verder alle vormen van tussenvoorzieningen.

Eind 1991 werden in het directieoverleg regio Midden-Kennemerland initiatieven genomen om te komen tot vergaande structurele samenwerking. Het jaar daarop werd gekozen om maandelijks een vergadering te beleggen met een vaste voorzitter en een secretaris. Gaandeweg het jaar leidde dit tot een ‘intentieverklaring regionale samenwerking verzorgingshuizen’. Ook werd in dat jaar het substitutieproject ‘Aanvullende Verpleeghuiszorg’ geïntroduceerd. Dit betekende dat ook diverse vormen van verpleeghuiszorg in de Santmark mogelijk werden. Dit alles in overleg en samenwerking met het verpleeghuis Heemswijk.”

Ontspanning

Naast de eerdergenoemde festiviteiten werden er verschillende andere activiteiten georganiseerd, veelal op initiatief van de personeelsvereniging, die vanaf 1972 actief was. Er kwam ook een ontspanningscommissie en men kon deelnemen aan clubjes voor kaarten, biljarten, handwerken of toneelspelen. Vergeet daarbij ook niet de befaamde viswedstrijden in ‘eigen vijver’, waarvoor altijd veel belangstelling was.

Een viswedstrijd voor de bewoners in hun vijver in 1992. Foto Ad van de Velde.

De Santmark beschikte in de jaren (negentien) negentig zelfs over een eigen zangkoor ‘Santa Lucia’ onder leiding van dirigente Irma Karssen-Burgers. In dit kader moeten ook de veertiendaagse muziekoptredens van pianist Jan van der Schaaf en zangeres An van der Weijden worden genoemd. Daarmee werd in 2000 onder leiding van gastvrouw Ans Poeze begonnen, tot de bijeenkomsten in maart vorig jaar vanwege corona werden beëindigd. Een grote tegenvaller, omdat de bewoners altijd naar hartenlust meezongen.

Jan van der Schaaf, An van der Weijden en Ans Poeze verzorgden  vanaf 2000 de veertiendaagse muziekoptredens.
Van links naar rechts Jan van der Schaaf, An van der Weijden en Ans Poeze die vanaf 2000 de veertiendaagse muziekoptredens verzorgden. Foto Hans Boot.

Jaarboek 44, pagina 82

Jubilea

Er is in de loop der jaren veel aandacht besteed aan het vieren van jubilea. Eerst werd er ter gelegenheid van het tienjarig bestaan in 1979 van 5 tot en met 10 november een feestweek gehouden. Daarin onthulde stichtingsvoorzitter Joosse een wandversiering die door de bewoners aan de Santmark cadeau was gegegeven. Behalve diverse gezellige bijeenkomsten voor het versterken van de inwendige mens, vormde een heuse bazar met aantrekkelijke producten en prijzen het absolute hoogtepunt. De opbrengst was bestemd voor nieuwe aankopen ten behoeve van de hobbyclubs van het tehuis.

Ook werd stilgestaan bij het koperen jubileum in mei 1982. Om dit te vieren had men geen artiesten van buitenaf nodig. De personeelsleden zorgden namelijk zelf voor een avondvullend cabaretprogramma en wisten volgens een krant de 136 bewoners te boeien met onder andere grappige sketches en vrolijke volksdansjes.

In 1994 vond het 25-jarig jubileum plaats. Luuk de Waal zegt daarover: “We hebben een week lang feestelijke activiteiten gehad, zoals een diner voor bewoners en een avond voor de medewerkers met onder andere een playbackshow.”

Er verscheen ook een omvangrijk jubileumboek met een groot aantal bijdragen van bestuursleden, medewerkers en vrijwilligers. Luuk de Waal zei in zijn terugblik: “De mens zoekt naar een uitdaging, naar groei, naar vervulling en naar voltooiing. Maar ook naar invulling van individualiteit, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. De mens wil recht en plicht en is altijd op zoek naar bekrachtiging van zijn eigen leven. Deze levensbehoeften spelen dagelijks een enorme rol in de benadering, verzorging, verpleging en behandeling van de ouder wordende mens.”

Op 20 maart 2010 heeft de Santmark haar veertigjarig bestaan gevierd. Al vroeg in het jaar werd er een feestcommissie gevormd door medewerkers, vrijwilligers en de cliëntenraad. Het feest duurde van 10.00 uur ’s morgens tot 24.00 uur.

In de ochtend gaf burgemeester Emmens de officiële aftrap door de namen bekend te maken van de verbouwde huiskamers. Verzorgende Annet Sijm uit de Santmark bedacht ’t Stet’ en ‘De Schulp’. Bea Boots en Annalies Zonneveld verzorgden een terugblik op de geschiedenis. Naast de speeches was er tijd voor accordeonmuziek en koffie met gebak. De ochtend werd afgesloten met een stamppottenbuffet van eigen koks.

Het jubileumfeest in 2010 werd ook opgeluisterd door de zangeres Mariska van Kolk.
Het jubileumfeest in 2010 werd ook opgeluisterd door de zangeres Mariska van Kolk. Foto Viva! Zorggroep.

’s Middags trad zangeres Mariska van Kolk op en de avond was voor de vrijwilligers. Tijdens het diner speelde de band Gert Paul & Fletch muziek uit de beginjaren van de Santmark en gingen de voetjes van de vloer. Tot slot hield de heer Roos namens de cliëntenraad een speech en kregen alle gasten een aandenken mee naar huis.

Ook in 2019 was er vanaf 11 maart een feestweek ter ere van het gouden jubileum.

De recreatiezaal tijdens de viering van het 40-jarig jubileum.
De recreatiezaal tijdens de viering van het 40-jarig jubileum. Foto Viva! Zorggroep.

Jaarboek 44, pagina 83

Heel veel veranderd

Vroeger sprak men niet van een woonzorgcentrum, maar van een bejaardentehuis voor bewoners die gezond van lijf en leden waren. Aspirant-bewoners moesten verplicht een medische keuring ondergaan om te bewijzen dat men niets mankeerde en geen hulp nodig had bij de dagelijkse verzorging.

De Santmark nog met de lage aanleunwoningen die in 1994 zijn gesloopt.
De Santmark nog met de lage aanleunwoningen die in 1994 zijn gesloopt. Foto Regionaal Archief Alkmaar.

Als illustratie een stukje tekst uit het informatieboekje van de ‘Stichting Algemeen bejaardenhuis de Santmark te Castricum’ uit 1969:
De geneeskundig adviseur van het tehuis adviseert het bestuur omtrent het al of niet toelaten van nieuwe bewoners op grond van inlichtingen verstrekt door de huisarts. Ook dient er een controle van de longen te geschieden door het consultatiebureau te Alkmaar.’

Vaak was men nog maar 65 jaar bij verhuizing naar het bejaardenhuis. Bewoners gingen nog zelfstandig op vakantie en een rolstoel was een zeldzaamheid. Tegenwoordig is het toelatingsbeleid volkomen anders. Een aspirant-bewoner moet bewijzen dat hij/zij iets mankeert en zich niet meer thuis kan redden.

Vroeger had de Santmark een ziekenafdeling. Als een bewoner ziek werd, ging die naar de ziekenafdeling om uit te zieken. Bea Boots-Louwe, die 36 jaar actief was in de Santmark, vertelt:
“De ziekenafdeling had tien bedden: twee tweepersoonskamers, twee eenpersoonskamers en een zaaltje met vier bedden. Er werkten bejaardenverzorgsters, ziekenverzorgsters zoals ze toen genoemd werden, en twee verpleegkundigen. De zorg die geboden werd, was van hoge kwaliteit. De dokters waren zeer content met de geboden zorg. Dit is mede te danken aan het hoofd van de afdeling, die erg punctueel was. Tegenwoordig wordt in de appartementen zorg verleend en de ziekenzaal van toen is opgeheven. In de aanleunwoningen kon zorg vanuit de Santmark worden gegeven. Die zorg is later vanwege de vele veranderingen opgegaan in de thuiszorg.”

Een populaire voorziening in de jaren (negentien) tachtig was het eigen winkeltje bij de entree. Het assortiment van de artikelen werd zo goed mogelijk afgestemd op de wensen en behoeften van de bewoners. Er waren in die tijd wel meer dan dertig vrijwilligers die bij toerbeurt hiervoor dienst deden en zo nodig bewoners bezochten die niet of nauwelijks meer hun kamer konden verlaten. Het uitgangspunt was dat in het winkeltje geen winst werd gemaakt, omdat de vrijwilligers hun activiteiten uitsluitend ten dienste van de bewoners verrichtten.

Huisvesting

Een andere grote verandering is de huisvesting van de bewoners. Vroeger had men de beschikking over één kamer. Deze bestond uit een zit- slaapkamergedeelte, een keukentje en een toilet. De douche bevond zich op de gang naast de liften en moest gedeeld worden met medebewoners. Op de begane grond bevond zich de centrale badafdeling. In deze ruimte stonden twee ligbaden en een aantal douches bestemd voor 136 bewoners! Als men dus de wekelijkse badbeurt had, ging men in pyjama of badjas over de gang naar beneden. Moest men op de kamer gewassen worden, dan gebeurde dat zittend op het toilet.

Een grote vooruitgang kwam in 1995-1996. Toen werden twee appartementen samengetrokken tot één, maar ook drie appartementen tot twee. Hierdoor kreeg de bewoner een apart woon- en slaapgedeelte en een badkamer met douche en toilet. Voor de verzorging was dit ook veel prettiger.


Jaarboek 44, pagina 84

“Tijdens de verbouwing betrokken de meeste bewoners een appartement aan de overkant van de Oranjelaan, tegenover de Santmark”, vervolgt Bea. “Maar daar konden niet alle bewoners heen. Er verhuisden er een paar naar De Boogaert, waarvan sommigen aangaven er te willen blijven wonen. Er bleven ook ouderen in de Santmark zelf wonen. De renovatie vond per gang plaats. Zodra er appartementen opgeleverd waren, gingen de mensen daar tijdelijk in wonen tot hun eigen appartement was vernieuwd. Men moest toen wel van 136 bewoners terug naar 89 bewoners. Verder verminderde het aantal bewoners door natuurlijk verloop. Dat wil zeggen dat het aantal vanzelf terugliep doordat er mensen overleden. Deze plaatsen werden dus niet opgevuld.

Omdat er per afdeling, dus na de renovatie, minder appartementen waren, kon niet iedereen naar zijn of haar eigen etage terugkeren. De bewoners konden een voorkeur opgeven waar men na de verbouwing het liefst zou willen wonen. Daar kon niet altijd aan worden voldaan, maar in overleg met de bewoner kwam men er wel uit. Omdat er appartementen leegstonden, heeft de Santmark in 1995 mensen opgevangen die moesten evacueren vanwege de dreigende watersnood in de Betuwe, Bommelerwaard et cetera. ‘s Avonds heel laat kwam er een bus aan met bejaarden die in het getroffen gebied in een verzorgingshuis woonden. Het personeel had erg met ze te doen. Weggerukt uit hun vertrouwde omgeving, naar een vreemd verzorgingshuis. Maar ze zijn liefdevol verzorgd en naderhand waren ze erg dankbaar.”

Uitnodiging voor de heropening van de Santmark op 1 november 1996.
Uitnodiging voor de heropening van de Santmark op 1 november 1996.

Luuk de Waal vult aan: “In december 1995 konden de eerste bewoners weer terug. Zij kwamen in een goed geoutilleerd appartement met een woonkamer met open keuken, een aparte slaapkamer en een volledig voor rolstoelgebruiker aangepaste douche. Medio juni 1996 kon íedereen naar zijn prachtig verbouwde appartement terugkeren. Bij de officiële heropening op 1 november 1996 kon met recht worden geconstateerd dat het ‘Zorgcentrum Castricum’ klaar was voor verzorgingshuis nieuwe stijl. Immers De Boogaert had twee jaar daarvoor een metamorfose ondergaan.”

De warme maaltijden

Vroeger werden in de grote keuken van de Santmark de warme maaltijden zelf bereid. De groenteboer bracht de nog niet gewassen groenten elke dag vers aan huis en het keukenpersoneel maakte, samen met bewoners, de groente schoon voor de volgende dag. Aardappels werden nog met de hand geschild. Ook de bakker kwam elke dag en de melkboer om de dag. De visboer bracht iedere donderdagnacht vis, omdat er vrijdags altijd vis op tafel stond.

Het uitserveren van de warme maaltijden.
Het uitserveren van de warme maaltijden. Foto Viva! Zorggroep.

De verzorging deed alles zelf; ‘s morgens lichte, verzorgende taken en na de koffie huishoudelijke werkzaamheden. Daarna hielpen twee verzorgenden in de keuken met het opscheppen van het warme eten, terwijl anderen de dienbladen naar de bewoners op de kamer brachten. Tegenwoordig is er voor elke taak wel een medewerker. Later, toen De Boogaert en de Santmark waren gefuseerd, werden de maaltijden in de gemoderniseerde keuken van De Boogaert bereid. Sinds 2001 worden zogenaamde maaltijdcomponenten gekoeld toegeleverd door bedrijven die daarin gespecialiseerd zijn. Het menu kan zo uit verschillende componenten samengesteld worden. Daarna is het een kwestie van opwarmen en uitserveren.

Aankondiging in 1994 van de nieuwbouw van veertig woningen aan de overzijde van de Oranjelaan in het bijzijn van burgemeester Schouwenaar. Foto Ad van de Velde.

Groei van de Santmark

Toen de Santmark op 20 maart 1970 officieel werd geopend, bestond deze uit een hoofdgebouw waarin 101 eenpersoonskamers en twintig tweepersoonskamers gevestigd waren. Langs de M. H. Tromplaan kwamen acht huurhuisjes en langs de Oranjelaan zes aanleunwoningen, die in 1994 gesloopt zijn. De eerstvolgende uitbreiding begon in 1978 met de bouw van zeventig aanleunwoningen.


Jaarboek 44, pagina 85

Deze bestonden uit galerijwoningen met twee verdiepingen. Deze woningen hebben een woon-eetkamer annex keuken, slaapkamer, kleine slaapkamer, badkamer en balkon/terras. In maart 1979 werden de eerste woningen betrokken. Op 4 maart 1994 werd begonnen met de nieuwbouw van veertig aanleunwoningen aan de overzijde van de Oranjelaan.

Een deel van de zeventig aanleunwoningen die in 1978/1979 werden gebouwd.
Een deel van de zeventig aanleunwoningen die in 1978/1979 werden gebouwd. Foto Hans Boot.

Op 22 april 1999 kon de eerste paal worden geslagen voor de nieuwbouw van 22 seniorenwoningen. Met de bouw van deze woningen werd een koppeling mogelijk met het hoofdgebouw en de 70 bestaande zorgwoningen. Op het gebied van veiligheid, efficiëntie en droge/warme bereikbaarheid is een belangrijke kwaliteitsimpuls tot stand gekomen. Het restaurant werd gemoderniseerd en er werd een stiltecentrum gecreëerd.

Veranderingen in de organisatie

De Santmark is als zelfstandig zorgcentrum van start gegaan. Om redenen van efficiëntie is door de besturen van de Santmark en De Boogaert besloten om te fuseren. Deze fusie kreeg in 1995 zijn beslag. De naam waaronder beide verzorgingshuizen gingen samenwerken, was ‘Stichting Zorgcentrum Castricum’. Zorgcentrum Castricum is op 30 december 2002 deel gaan uitmaken van een samenwerkingsverband met omliggende verzorgingshuizen in Akersloot, Beverwijk, Heemskerk, Limmen en Uitgeest en het verpleeghuis Heemswijk in Heemskerk. De naam hiervan was Partners in de Zorg.

Het Logo van ‘Stichting Zorgcentrum Castricum’ De Boogaert en de Santmark.
Het Logo van ‘Stichting Zorgcentrum Castricum’ De Boogaert en de Santmark. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Uiteindelijk is Partners in de Zorg in 2006 opgegaan in ViVa! Zorggroep. Dat is een grote organisatie met woonzorgcentra in Bergen, Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Heerhugowaard, Heiloo en Uitgeest. De Santmark beschikt momenteel over 85 appartementen, waarvan een aantal bestemd is voor echtparen. Daarnaast zijn er drie plaatsen voor tijdelijke opvang. De appartementen zijn verspreid over vier verdiepingen. Op de eerste en derde etage zijn huiskamers gevestigd voor bewoners met een psychogeriatrische zorgvraag. Deze bewoners beschikken over een eenkamerappartement. Er is normaal gesproken een veelzijdig aanbod in creatieve, informatieve en sportieve activiteiten, mede dankzij de inzet van de vrijwilligers. En er worden regelmatig uitstapjes en speciale activiteiten in de recreatieruimte georganiseerd. Er is een eigen therapieruimte en een stilteruimte.

Wetenschappelijk onderzoek

Wat betreft de toekomst stelt Viva! Zorggroep op zijn website: ‘Kennis en vernieuwing zijn onmisbaar om ons werk steeds beter te kunnen doen. Dus werken we mee aan wetenschappelijk onderzoek naar ouderengeneeskunde en chronische ziekten en maken we gebruik van de nieuwste inzichten. Ook op het gebied van ICT. De kennis die we opdoen delen we als kenniscentrum voor ontwikkelingen die het wonen en leven van mensen met ondersteuning makkelijker maken. Want kennis is kracht!’

Tot slot een uitspraak van oud-directeur Van Keeken: “Sommige dingen zijn absoluut ten goede veranderd, maar ook een aantal niet.”

Nico van der Lem

Bronnen:

  • Archief Oud-Castricum;
  • Jubileumboek De Santmark 1969-1994;
  • Jubileumboek Santmark 40 jaar;
  • Jaarverslag 2002 Stichting Zorgcentrum Castricum;
  • Regionaal Archief Alkmaar.

Met dank aan: Bea Boots-Louwe en Luuk de Waal.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Jaarboeken

15 april 2024

De Vogelwerkgroep Midden-Kennemerland(Jaarboek 44 2021 pg 72-75)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 44, pagina 72

De Vogelwerkgroep Midden-Kennemerland

Eldert Kortenoever.
Eldert Kortenoever.

We wonen in een gebied rijk aan vogels, vooral dankzij de ligging bij het bos, de duinen, de kust en het polderland. Wie van vogels houdt, wil vaak meer kennis opdoen of die kennis juist delen en dan kom je vanzelf terecht bij een vogelwerkgroep. Op 10 april 1958 werd die opgericht; eerst onder de naam Vogelwerkgroep Castricum en later Vogelwerkgroep Midden-Kennemerland.

Eldert Kortenoever richtte de Vogelwerkgroep op, samen met Koos Borstlap en Gerard Klaasse. Het was ook Kortenoever die op eigen initiatief een klein museum realiseerde in loods vijf op camping Bakkum, de voorloper van De Hoep. Bovendien was hij vanaf het begin tot op hoge leeftijd actief voor Oud-Castricum. Zijn boeiende levensgeschiedenis is beschreven in het jaarboek 29.

Jongeren en de vinkenbaan

Inventarisatie van de vogelstand was de eerste activiteit van de werkgroep. De zang van de mannetjes werd in kaart gebracht en er werd vervolgens gezocht naar nesten. In 1963 kwam er in het duingebied een vinkenbaan voor het vangen en ringen van vogels voor wetenschappelijk onderzoek. Dat is een activiteit die tot de dag van vandaag ook de jeugd aanspreekt. De jongerengroep, met deelnemers in leeftijd van acht tot twintig jaar, heeft zo’n twintig leden en draait een eigen programma. Tussen de jongeren zijn al hele goede vogelaars te vinden, volgens voorzitter Hans Stapersma.

“Ons ledenbestand is wel aan het vergrijzen, met wel gelukkig aanwas van net-gepensioneerden en mensen van wie de kinderen net de deur uit zijn. Daarom is het voor ons zo belangrijk om juist een groep jonge mensen in de vereniging te hebben.”

De vinkershut die gebruikt werd in de periode 1970-1990.
De vinkershut die gebruikt werd in de periode 1970-1990. Hij is gemaakt van hout, waarin de walsen van de warmbandwalserij van de Hoogovens werden vervoerd.

Strakke regels

Bij de vinkenbaan is een beperkte groep leden actief met daarbij strakke regels. Maximaal tien ringers per baan met een landelijk geregelde vergunning is een voorwaarde. Daar is ook een boek over geschreven: ‘Vinkenbaan Castricum 1960-2006, een halve eeuw vogels ringen’ van H.P.A. Levering.


Jaarboek 44, pagina 73

Het is een van de oudste vinkenbanen van Nederland. In het blad Tussen Duin en Dijk is heel recent een artikel verschenen over deze vinkenbaan. De vogels worden gevangen met slag- en mistnetten. Het ringstation is gelegen ten zuiden van het infiltratiegebied in de duinen en is niet toegankelijk voor publiek. Ondertussen zijn er meer dan een half miljoen vogels geringd.

Het voor wetenschappelijke doeleinden vangen van vogels gebeurt met verschillende soorten netten.
Het voor wetenschappelijke doeleinden vangen van vogels gebeurt met verschillende soorten netten. Hier is het voorbereiden van slagnetten te zien, die vooraf onder mechanische spanning opengeslagen worden. Vervolgens kunnen zij op het juiste moment dichtgetrokken worden vanuit de hut. De takken boven de netten dienen als eerste aanlokkelijke zitplaats voor de vogels, die hopelijk vervolgens op de grond gaan zitten om te eten en te drinken.

Natuurbescherming

De werkgroep heeft een groot werkgebied: van het Noordzeekanaal tot Egmond en van de Noordzee tot ver over de A9 aan de oostkant. Op dit moment telt de vereniging zo’n 250 leden. Hans richtte bij zijn aantreden als voorzitter in 2000 de jongerenwerkgroep op en een groep die zich met ruimtelijke ordening bezighoudt.

Vogelringstation_Castricum.
Tekst op de huidige vinkershut, een gift van het PWN, die sinds
de jaren (negentien) negentig in gebruik is. Hierop staat nog de vorige naam van de Vogelwerkgroep, die bij het vijftigjarig jubileum in 2008 officieel veranderd is in ‘Vogelwerkgroep Midden-Kennemerland’ om zo beter recht te doen aan haar werkgebied.

“Natuurbescherming is een van de doelen van de werkgroep en daarvan profiteren ook vogels. Zie ze als een uitkomst, een resultante van hoe we onze natuur en leefomgeving inrichten. Weidevogels zijn zo’n voorbeeld. De tijden veranderen. Toen er nog veel grutto’s en wulpen waren zag je bijvoorbeeld weinig ganzen. Nu is het omgekeerd door de manier waarop we boeren. Maar in wezen zijn de ganzen de nieuwe weidevogels. Helaas keert men zich van de ganzen af. Het zijn er te veel, vindt men en we gaan kieviten en grutto’s beschermen, terwijl we hun natuurlijke biotoop hier, bloemrijke, natte weilanden, eigenlijk grotendeels vernietigd hebben.”


Jaarboek 44, pagina 74

Realisatie van de natuurcompensatie van het fietspad tussen Castricum en Akersloot in 2017.
Realisatie van de natuurcompensatie van het fietspad tussen Castricum en Akersloot in 2017. Van links naar rechts Hans Stapersma (voorzitter Vogelwerkgroep), Toon Mans (burgemeester Castricum), Rienk Slings (voorzitter Stichting De Hooge Weide), Theo Kaag (betrokkene), Arie Dekker (secretaris Vogelwerkgroep), Marcel Steeman (wethouder Castricum), Jan de Ruijter (oprichter Stichting De Hooge Weide) en Cees de Vries (bestuurslid Stichting de Hooge Weide). De verplichte natuurcompensatie voor het dwars door het gruttokerngebied aangelegde fietspad heeft heel veel voeten in de aarde gehad. De compensatie had er voor aanleg van het fietspad in 2009 al moeten zijn, maar het duurde dus uiteindelijk tot 2017 voordat het grootste gedeelte van de compensatie realiteit werd.

Boeren en ganzen

De werkgroep is geïnteresseerd in de manier waarop de boeren hun werk doen. Hans: “Dat is de sleutel om te voorspellen welke vogels we hier krijgen en hoeveel. De ganzen trekken niet verder, omdat we hier het beste eiwithoudende gras ter wereld hebben. Daar moeten we mee leren leven. Misschien vinden we het niet leuk en klagen we over schade en denken we ook aan problemen voor het vliegverkeer op Schiphol. De vogels zijn in competitie met de mens.

Zo hadden velen een hekel aan zwarte vogels, want dat waren concurrenten en vermeende veroorzakers van de schade. Nu zijn dat ganzen en zogenaamde invasieve exoten. Een voorbeeld: er zijn hier nu halsbandparkieten, een exotische en luidruchtige soort die eerst in Heemskerk en nu hier in Castricum in hoge bomen slapen en in onze tuinen het voedsel vinden. De grote zilverreiger heeft deze streek ook gevonden, maar die wel geheel op eigen kracht, met slaapplaatsen bij het Alkmaardermeer en in de Karpervijver.”

Vogels tellen

Er worden zo’n vijftig tellingen per jaar uitgevoerd, met name voor PWN en voor SOVON, de landelijke organisatie voor vogelonderzoek. Dat gebeurt binnen en buiten het duinterrein. Secretaris Arie Dekker vertelt:

“In het bosgebied gaat dat grotendeels op het gehoor, dus er is eigenlijk geen verrekijker voor nodig. De tellers van de vogelwerkgroep mogen van het PWN buiten de paden lopen wanneer ze hun telwerk doen, maar wel binnen strak voorgeschreven regels. Ook voeren vele leden van de Vogelwerkgroep op ad hoc basis hun waarnemingen in op het landelijke waarnemingen.nl. Wat we zien of horen stond vroeger op kartonnen kaartjes, maar dat is nu allemaal gedigitaliseerd.”

Voor wie laagdrempeliger met vogels bezig wil zijn, is er bijvoorbeeld de nationale tuinvogeltelling, die de Vogelbescherming elk jaar organiseert in het laatste weekend van januari. Dat gebeurt om mensen te interesseren voor vogels; die telling is niet moeilijk en kost maar een half uurtje.

Samenwerking PWN

Er is gemiddeld twee keer per jaar overleg met PWN, de beheerder van het Noord-Hollands Duinreservaat, dat een belangrijk deel uitmaakt van het werkgebied van de Vogelwerkgroep.

Arie legt uit: “Dan praten we over ontwikkelingen rond bijvoorbeeld recreatie en de noodzaak voor het kanaliseren van die grote bezoekersstromen in onder andere de broedtijd. De contacten zijn voor ons heel belangrijk, want het betreft een significant deel van ons werkgebied. Ze zijn bovendien onze gastheer voor het ringstation. De roofvogelaars zijn ook van de PWN afhankelijk. Als er gekapt moet worden, dan moet je begrijpen dat roofvogels vaak het nest gebruiken van het vorige jaar. Die nesten zijn jaarrond beschermd en je moet er dus met kappen ver van wegblijven.


Jaarboek 44, pagina 75

Zo hebben we ook heel goed samengewerkt bij de totstandkoming van het Hof van Kijk Uit. Daar is nu een horecagelegenheid en atelier gerealiseerd, heel bescheiden, waar mensen met een beperking dagbesteding wordt aangeboden.

Het Hof van ‘Kijk Uit'.
Het Hof van ‘Kijk Uit’. Oude Schulpweg 4 in Castricum, 2022. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het is een gebied van Natura 2000, dus nieuwe horeca is daar in principe niet toegestaan. Voor de PWN lastig, voor de vogelwerkgroep ook lastig, maar een doel dat we allemaal sympathiek vinden. PWN en Vogelwerkgroep hebben dat samen opgelost met een aantal heel goede afspraken over omvang, werktijden en logistiek. Iedereen is dus blij met de uitkomst; het resultaat van goede samenwerking.”

Havikarend in Bakkum

Dan zijn er nieuwe vogels in het gebied gezien; dat gebeurt zelfs regelmatig. Zo zag men vorig jaar bijvoorbeeld een havikarend, de tweede keer voor Nederland.

Hans: “Hij had een zender gekregen in Zuid-Frankrijk. Op waarneming.nl staat dan normaal vermeld dat er iets bijzonders te zien is, maar vanwege corona was dat niet gemeld om samenscholingen en te grote drukte te vermijden. Via allerlei app-groepjes gaf men dat toch aan elkaar door. Door de zender konden ze hem ook volgen. Het beest was op voorjaarstrek-telpost Breskens gezien en via de Franse website had men achterhaald dat hij ’s avonds ergens rond camping Bakkum ging overnachten. De ochtend erop stond het daarom toch helemaal vol met vogelaars, die deze soort graag op hun lijst wilden bijschrijven.”

Henk Eenhoorn inspecteert de kerkuilenkast in de dorpskerk in het centrum van Castricum.
Henk Eenhoorn, voormalig coördinator van de ‘Kerkuilenwerkgroep’, inspecteert de kerkuilenkast in de dorpskerk in het centrum van Castricum. De kast hangt daar aan de westzijde sinds 1997 en is speciaal te noemen vanwege een geknikte inlooppijp tegen de kauwen. Er zit een deksel op om de pijp schoon te maken. De kast is normaal op slot en is voorzien van een label met het verzoek de slapende uil niet te storen.

Grenzeloos en eindeloos

Er zijn veel aparte werkgroepjes actief binnen de Vogelwerkgroep. Ze verzorgen bijvoorbeeld nestgelegenheid voor ijsvogels of kerkuilen. Ieder kiest zijn activiteiten in lijn met z’n eigen belangstelling.

IJsvogelwand.
Het is zo’n dertig jaar geleden gebleken dat de beperkende factor voor het aantal ijsvogels in Nederland hun nestgelegenheid is. Zij willen rustige, steile wanden en oevers langs helder, visrijk water, waarin de vogel zijn nestholte kan graven. Dit is een pijp tot wel een meter lang. Door het kanaliseren en rechttrekken van beken en andere waterlopen en het opruimen van omgevallen bomen nabij water, waarvan de wortelkluit vaak ook nestgelegenheid bood, verdween de vogel. Het herstellen of kunstmatig aanleggen van zulke plekken heeft geleid tot een krachtig herstel van het aantal ijsvogels in Nederland.

“Kerkuilen zijn cultuurvolgers en nestelen dicht bij de mens; daarvoor plaatsen we kasten”, zegt Arie. “IJsvogels kiezen voor een rustige plek aan het water, maar ze hebben wel een steile wand nodig om een hol in te kunnen graven. Leden zorgen voor de aanleg van zulke wanden op rustige plekken nabij visrijk water.”

Er worden regelmatig excursies verzorgd. Kort en lang, dichtbij en verder weg. Vaak ook met een duidelijk doel, zoals het zoeken naar bepaalde soorten of het bekijken van de vogeltrek. De excursies vinden in Castricum en omgeving plaats, op Texel of het Lauwersmeer, maar ook in Frankrijk (watervogels), Duitsland (kraanvogeltrek), Polen, Spanje en Zweden (vogeltrek).

Hans: “De vogeltrek is hier aan de kust overigens vaak heel enerverend. Er zijn dagen met vele tienduizenden vogels op weg naar het zuiden. Een spectaculair voorbeeld zijn de enorme aantallen spreeuwen die naar het zuiden gaan of de Noordzee oversteken naar Engeland. In Nederland zijn er zo’n 160 posten die vogeltrek tellen. Wij zijn hier aan de kust echt verwend met een paar heel goede plekken. Daarbij zijn de meeste vogelsoorten eigenlijk altijd in beweging behalve als ze broeden. Vogels zijn grenzeloos en daarmee eindeloos.”

Nico Lute

Bronnen:

Met dank aan: Arie Dekker en Hans Stapersma.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Jaarboeken

15 april 2024

AV Castricum, een vereniging om trots op te zijn (Jaarboek 44 2021 pg 60-70)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 44, pagina 60

AV Castricum, een vereniging om trots op te zijn

Atletiek Vereniging Castricum (AVC).
Atletiek Vereniging Castricum (AVC).

Atletiek Vereniging Castricum (AVC) bestaat bijna zestig jaar (in 2021). Het is een sociale vereniging met een rijke historie, die Castricummers bindt en in beweging houdt. Bij AVC is iedereen, onafhankelijk van de leeftijd of het niveau, welkom. De locatie van de vereniging ligt op een bijzonder mooie plek in de duinen, op hardloopafstand van het strand. Door de jaren heen zijn meer dan duizend vrijwilligers actief geweest.

Voorzitter Joop Beentjes vertelt: “Sinds 2013 ben ik als voorzitter, samen met vier bestuursleden, actief in het dagelijks bestuur van AVC. De vereniging heeft momenteel een paar honderd vrijwilligers, die zich met veel plezier inzetten voor hun club. De accommodatie moet onderhouden worden, bij wedstrijden is onze bar open, we hebben een wedstrijdorganisatie, we hebben ouders die bij de trainingen assisteren, er is een EHBO-ploeg en een communicatieteam voor de website en social media, we hebben iemand die bij wedstrijden als speaker actief is, een starter enzovoort; het is een heel fijn team dat harmonieus met elkaar samenwerkt, geniet van de prestaties en het plezier van de deelnemers.”

In de zomer organiseert AVC baanwedstrijden met loopnummers zoals sprintonderdelen, hordenlopen, middellange (400, 800 en 1.500 meter) en lange afstanden (vanaf 3.000 meter). Daarnaast zijn er technische onderdelen zoals hoogspringen, verspringen, speerwerpen, kogelstoten en discuswerpen.

Sportpark De Duinloper.
Sportpark De Duinloper, ideaal gelegen in het bos nabij de duinen en het strand.

Joop: “In de winter organiseren wij de Strand- en Duinlopen, waar lopers uit de hele regio graag aan meedoen, omdat de route over onze prachtige duinen en het strand gaat. De start in mijn rol als voorzitter was de vernieuwing van onze accommodatie; in 2014 hebben we ons clubhuis geheel vernieuwd. Met hulp van een groot aantal leden hebben we de kleedkamers gerenoveerd, een nieuwe fitnessruimte gerealiseerd en de kantine verfraaid. Dat hebben we gevierd met een geweldig openingsfeest. De daaropvolgende periode hebben wij, samen met bestuur, onze trainers en vrijwilligers, de organisatie van onze vereniging geoptimaliseerd en van AVC een groeiende en bloeiende atletiekvereniging kunnen maken.”

Joop hoopt als voorzitter dit jaar het stokje door te kunnen geven aan een opvolger en als atleet nog enkele jaren actief te blijven.


Jaarboek 44, pagina 61

De oprichting

Begin jaren (negentien) zestig wilde Kees Kabel, bestuurslid van de plaatselijke volleybalvereniging Dynamo, eens polsen of er in Castricum ook belangstelling was voor een atletiekvereniging. Geïnteresseerden konden zich onder meer opgeven bij de kruidenierswinkel van Klaas Wokke aan de Bakkummerstraat. Tien personen meldden zich, waaronder Andries en Mieke Broekhuizen, Peter Vlaarkamp en Dick Schermer. Broekhuizen bleek de enige van de groep met een atletiekachtergrond. Dit groepje vormde het begin van de atletiekvereniging, die officieel op 1 juli 1962 werd opgericht.

Eind jaren (negentien) zeventig met van links naar rechts Dick Schermer, Dick Tiebie, Paul Vlaarkamp en Nico Brakenhoff.
Eind jaren (negentien) zeventig met van links naar rechts Dick Schermer, Dick Tiebie, Paul Vlaarkamp en Nico Brakenhoff.

De allereerste trainer hield het na drie weken al voor gezien, omdat hij het te druk zou hebben. Zijn plaats werd ingenomen door Wim Ruiters, die in een regionaal bestuur van de KNAU (tegenwoordig Atletiekunie) zat. Verder was hij ook looptrainer. Net zoals ook dat nu nog het geval is, bestonden in die beginfase de meeste leden van de atletiekvereniging uit hardlopers. Maar Dick Schermer besloot zich ook te willen toeleggen op de technische atletiekonderdelen. Hij was de eerste atleet binnen de club die, behalve hardlopen, ook onderdelen als speerwerpen en hoogspringen beoefende.

Opening van de spelen van Atletiekvereniging AVC aan het Kroftveld.
Opening van de spelen van Atletiekvereniging AVC aan het Kroftveld, het atletiek terrein aan de Zeeweg 4 in Bakkum. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Als eerste trainingsveld werd gekozen voor het Kroftveld in de duinen. De training verliep toen nog heel simpel: rondjes lopen, sprintjes trekken en wat oefeningen doen. Atletiekmateriaal was er nog niet. Dat kwam pas later dankzij een paar Castricumse sponsors. Met hun steun werden de eerste discussen, kogels en speren aangeschaft.

Niet lang nadat de trainingen in de duinen van start waren gegaan, groeide het idee om meer visueel zichtbaar te gaan trainen in Castricum. Op het Kroftveld in de duinen zagen maar weinig mensen dat er in Castricum nu toch echt aan atletiek werd gedaan. De keuze viel uiteindelijk op een braakliggend terrein bij de Juliana van Stolbergstraat.

Juliana van Stolbergstraat in Castricum, 1965.
Juliana van Stolbergstraat in Castricum, 1965.

Er werd ook voor gezorgd dat er elke week een stukje over de atletiekvereniging in het Nieuwsblad voor Castricum verscheen, waarbij tot slot altijd het aanmeldingsadres voor nieuwe leden werd genoemd. Om publicitaire redenen werden er op de Brink atletiekwedstrijden gehouden. In die tijd was het Castricumse politiebureau nog naast dit plein gevestigd en daar kon men zich omkleden.

AVC op eigen benen

In het begin was de atletiekvereniging nog onderdeel van Dynamo Castricum. Andries Broekhuizen zat toen in het bestuur als vertegenwoordiger van de atletiekafdeling. Na een jaar werd besloten om zelfstandig verder te gaan. De atletiekafdeling kon intussen op eigen benen staan. In 1966 had AVC 86 leden. Pupillen waren er toen nog niet, de minimumleeftijd om lid te worden was twaalf jaar.

Andries Broekhuizen in 1988.
Andries Broekhuizen in 1988. Hij was bestuurslid als vertegenwoordiger van de atletiekvereniging, toen AVC nog deel uitmaakte van Dynamo Castricum.

Al vanaf het begin wilden de leden graag trainen op het huidige atletiekterrein aan de Zeeweg. Dat werd in die tijd gebruikt door voetbalvereniging CSV. Het verzoek aan die vereniging om van hun veld gebruik te mogen maken, kon niet worden ingewilligd, omdat de voetballers maar twee velden hadden. Dat bood geen ruimte voor nog een atletiekvereniging. Na wat omzwervingen via het veld van korfbalvereniging Helios aan de Oranjelaan en het sportterrein Wouterland, kon door het vertrek van CSV naar het nieuw aangelegde sportpark Noord-End uiteindelijk dan toch het mooie veld aan de Zeeweg worden betrokken.


Jaarboek 44, pagina 62

Eind 1976 werd het voetbalterrein overgedragen aan AVC, om uiteindelijk op 11 juni 1977 officieel te worden geopend als ‘De Duinloper’. Sommige leden hebben nog steeds een beetje heimwee naar de nostalgische grasbaan en kijken terug naar de heroïsche duels die er plaatsvonden.

Clubblad ‘De Duinloper’

In oktober 1963 verscheen de eerste uitgave van het clubblad ‘De Duinloper’. Vanaf de oprichting een jaar eerder speelde het jonge bestuur met het idee om een echte clubkrant uit te geven. Voorzitter Andries Broekhuizen nam de taak als redacteur op zich. Het clubblad voor AVC’ers bleef bestaan en werd persoonlijk rondgebracht in het dorp. Het clubblad was vroeger een dubbel velletje papier dat gestencild werd in het clubhuis. Drijvende kracht hierachter was Lilian Schreuder. De allerlaatste editie verscheen in januari 2012. Sindsdien houdt de vereniging haar leden op de hoogte via een maandelijkse digitale ledennieuwsbrief. AVC heeft een communicatieteam van twee vrijwilligers dat zorgt voor dagelijks nieuws en foto’s op de website www.avcastricum.nl en social media.

Nederlandse Grasbaan Kampioenschappen

Atletiek werd traditioneel beoefend op een sintelbaan (sintels zijn afval van verbrande steenkool). Eind jaren (negentien) zestig vond een revolutie plaats en kwamen er kunststofbanen. Deze banen zorgden voor veel betere prestaties en waren ook minder gevoelig voor slechte weersomstandigheden. Tegenwoordig heeft bijna elke Nederlandse atletiekvereniging wel een kunststofbaan.

Toby Schulte (links) en Gerrie Zonneveld in actie op de grasbaan.
Toby Schulte (links) en Gerrie Zonneveld in actie op de grasbaan. Toby is tegenwoordig trainer van de CD-junioren.

AVC had, voordat het in 1998 een fraaie kunstbaan kreeg, ook een grasbaan op het sportpark De Duinloper. In de jaren 1980-1990 werden er jaarlijks de Nederlandse Grasbaan Kampioenschappen gehouden; een kampioenschap dat alleen openstond voor leden van verenigingen met een grasbaan. Het laatste NK-grasbaanatletiek werd in 1990 in Castricum gehouden met een groot aantal deelnemers, waaronder velen van AVC.

Wim Luijckx en Jacco Verhulst tijdens een van de Nederlandse Grasbaan Kampioenschappen.
Wim Luijckx (voor) en Jacco Verhulst (midden) tijdens een van de Nederlandse Grasbaan Kampioenschappen.

Oud-voorzitter en vrijwilliger Wim Res

Wim Res is lid geworden van AVC in juni 1979, hij was toen 31 jaar. Zijn vrouw Tineke is ook zo’n trouw lid; zij is in 1982 lid geworden. Sinds begin jaren (negentien) tachtig was Wim actief voor de vereniging als vrijwilliger. Hij werd voorzitter in 1992 en had één grote wens, namelijk het realiseren van een kunststofbaan.

Wim Res.
Wim Res, die zich al ruim veertig jaar inzet voor de vereniging, had één grote wens: het realiseren van een kunststofbaan.

Wim: “In die jaren had de vereniging een grasbaan op de huidige locatie aan de Zeeweg. Aan de oostkant van de huidige atletiekbaan is er veertig meter bijgekomen, want de grasbaan lag diagonaal en de kunststofbaan die ik wenste voor de vereniging, paste helemaal niet in de ruimte. Er waren op de grasbaan maar twee of drie lanen. Midden jaren (negentien) tachtig is dat extra stuk erbij gekomen. Toen is de grasbaan verlegd, kreeg die het huidige model en werd het aantal banen uitgebreid naar zes.”

Aanleg van een nieuwe baan voor Atletiek Vereniging Castricum.
Aanleg van een nieuwe baan voor Atletiek Vereniging Castricum aan de Zeeweg 4 in Bakkum, 1985. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Jaarboek 44, pagina 63

Strand-, bos- en duinlopen

Sinds 1981 is Wim betrokken bij het organiseren van de boslopen van AVC; hij coördineerde dit samen met Peter Vlaarkamp en Els Foekema. “Er werden in de beginjaren twee aparte strandlopen en twee aparte boslopen georganiseerd. De strandloop startte bij het strand. Vlak voor de start werd bekendgemaakt welke kant de lopers op gingen, omdat er in die tijd wel eens lopers waren die geen geld over hadden voor een inschrijving. Om illegale lopers te mijden, werd deze truc bedacht.”

De start van een van de populaire strand- en duinlopen.
De start van een van de populaire strand- en duinlopen.

Er waren ook twee boslopen, de start daarvan was bij de Leplaan, een groot parkeerterrein van Camping Bakkum, bij een meertje. Inmiddels is dat meertje er niet meer.

“In die tijd was sportpark De Duinloper al in gebruik als accommodatie voor de vereniging, maar daar mochten niet zoveel auto’s parkeren. De politie regelde motoragenten om het verkeer om te leiden en het parkeren te begeleiden. Wegens de grote animo ging de frequentie omhoog van twee naar vier boslopen, genaamd Bosloop Castricum; er kwam zelfs een halve marathon bij. Later ging deze wedstrijd Strand- en Duinloop heten.”


Jaarboek 44, pagina 64

Deze boslopen startten vroeger op het pad tussen de ijsbaan en AVC, dat nu naar Kinnehin leidt. Er werd een startdoek opgehangen. Toen waren er nog geen startnummers, maar de deelnemers kregen een papieren label om te laten zien dat zij zich ingeschreven hadden. Tot 1991 heeft Wim dit voornamelijk zelf georganiseerd. Inmiddels is er een grote groep vrijwilligers actief bij de strand- en duinlopen en vervult hij daar nog steeds een rol in.

De Dubbele Lus

In 1982 kwam er een nieuwe wedstrijd bij voor AVC: ‘de Dubbele Lus van Castricum’. Bij die wedstrijdorganisatie is Wim 33 keer actief geweest als vrijwilliger. Aan de eerste elf lopen heeft hij zelf ook deelgenomen.

De Dubbele Lus door het centrum van Castricum.
De Dubbele Lus door het centrum van Castricum. Tijdens de gloriedagen deden meer dan duizend jonge en oudere lopers mee.

“De Dubbele Lus was oorspronkelijk een wielerronde. Een andere sportvereniging was eerst gevraagd om mee te helpen om vlaggen te leveren en parcoursposten. De organisatie had bedacht om er ook een stratenloopje bij te organiseren, dat steeds groter werd. De wielerronde startte om 18.00 uur en vanaf 20.00 uur werd de wielerronde voor de topamateurs gehouden. Voorafgaand aan de wielerrondes startte de stratenloop om 17.00 uur. Ik wilde de loop graag om 19.00 uur laten beginnen om meer lopers te trekken. Het lukte uiteindelijk om meer dan duizend deelnemers aan de start te krijgen.”

Ton van Rooij (met nummer 79) in 1999.
Ton van Rooij (met nummer 79) in 1999. Hij volgde drie jaar later Wim Res op als voorzitter.

Na 33 edities is de wielerronde van de Dubbele Lus gestopt, maar de loop is nog een aantal keren gehouden onder leiding van AVC-lid Ton van Rooij. Het evenement is uiteindelijk helemaal gestopt; er waren steeds minder sponsors en deelnemers. Het parcours moest bijna jaarlijks worden aangepast, omdat de gemeente steeds meer vluchtheuvels ging aanleggen in het dorpscentrum.

Wim heeft ook jarenlang de jeugdcross op de camping georganiseerd. In maart 2020 organiseerde hij nog een finale, waarbij er twaalfhonderd deelnemende kinderen en zestig verenigingen op bezoek kwamen uit Noord en Midden Nederland.

De kunststofbaan

De wens om een kunststofbaan te realiseren heeft Wim in 1997 bij de gemeente in de week gelegd en vervolgens heeft hij in november 1997 met de Atletiekunie contact opgenomen. Een van haar adviseurs zegde de medewerking toe en zei dat hij wel geduld moest hebben, want zo’n proces zou wel vijf jaar kunnen duren. En uiteindelijk kwam die voorspelling uit, want in oktober 2002 werd de baan opgeleverd.

De feestelijke opening van de kunststofbaan op De Duinloper in 2002.
De feestelijke opening van de kunststofbaan op De Duinloper in 2002.

Die vijf jaren waren nodig om medewerking te krijgen van de gemeente. Wim heeft een nota geschreven ‘Van eindsprint naar kunststof’, een dik rapport van veertig pagina’s. Tijdens een bijeenkomst in de kantine overhandigde hij het boekwerk aan de wethouder sportzaken van de gemeente Castricum. De wethouder gaf toen aan dat de hockeyclub eerst een tweede kunststofveld moest krijgen en dat atletiek helaas geen prioriteit had. Burgemeester en wethouders stonden wel achter het plan dat Wim had ingediend, maar de gemeenteraad nog niet. Een heikel punt, dat opgelost moest worden, betrof de financiën.

Onthulling nieuw bord sportpark Duinloper van atletiekvereniging AVC.
Onthulling nieuw bord sportpark Duinloper van atletiekvereniging AVC. Links Wim Res, rechts Willem Kaandorp.Het bord was gemaakt door schildersbedrijf Nico Castricum. Zeeweg 4 in Bakkum, 2000. Collectie Nieuwsblad voor Castricum. Toegevoegd.

De grond van de accommodatie was van Dijk en Duin; er gold een 25 jaar durend erfpachtcontract en er moest zekerheid gegeven worden. Wim heeft de betreffende personen van de gemeente Castricum uitgenodigd voor een rondleiding op het terrein. Daarna kwam de zaak eindelijk in beweging. De plannen moesten voorbereid worden met tekeningen. Er werd gekozen voor leverancier Oranjewoud om de kunststofbaan te realiseren. Inmiddels was de tijd er meer dan rijp voor, want er werd een fusie voorbereid van de gemeente met Limmen en Akersloot.

Tijdens de raadsvergadering stemden dertien raadsleden voor aanleg van de kunststofbaan en negen tegen. Tijdens een latere commissievergadering over de kunststofbaan kwam Wim aanzetten met twee spikes. Hij overhandigde de wethouder een van de spikes om te laten voelen hoe licht zo’n schoen is. Daarna volgde de tweede spike, alleen die was gevuld met een kilo lood. De wethouder was hier natuurlijk niet op bedacht en liet de spike uit z’n handen vallen.


Jaarboek 44, pagina 65

“Kijk, zo voelt de financiële last van een kunststofbaan voor ons”, gaf Wim als commentaar. De financiële steun van de gemeente was noodzakelijk om een nieuwe atletiekbaan te realiseren. In maart 2002 is de grasbaan ontmanteld en is Oranjewoud gestart met de werkzaamheden. In oktober 2002 is de kunststofbaan opgeleverd.

Luchtfoto van de prachtige baan van AVC, Atletiek Vereniging Castricum.
Luchtfoto van de prachtige baan van AVC, Atletiek Vereniging Castricum. Foto Lars Tervoort. Toegevoegd.

Officieuze en een officiële opening

Tijdens de eerste training werd de kunststofbaan officieus geopend. De officiële opening was met een groot feest, waarbij een wedstrijd werd georganiseerd. Een aantal sportieve gemeenteraadsleden liep mee met een 400 meter. De dag voor de officiële opening werd een nieuwe hoogspringmat geplaatst, die door een harde storm op het naastgelegen fietspad waaide. Gelukkig was de nieuwe mat nog wel bruikbaar.

Wim is voorzitter geweest van 1992 tot april 2002. Toen zijn droom van de kunststofbaan werd verwezenlijkt, is hij teruggetreden en heeft Ton van Rooij het voorzitterschap overgenomen.

Voorzitters

1962-1977 Nelis Wokke
1977-1983 Martin Laman
1983-1987 Corry van der Aar
1987-1990 Theo Wortman
1990-1994 Martin Laman
1986-2002 Wim Res
2002-2005 Ton van Rooij
2005-2013 Marga van der Wurf
2013-heden (2021) Joop Beentjes

Tegenwoordig is Wim actief in de wedstrijdcommissie en geniet ervan om atleten te zien presteren bij de wedstrijden op de atletiekbaan. Ook coördineert hij al tien jaar het klussenteam, dat elke vrijdag zorgt dat kleine en grote werkzaamheden op de accommodatie worden uitgevoerd. Wim heeft een echt AVC-hart. Hij is al veertig jaar actief als vrijwilliger en hij blijft zelf actief als hardloper. Al 55 keer heeft hij een halve marathon gelopen.

De trainers

AVC heeft voor de volwassenen tien trainingsgroepen, met in totaal dertien trainers en een aantal assistenten. Voor de jeugdleden zijn er dertien pupillentrainers en zeven juniorentrainers. Zij zijn allemaal lid van de vereniging en zelf ook actief (geweest) als atleet, op loopnummers of technische onderdelen. De pupillentrainers zijn veelal oudere jeugdatleten (junioren); de soms nog maar vijftienjarige trainers geven met veel enthousiasme atletiektrainingen aan de allerjongste pupillen. De oudste is de 82-jarige Jurg van der Wel.

Een groepje jeugdleden van AVC in 1986.
Een groepje jeugdleden van AVC in 1986.

Maria Sofan is actief als trainster sinds 2002. In het begin gaf zij drie keer per week training. In het dagelijks leven is zij gymdocente op lagere en middelbare scholen. Zij geeft atletiektraining aan de CD-junioren. Dat is de groep van elf tot vijftien jaar. De trainingen gaf ze in het begin samen met Hans Walchers, Ari Smit en Alan Pijlman, ook atleten van AVC. Maria geeft aan dat de jeugdatletiek steeds meer aandacht kreeg van het bestuur. Loes Pijlman heeft vanuit haar bestuursrol gezorgd dat het steeds beter ging lopen en dat er jeugdtrainers bij kwamen. Maria ging samen met Loes kijken naar junioren, die zo enthousiast waren over de atletieksport dat ze twee keer per week trainingen wilden gaan geven aan de jongere pupillen.


Jaarboek 44, pagina 66

Daaruit zijn weer trainers voortgekomen als Sten van der Moer en Hanke Pijlman, die al jarenlang pupillentraining geven en zelf ook nog actief zijn als atleet. Ook Kees Vrolijk geeft al bijna tien jaar training, eerst aan pupillen en nu looptraining aan de junioren. Maria’s passie ligt bij de technische onderdelen. Ze is opgegroeid in Roemenië, waar ze ook atlete was. Ze vindt dat er bij AVC veel veranderd is in positieve zin: “Het aantal pupillen is enorm gegroeid en daardoor zijn er ook veel meer junioren gekomen. De opzet van de trainingen is veranderd; doordat er nu veel meer jeugdleden zijn, zijn er veel actieve wedstrijdatleten. Ook een verandering is dat alles nu digitaal gaat. Vroeger had ik een schriftje mee naar de training. Ik moedigde de atleten aan om mee te doen aan wedstrijden en schreef in het schriftje op wie welke afstand wilde doen en gaf dat door aan de wedstrijdcommissaris.”

Maria vindt het belangrijk om naast de trainingen andere activiteiten te organiseren, zoals het Sinterklaas-dobbelspel, Oliebollentrainingen en het jaarlijkse zomerkamp. Haar favoriete onderdeel zijn de horden. Ze is zelf middellange afstandsloopster geweest (800/1.000 meter en de korte cross). Ze vindt hordelopen zo’n mooi onderdeel, omdat een atleet daarvoor veel kwaliteiten nodig heeft: snelheid, lenigheid én kracht.

Ari Smit is al sinds 2001 actief als hardlooptrainer. Hij geniet ervan om atleten meer kennis bij te brengen, waardoor ze beter gaan presteren. En hij loopt zelf ook actief mee, dat doet hij drie keer per week. Zijn groep is de grootste van de vereniging en bestaat uit ongeveer tachtig leden. Zijn atleten hebben een aantal vaste momenten waarvoor ze trainen. Dat is in januari de Halve van Egmond, in februari de Groet uit Schoorl Run en voor de Strand- en duinlopen die AVC zelf organiseert.

Ari: “De sfeer in de loopgroep is heel goed. Er is jaarlijks een gezellige barbecue, we gaan samen een weekend weg en de avond na de Halve marathon van Egmond genieten we van een gezellig etentje in het clubhuis.”

Ari is zelf nog steeds actief als atleet; hij heeft 23 keer meegedaan aan de Halve van Egmond en ook zo vaak aan de Groet uit Schoorl Run, dus zijn schat aan ervaring brengt hij graag over.

Jorg van der Wel in 1988.
Jorg van der Wel in 1988. Inmiddels is de 82-jarige Jorg de oudste trainer van AVC.

Met zijn 82 jaar is Jorg van der Wel de oudste trainer van AVC, en misschien wel van heel Nederland. Vroeger was Jorg actief als meerkamper. Tegenwoordig verzorgt hij een hardlooptraining op woensdagavond en dat doet hij al jarenlang. Zijn buurjongen van vroeger was Arend Koet, die alle clubrecords van AVC in de leeftijdsklasse 70-75 en 75-79 op zijn naam heeft staan. Jorg begeleidt zijn groep atleten op de fiets als ze de duinen ingaan. Zijn dochter Carola van der Wel was een goede atlete op de 400 meter en zijn schoonzoon Louis Dam is actief als looptrainer bij Team Distance Runners.

Wedstrijden

Oud-trainer Wim Kaandorp herinnert zich dat AVC in de jaren tachtig een sterke groep jeugdige meisjes had die twee keer kampioen van Nederland zijn geweest.

“Deze competitieploeg was niet te verslaan, ook niet door de jeugd van ADA uit Amsterdam en DEM uit Beverwijk. Dit was een heel getalenteerde lichting, waar verschillende Nederlandse jeugdkampioen uit voortkwamen: Marjolein van Elk, Janneke van Elk, Carola van de Wel, Helga Poel, Martine Kok, Heleen de Bats, Desirée Lute, Suzanne de Ruyter en Angelique Grippeling. Als ploeg behoorden de meisjesjunioren D en C tot de landelijke top en individueel behaalden ze vele prijzen. Ook als estafetteploegen waren ze onverslaanbaar.”

Hugo van den Broek in actie, namens AVC.
Hugo van den Broek in actie, namens AVC in 1990. Foto Frank Boske. Collecie Nieuwsblad voor Castricum. Toegevoegd.

In de jaren (negentien) negentig had AVC sterke veteranenploegen, waarmee zeer mooie prestaties behaald werden. In de periode 26 juni tot 4 juli 1995 nam een delegatie AVC-veteranen deel aan het EK-veteranen in Kristiansand Noorwegen. Op de 800 meter: Peter Jonker, Hans Beentjes, Nico Brakenhoff en Eugène van Kruchten. Op de 1.500 meter: Peter Jonker, Nico Brakenhoff, Peter Vlaarkamp. 5-kamp: Rob Dekker.

In de jaren (negentien) negentig had AVC sterke veteranenploegen, waarmee zeer mooie prestaties behaald werden.
In de jaren (negentien) negentig had AVC sterke veteranenploegen, waarmee zeer mooie prestaties behaald werden. Deze foto is in 1993 genomen.

Tijdens het NK-estafette in 1988 in Lisse liepen twee AVC-teams een sterke wedstrijd, waarin in beide gevallen een clubrecord werd gelopen. In de afgelopen 33 jaar is met enige regelmaat door AVC diverse estafetteteams geprobeerd deze records te verbeteren, maar tot dusver niet succesvol. Daarmee behoren deze twee clubrecords tot de oudste van AVC en de uitdaging is er nog steeds om die te verbeteren. Het team van de vier keer 800 meter, bestaande uit Hans Beentjes, Eugène van Kruchten, Willem Luijks en Jacco Verhulst liep een tijd van 7.57,75; dat van de vier keer 1.500 meter met Peter Vlaarkamp, Piet Kuys, Jeroen Losekoot en Jacco Verhulst liep 16.39,88.

Peter Res in actie voor AVC.
Peter Res van PR Sportvoedingsadvies is binnen TDR verantwoordelijk voor de begeleiding op sportvoedingsgebied. Peter is een autoriteit geworden in zijn vakgebied. Frank van Zwol. Collectie Nieuwsblad voor Castricum. Toegevoegd.

AVC-lid Frank Stam houdt alle clubrecords bij en dat zijn de beste prestaties die door AVC-leden geleverd zijn. Er staan op de website https:// www.avcastricum.nl/records verschillende categorieën: out- door, indoor, baanrecords, wegrecords en parcoursrecords van de strand- en duinlopen.


Jaarboek 44, pagina 67

Uitzonderlijke prestaties

Sinds de oprichting van AVC zijn door de atleten talrijke uitzonderlijke prestaties geleverd, die door de clubrecordcommissie minutieus zijn bijgehouden. De clubrecordlijsten bevatten momenteel 707 prestaties op door de Atletiekunie voor de verschillende categorieën aanbevolen wedstrijdonderdelen.

‘Mister clubrecord’ is ongetwijfeld wijlen Arend Koet, van wie in de huidige clubrecordlijsten over de periode 1998 tot 2007 maar liefst veertig prestaties terug te vinden zijn.
‘Mister clubrecord’ is ongetwijfeld wijlen Arend Koet, van wie in de huidige clubrecordlijsten over de periode 1998 tot 2007 maar liefst veertig prestaties terug te vinden zijn.

Sommige clubrecords verdienen wat extra aandacht. ‘Mister clubrecord’ is ongetwijfeld wijlen Arend Koet, van wie in de huidige clubrecordlijsten over de periode van 1998 tot 2007 maar liefst veertig prestaties terug te vinden zijn. Arend Koet lanceerde zich in 2007 als 76-jarige master met de polsstok over een hoogte van 2,40 meter, terwijl Jent de Reuver in 2019 als zesjarige minipupil 2,41 meter ver sprong. In 1968 landde Theo Bouwen na 12,52 meter in de zandbak bij het hinkstapspringen, waarmee hij een clubrecord vestigde bij de A-junioren en senioren, dat nog steeds onaangetast is.

Kampioeen bij AVC.
Kampioenen bij AVC in 1993. Boven Junioren B van links naar rechts Daniël Hake, Hugo van de Broek, Joris Jonker en Christian de Lie. Onder Junioren D van links naar rechts Niels Jonker, Peter Wolters, Barend Derriks en Joeri Zonneveld. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Van de 707 clubrecords worden er elf door twee atleten gedeeld, waarvan één record wel heel speciaal is. Het clubrecord discuswerpen bij de meisjes C-junioren wordt namelijk gedeeld door de zusjes Janneke en Marjolein van Elk, die de schijf met een afstand van 30,02 meter exact even ver in het gras lieten landen in respectievelijk 1981 en 1982. Na in 1981 met zijn estafetteteam een clubrecord op de vier keer 100 meter bij de C-junioren te hebben gevestigd in een tijd van 49,2 seconden, verbrak Frank Stam, 38 jaar later, in 2019 het clubrecord op de individuele 100 meter bij de masters M50-54 door een tijd van 13,05 seconden te laten klokken.


Jaarboek 44, pagina 68

Sommige prestaties zijn zo sterk dat ze niet alleen als clubrecord, maar ook nog steeds als Nederlands record gelden. De eerder gememoreerde Arend Koet heeft in de leeftijdsklasse M70-74 het Nederlands record op de tienkamp op zijn naam staan, alsook in de leeftijdsklasse M75-79 de tienkamp, het hoogspringen en het polsstokhoogspringen. Marc van Vliet grossiert in Nederlandse records bij het polsstokhoogspringen. Rob Dekker sprong als master M65-69 1,47 meter hoog en het masterteam M50-54, bestaande uit Hans Beentjes, Ton van Rooij, Wim Kaandorp en Dirk Klanker, liep de Zweedse estafette in 2 minuten en 20,0 seconden, waarmee het eveneens een Nederlands record opeiste.

Het verhaal van Theo Bouwen

In 1968 was AVC een jonge vereniging en beschikte niet over een eigen accommodatie. Een groep atleten trainde voornamelijk op het terrein van DEM in Beverwijk. De 19-jarige Theo Bouwen was een van hen, hoewel hij eigenlijk helemaal niet meedeed aan de trainingen. De wedstrijden, en dan vooral het gebeuren er omheen, vond Theo een stuk interessanter.

Theo Bouwen, een natuurtalent, zette tot ieders verbazing toptijden neer.
Theo Bouwen, een natuurtalent, die geen zin had om te trainen en meer belangstelling had voor de wedstrijden en vrouwelijke fans, zette tot ieders verbazing toptijden neer.

Hij was steeds samen met zijn maatje wijlen Peter Vlaarkamp en een groep dames; deze dames waren geen atletes, maar zij juichten voor hun vriendjes die zij bewonderden. Theo bleek een natuurtalent. Hij liep met zijn enorm lange benen razendsnelle tijden op de 100 en 200 meter sprint. Dat viel ook de KNAU (nu Atletiekunie) op. Zij nodigde de talentvolle Theo uit voor een testwedstrijd over 400 meter.

Nietsvermoedend ging Theo van start, want 400 meter was tenslotte twee maal 200 meter. Hij vloog over de baan, uit zijn ooghoek zag hij een uitzinnig publiek op het 300 meter-punt. Het werd een toptijd: onder de vijftig seconden! Maar Theo, die kotsend over de reling hing, kon nog net uitbrengen: “Dit doe ik nooit meer.” En hij deed het nooit meer, zelfs niet toen de KNAU hem uitnodigde als 400 meterloper met de nationale selectie mee te gaan op trainingsstage naar Suriname. Theo bedankte er vriendelijk voor.

Op een zekere dag toog Theo met een groepje atleten in de auto van de trainer (die hij nog nooit ontmoet had omdat Theo nooit trainde) naar sportpark Ookmeer in Amsterdam voor een belangrijke wedstrijd. Maar onderweg ging het mis. Ze kwamen in de file, hoogst ongebruikelijk in die jaren. De oorzaak van de file was de kapotte Hempont. Naar Amsterdam ging je met de pont; de tunnels waren er nog niet. Tegen de tijd dat de pont gerepareerd was en het groepje atleten met hun trainer op de atletiekbaan arriveerde, was het sprintnummer waar Theo zich voor had ingeschreven, al lang voorbij.

De memorabele sprong van 12,52 meter van Theo Bouwen.
De memorabele sprong van 12,52 meter van Theo Bouwen staat bij AVC in de boeken als clubrecord. Destijds gesprongen als junior, was het ook meteen goed voor het seniorenrecord. Het is op dit moment nog steeds het alleroudste clubrecord binnen de vereniging. Twee bekers heeft Theo laten maken; een voor de junioratleet en een voor de senioratleet die dit clubrecord weet te verbeteren. Het is nog steeds niet gelukt.

Theo wendde zich tot de organisatie en legde uit wat er gebeurd was. “Je kunt nog starten op de 800 meter”. Dat was weliswaar het favoriete onderdeel van Peter Vlaarkamp; het was elke wedstrijd weer even spannend of Vlaar de 800 meter onder de twee minuten zou lopen. Maar Theo zag 800 meter niet zitten, want dat is tweemaal die vreselijke 400 meter. Hink-stap-sprong dan misschien? Dat onderdeel stond ook nog op het programma. Het leek Theo wel wat, hij zou dan in ieder geval niet kotsend aan de reling eindigen.


Jaarboek 44, pagina 69

Met wat tips en aanwijzingen van een ‘Grote Surinamer’ maakte Theo zich klaar voor zijn eerste sprong ooit. Die ‘Grote Surinamer’ bleek de kampioen en wist altijd de hink-stap-sprongwedstrijden te winnen. Behalve op de avond dat Theo te laat kwam voor zijn sprintonderdeel. Hij nam een flinke aanloop, hinkte, landde en voelde een enorme pijn. Hij stapte en weer die pijn, nu in zijn andere been; weg van de pijn en hup met zijn lange benen de zandbak in. Theo sprak wederom de woorden “Dit doe ik nooit meer” uit. En zo werd zijn eerste poging ooit tevens zijn laatste poging. De ‘Grote Surinamer’ deed nog een tweede en derde poging om Theo’s afstand voorbij te komen. Maar Theo was de kampioen die avond, met een winnende sprong van 12,52 meter.

Dit waargebeurde verhaal speelde zich vijftig jaar geleden af. Theo is inmiddels de zeventig gepasseerd, pensionado, en al jaren gelukkig getrouwd met Lenneke, een van die juichende dames. Hij leidde in zijn arbeidzame leven een bloeiende onderneming. Toen de computer zijn intrede deed in zijn bedrijf, deed Theo iets wat we allemaal wel eens doen: zijn eigen naam googelen. En wat hij nooit had kunnen vermoeden: zijn memorabele sprong van 12,52 meter stond bij AVC in de boeken als clubrecord. Destijds gesprongen als junior, was het ook meteen goed voor het seniorenrecord. In die tijd hield Els Foekema de clubrecords van AVC bij en zo eenmaal per jaar hadden beiden contact. Het verbaasde Theo steeds meer dat in inmiddels vijftig voorbije jaren helemaal niemand bij AVC zijn clubrecord had weten te verbeteren. Het is op dit moment zelfs nog steeds het alleroudste clubrecord binnen de vereniging. Twee bekers heeft Theo laten maken, qua formaat in stijl met de ouderdom van de records. Een beker voor de junioratleet en een beker voor de senioratleet die het clubrecord weet te verbeteren. Als stimulans, en voor wie het record breekt, wordt een nieuw plaatje gegraveerd, met naam, datum en resultaat.

Toptalenten

In haar bijna zestigjarige bestaan heeft AVC diverse atleten gehad die het tot de (inter)nationale atletiektop hebben gebracht en gezorgd hebben voor Nederlandse kampioenen en medailles bij NK’s. Ook hebben enkele AVC-leden deelgenomen aan internationale toernooien zoals EK cross, EK/WK marathon, WK junioren et cetera. Sommige van deze atleten zijn altijd lid gebleven van AVC, andere hebben er een goede basis gelegd en zijn later overgestapt naar andere verenigingen en/of trainers.

Hugo van den Broek is een talentvolle langeafstandsloper, die zich heeft gespecialiseerd in de marathon.
Hugo van den Broek (met nummer 75) is een talentvolle langeafstandsloper, die zich heeft gespecialiseerd in de marathon.

Atleten die internationaal of nationaal goed gepresteerd hebben, zijn onder anderen Katja Staartjes, de bekende Mount Everest beklimster, die ook een heel verdienstelijke 800 meterloopster was. Hugo van den Broek heeft twee keer een vijfde plaats behaald op de NK en heeft goed gepresteerd op de marathon in 2004 in Amsterdam. Elly van Beuzekom en Ingrid Lammerstma (beiden speerwerpen) behaalden Nederlandse titels en records. Mike van Kruchten (sprint en 110 meter horden) is als pupil lid geweest bij AVC. Zijn vader Eugène is actief als looptrainer. Oscar Schermer (speerwerpen) staat nog steeds met zijn prestatie van 74,64 twaalfde op de NL-ranglijst allertijden. Toen was hij lid van AV Lycurgus. Lang was hij echter lid van AVC. Marjolein van Elk (meerkamp) was als junior onder andere lid van AVC. Zij heeft later als lid van AV Lycurgus heel goed gepresteerd op de meerkamp. Hilde Kibet werd Europees kampioene veldlopen in 2008 en Nederlandse kampioene 10 km in 2008. Ook won ze de marathon in 2009. Silvia Kruijer is lid geweest van AVC tussen haar lidmaatschappen van AV Nova en Hellas. Ze behaalde gedurende haar atletiekcarrière elf nationale jeugdtitels en werd achtmaal kampioene bij de senioren. Inge de Jong is sinds 2018 lid van AVC. Haar grote looptalent bevestigde ze in 2009 tijdens het Nederlands kampioenschap halve marathon waar ze de zilveren medaille won.


Jaarboek 44, pagina 70

De Jong werd in 2015 eerste Nederlandse tijdens de Marathon van Amsterdam. In 2016 werd ze Nederlands kampioene halve marathon. Tijdens het NK-veldlopen won ze brons.

Martin Lauret is een voormalige Nederlandse langeafstandsloper, die gespecialiseerd was in de 5.000 meter, 10.000 meter, de halve marathon en de marathon. In datzelfde jaar liep Martin in Chicago een van de vijf grootste marathons ter wereld. Hij leverde hier zijn beste prestatie door onder hoge temperaturen in 2008 een tijd van 2:15.10 neer te zetten. Lauret werd zelfs vierde in de Elite Men’s Race en liet vele Afrikaanse topatleten achter zich, die veel snellere persoonlijke records achter hun naam hadden staan.

Ton Wiggers, TDR en ook AVC, was tweevoudig Nederlands kampioen bij de senioren, vijfvoudig Nederlands kampioen bij de junioren en tevens tweemaal Nederlands studentenkampioen. In totaal behaalde hij negentien medailles op Nederlandse kampioenschappen, nam hij deel aan zes Europese kampioenschappen, drie keer de Europacup voor landenteams en eenmaal de wereldkampioenschappen voor junioren. Wiggers is begonnen met atletiek bij AV Hylas en is later lid geworden van AVC en AV Haarlem.

Michel Butter is een van de snelste Nederlandse marathonlopers aller tijden en nog steeds lid van AVC.
Michel Butter is een van de snelste Nederlandse marathonlopers aller tijden en nog steeds lid van AVC.

Nog steeds lid van AVC is Michel Butter (veel lange afstandstitels 10km, marathon, deelnames EK cross). Michel is een van de snelste Nederlandse marathonlopers aller tijden. In 2012 behaalde hij een zevende plaats tijdens de Boston Marathon. In 2017 liep hij in New York de beste marathon uit zijn carrière door tot het einde toe mee te strijden en uiteindelijk als zesde te eindigen. In april 2021 liep hij de limiet voor de Olympische spelen in Tokyo.

Team Distance Runners

Het Team Distance Runners (TDR) is in het jaar 2000 door AVC-lid Guido Hartensveld opgericht en uitgegroeid tot een zeer succesvol regionaal atletiek trainings- en opleidingscentrum. De groei van TDR is tot 2002 een natuurlijk proces geweest. Atleten meldden zich aan op eigen initiatief. Na een wederzijdse kennismakingsperiode werd al dan niet tot een lidmaatschap besloten. Op deze wijze is een prachtige atletengroep van rond de dertig personen ontstaan.

Sinds 2005 heeft TDR ook haar eigen scoutingsproject: het ‘TDR Running Talents Project’. Dit houdt in dat TDR op middelbare scholen uit de regio gaat scouten naar nieuw talent. TDR wil door middel van ‘Running Talents Project’ op structurele wijze nieuw talent aanboren van buiten de atletiek. De beste scholieren krijgen de mogelijkheid door te stromen naar de jeugdopleiding van TDR.

De leden van TDR trainen regelmatig aan de Zeeweg. AVC is er trots op dat een aantal getalenteerde leden aangesloten is bij TDR, waaronder Michel Butter, Ryan Clarke. Eva van Zoonen en Jesse Scheltema.

Groei van de vereniging

Het ledenaantal van AVC groeide. In 1962 waren er 86 leden. In mei 2016 is dit aantal 460, dat in april 2021 fors is gegroeid naar 616 leden. De aanwas komt met name door nieuwe jeugdleden. Dit is deels te danken aan de nieuwe wijk Koningsduin die in 2012 naast AVC op het terrein van Duin en Bosch is gebouwd en waar veel jonge gezinnen wonen.

Op 1 juli 2012 vierde AVC haar vijftigjarige jubileum. Op het sportpark werd een wedstrijd georganiseerd, waarbij de jongste leden een hardloopwedstrijdje liepen tegen de oudste leden. Ook was er een fototentoonstelling in het clubhuis; burgemeester Mans van Castricum was aanwezig en er was een meerkamp voor ouders en pupillen.

Kennemer Cross Circuit in 2002.
Kennemer Cross Circuit in 2002, georganiseerd door de atletiek
vereniging Castricum. Fotopersbureau De Boer. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

AVC is voor iedereen

Minder bekend is dat er ook al dertig jaar een wandelgroep is. Die bestaat uit een aantal dames die samen met trainer Irma Straver op donderdagochtend in de duinen wandelen. En elke dinsdagmorgen stond Annerieke Osinga klaar om training te geven aan een groepje die ook samen wandelen. Deze groep noemde zich de DiMo groep. Annerieke heeft haar groep meer dan dertig jaar begeleid.

Uniek was in 1978 de oprichting van Blijf fit, een groep speciaal voor mannen in de leeftijd van circa vijftig jaar en ouder, die gezellig samen gingen sporten. Dick Onrust was de nestor daarvan. Toen hij 85 jaar was, trainde hij nog steeds mee in deze groep en deed dat al 41 jaar lang. Dick is op 92-jarige leeftijd overleden in december 2020. Nelis Wokke, een van de oprichters en leden van het eerste uur van AVC, heeft ook lang training gegeven aan Blijf fit. De laatste jaren traint deze groep onder begeleiding van Wim Behrens.

Joop Beentjes is voorzitter sinds 2013.
Joop Beentjes is voorzitter sinds 2013. Hij is trots op de vele actieve vrijwilligers en leden van AVC.

“Als ik onze accommodatie bezoek, ik ben zelf actief als hardloper en ook opa van een jeugdlid, dan geeft het me altijd een fijn gevoel als ik zie met hoeveel plezier er gesport wordt. AVC is een vereniging om trots op te zijn”, besluit voorzitter Joop Beentjes.

Annette IJzer
Paula Vrolijk-de Vries

Bronnen:

  • Jubileumboek 50 jaar AVC (1962-2012);
  • Website van AVC.

Met dank aan: Joop Beentjes; Wim Kaandorp; Eugène van Kruchten; Wim Res; Dick Schermer; Ari Smit, Maria Sofan en Frank Stam.

15 april 2024

Dirk Schut, een gedreven missionaris (Jaarboek 44 2021 pg 54-59)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 44, pagina 54

Dirk Schut, een gedreven missionaris (1893-1942)

Dirk Schut.
Dirk Schut, missionaris.

Dirk Schut werd in 1893 geboren in Castricum, als oudste zoon van Frans Schut en Grietje Dekker. Het gezin met twaalf kinderen bewoonde een stolpboerderij op Kerkbuurt nummer 103, tegenwoordig de Dorpsstraat, niet ver van de St. Pancratiuskerk. Op veertienjarige leeftijd verliet Dirk het ouderlijk huis om naar het kleinseminarie in Heeswijk te gaan, een middelbare school voor jongens die missionaris wilden worden. In 1913 vervolgde hij zijn opleiding in Roosendaal bij het missiehuis St. Jozef. Dit was de Nederlandse tak van het in Engeland in 1866 door Herbert Vaughan opgerichte Mill Hill, dat als doel had ‘het christelijke geloof te verkondigen aan ongelovigen’.

Gezinsleven

In het verzuilde Nederland was de familie Schut overtuigd katholiek. Het bidden van de rozenkrans, de kerkgang, de biecht en geen vlees eten op vrijdag waren enkele rituelen. Ook het afstaan van kinderen ten behoeve van het geloof hoorde daar bij. Jongens werden missionaris, meisjes werden non. Zij moesten drie geloftes afleggen: van gehoorzaamheid, kuisheid en armoede. Oudste zoon Dirk werd missionaris in Oeganda, tweede dochter Martha trad op 21-jarige leeftijd in het klooster in.

De familie Schut.
De familie Schut, wonend in de Dorpstraat 94 in Castricum, 1922. Ter gelegenheid van de professie (het officiële intreden in het klooster) van Zuster Siegberta. Van links naar rechts staand: Thijs Schut, Jacobus Hofland, Griet Hofland-Schut, Cor Schut, Marie Wester, Frans Schut, Jaap Schut en Jan Schut; op een stoel zittend: Anne Schut, zuster Siegbertha (Martha), oma Schut, Opa Schut, Dirk Schut (missionaris) en Guurt Schut; zittend op de grond; Trien Schut en Marie Schut.

Jaarboek 44, pagina 55

Evangelie

Dirk bleef ruim een jaar in Roosendaal en verhuisde daarna naar Mill Hill in London, waar hij in 1918 in Westminster tot priester werd gewijd. Hij werkte twee jaar in de Londense wijk Soho en verhuisde toen naar het kleinseminarie in Tilburg om les te geven.

De uitgevaardigde encycliek van Paus Benedictus in 1919 formuleerde als doelstelling van missiewerk ‘het prediken van het evangelie, het bouwen van kerken en het opleiden van inlandse geestelijken’. Dat deden uitgezonden missionarissen door het opdragen van de heilige mis, het uitvoeren van handelingen behorend bij de sacramenten zoals de doop, de ziekenzalving en de biecht, maar ook het opzetten van onderwijs en gezondheidszorg.

Dirk was heel ambitieus en voelde zich geroepen mee te werken aan dit doel. De door Mill Hill opgeleide mannen gingen niet zomaar naar Afrika, zij gingen ‘de oerschatten van geloof en beschaving brengen aan hen die nog in de duisternis van het heidendom zaten’. Dirk verwoordt zijn vertrek als ‘de voltooiing van het offer dat ouders en zoon gezamenlijk voor God gebracht hebben’.

Onvoorbereid

De woorden van Mill Hill stonden echter in schril contrast met de manier waarop de missionarissen op hun werk werden voorbereid. Ze werden onderwezen in theologie en filosofie, maar lessen over taal, cultuurverschillen, gezondheidszorg en voedingsmiddelen, leefgewoonten en huisvesting werden niet gegeven. Vóór de Eerste Wereldoorlog overleed meer dan tien procent van de missionarissen binnen twee jaar.


Jaarboek 44, pagina 56

Dagboek

Ook Dirk ging in 1923 onvoorbereid op stap, al was hij zich terdege bewust van de gevaren en de offers die bij zijn roeping hoorde. Vanaf het moment dat hij op de boot stapte, in november 1923, hield hij een minutieus dagboek bij.

Dagboek 1925 Nyondo.
Dagboek 1925 Nyondo. Foto Jean-Pierre Jans.

Na de bootreis van bijna een maand, kwam hij eind december aan in Kilindini, de haven van Mombasa (Kenya Kolonie). Daarna reisde hij per trein via Nairobi naar Kisumu, aan het Victoria Meer. Dan per boot naar Port Bell en per trein naar Kampala. Dirk had een benoeming gekregen voor de missiepost in Nyondo aan de voet van de berg Elgon, waar hij op 20 januari 1924 aankwam. Hij begon meteen met het leren van de twee talen die er gesproken werden, Luganda en Lugishu.

Nyondo.
Nyondo.

Biechthoren, dopen en bedienen

Dirk was druk bezig de taal te leren en op de stoomfiets ging hij met collega Pater Terhorst op pad om te dopen, de biecht af te nemen, ziekenzalving toe te dienen en heilige missen op te dragen.

Pater Schut met gedoopt kind.
Pater Schut met gedoopt kind.

Ook begonnen ze met de bouw van een klooster en een hospitaal. Al op 11 april 1924 was hij de taal zo machtig dat hij zelf een eerste biecht kon afnemen. De week erna was het ‘Goede Week’, dat was een goede taaloefening. Dirk heeft driehonderd biechten gehoord en kon de mensen vrij goed verstaan. Op 17 augustus hield hij zijn eerste preek.

Het waren zware maanden voor de Paters Terhorst en Schut. Ze zorgden voor het onderhoud van de missiepost en waren verantwoordelijk voor de organisatie en voortgang van de bouwwerkzaamheden van het nieuwe klooster en hospitaal, de restauratie van de pastorie en de bouw van een nieuwe school. Ze reisden veel per stoomfiets, vaak door onherbergzaam gebied, op zoek naar christenen die hun plichten verwaarloosden.

Mis in de openlucht

Nyondo was de enige missiestatie in het bergland van Elgon. De volksstam Bugishu telde ongeveer 250.000 zielen, die bijna allen nog heidenen waren. De missiepost bestond uit een pastorie, een kerkje, een moestuin, een boerderij en een flinke school. Op de hellingen bevonden zich katoenvelden, bananentuinen en koffieplantages.

Mis in de openlucht.
Mis in de openlucht.

Pater Dirk Schut bleef tot 1927 in Nyondo. Tijdens een gesprek met bisschop Campling liet hij zich ontvallen dat hij ook voor de moeilijkste missies mocht worden ingezet. Dat liet de bisschop zich geen twee keer zeggen. Hij benaderde Dirk om in Ngora orde op zaken te stellen. De missie was er slecht aan toe door ruzie met de plaatselijke overheid. Dirk kende de taal niet, er heerste hongersnood en de inwoners wilden zich niet laten bekeren. Maar hij aanvaardde de opdracht en vertrok van het veilige Nyondo naar de anarchie van het Teso-volk in Ngora. Hij schreef in zijn dagboek dat hij zijn leven opdroeg aan Onze Lieve Heer en dat hij zich bij tegenslag gedragen voelde door het geloof.

Zware taak

Hoewel Dirk zich er normaal niet over uitsprak, liet hij zich, weliswaar in het Latijn, ontvallen dat het Teso volk onzedelijk, ontuchtig, drankzuchtig, diefachtig en vechtlustig was en overgeleverd aan zeer slechte bijgelovigheden, vooral na de geboorte van kinderen. Zijn voorganger, Pater Kiggen, nam zijn toevlucht tot de stok om gehoorzaamheid af te dwingen. Daarom moest hij van de koloniale overheid het gebied verlaten. Dirk had al na zes weken de taal van Teso onder de knie. Dat hield in dat hij uit gesprekken kon opmaken waar de mensen zich mee bezig hielden. Maar Dirk had het niet makkelijk: de mensen waren moeilijker te bekeren, het was er warmer, er waren schulden, het missiegebied was te groot en de mankracht te gering.


Jaarboek 44, pagina 57

Ook had men last van de tse-tse vlieg en malaria. Hoewel het altijd weer een strijd was om financieel rond te komen, lukte het hem echter uit de schulden te komen en de school nieuw leven in te blazen. Ook werkte hij aan een klooster en slaapzalen voor meisjes, omdat deze op weinig plekken veilig waren. In zijn dagboek hield hij nauwkeurig bij hoeveel inlanders hij die dag weer gewonnen had voor het geloof in Jezus Christus. Hij hechtte belang aan de ontwikkeling van de bevolking.

Toroma

Toen hij de missie in Ngora uit het dal getrokken had, was het voor Dirk tijd om op te stappen, dit keer naar Toroma. De superieuren van Mill Hill hadden vertrouwen in hem en benoemden hem tot overste van Ngora en Toroma. Hij koos opnieuw voor een stap, waarin avontuur en uitdaging het wonnen van comfort en rust. Dirk was uitgerust met de gelukkige combinatie van een sterk lichaam en een praktische geest; hij stond bekend als een grote, sterke en succesvolle man. Hij noemde zijn nieuwe parochie St. Pancras, naar de parochie waar hij was opgegroeid in Castricum. Maar deze post bevond zich in een enorm achterland met woeste savannes vol nomaden en koeien. Hij begon met de bouw van een huis, volgens een collega een ‘titanenarbeid’.

Verlof

Na tien jaar mocht Dirk op verlof. Van december 1933 tot november 1934 was hij terug in het ouderlijk huis. In de bewaarde brieven is te lezen hoe Dirk zijn familieleden op de hoogte hield van zijn activiteiten en zij zamelden steeds weer geld in. Ook tijdens zijn verlof werd er geld ingezameld voor de bouwprojecten van zijn nieuwe parochie.


Jaarboek 44, pagina 58

Dirk verzorgde avonden met lichtbeelden van Afrika. Er werd een fancy fair georganiseerd en een benefiet voetbalwedstrijd in Castricum bij Vitesse ’22, alles ten bate van de missie. Hij bezocht zijn broers en zussen en zijn vrienden in Arnhem, Roermond en Londen.

De Volkskrant, 4 juli 1934.
De Volkskrant, 4 juli 1934.

Medische kennis

Kort voor zijn terugkeer naar Oeganda, volgde hij een medisch-hygiënische cursus, georganiseerd door het Nederlandsch Medisch Missie Comité. Dit was opgericht na een oproep uit Rome, waarin aan katholieke artsen werd verzocht missionarissen bij te staan om zo het hoge sterftecijfer omlaag te krijgen.

Bekeerlingen met zusters en missionarissen. Pater Schut staat tegen de rechterpilaar.
Bekeerlingen met zusters en missionarissen. Pater Schut staat tegen de rechterpilaar.

Door middel van cursussen leerden missionarissen en zusters elementaire medische zaken, zodat zij zichzelf konden helpen en hulp aan anderen konden bieden als er geen dokter aanwezig was. Het comité verschafte aan de missionarissen ook medicijnen.

Terug

In december 1934 was hij weer terug in Oeganda. Hij vond zijn Toroma missiepost anders terug dan dat hij hem verlaten had. Zijn vervanger had een stel onderwijzers ontslagen. Polygamie, het mislukken van de katoenoogst en afnemend enthousiasme voor geloofszaken waren hiervan de oorzaak. “Van de meer dan vijfhonderd bekeerlingen die op de doop werden voorbereid, waren er slechts negentig overgebleven.”

In 1936 was zijn pastorie eindelijk klaar en konden ze tijd besteden aan de restauratie en vervanging van de scholen en kerkjes van stokken, klei en gras. Om de verschillende dorpen te bezoeken was de stoomfiets ingeruild voor een auto. Inmiddels waren er drieduizend volwassenen gedoopt en ongeveer duizend kinderen.

Ondermaats

Dirk schrijft een optimistische brief naar de nieuwe bisschop Jan Reesinck: “Als je bedenkt hoe armzalig wij zelf zijn uitgerust, dan hoeft het niemand te verbazen dat niet alle christenen zijn zoals ze behoren te zijn. Maar zelfs een blinde kan zien hoe ook in dit land de genade Gods voor grote wonderen zorgt.”

Reesinck vond echter dat zijn prestaties onder de maat waren en achterbleven bij de rest. Ook de door Dirk opgestelde nieuwe catechismus zou veel te ‘geleerd’ en moeilijk zijn. De bisschop kwam op bezoek, maar roddels over pater Schut waren hem vooruit gesneld en hadden zich al lang en breed in het hoofd van de bisschop genesteld. Hoewel hij niets tegen Dirk zei, liet hij zich tegen andere paters negatief over Dirk uit. Dirk redeneerde “Als er klachten zijn over mijn functioneren, dan ga ik ervan uit dat ik dat rechtstreeks te horen krijg.”

Immense inspanningen

Reesinck vond dat Toroma niet langer floreerde, omdat Pater Schut extreem streng was en hij dit niet wilde inzien. Hij besprak dit met andere paters. Dat Dirk zijn hele ziel en zaligheid in deze missie had gelegd, deed niets ter zake. De heren telden het aantal bekeerlingen zoals een boekhouder de inkomsten en uitgaven, maar ze leken niet de immense inspanningen te zien die Dirk gepleegd had om in het achtergestelde gebied überhaupt een missiepost draaiende te houden.

Straf

De bisschop benoemde Dirk met onmiddellijke ingang tot docent aan het seminarie van Nyenga. Dirk voelde deze onrechtvaardige behandeling als een straf en een degradatie. In januari 1939 pakte hij plichtsgetrouw zijn koffer en deed wat hem was opgedragen, hij vertrok naar Nyenga.

Het seminarie In Nyenga.
Het seminarie In Nyenga.

Ondertussen was hij woedend: “Geen enkele meerdere heeft het recht om de goede naam van zijn priesters zwart te maken, en dat lijkt toch echt gebeurd te zijn. Anders kan ik niet verklaren hoe een groep paters al vernomen had dat ik niet voldeed, en dat ze zelfs al de reden daarvan wisten, waar of niet waar, twee of drie weken voordat ik zelf op de hoogte werd gebracht.”


Jaarboek 44, pagina 59

Noodkreet

Dirk schreef een brief naar de algemeen overste van Mill Hill in Engeland: “Ik ben zeer ongelukkig. Er is mij groot onrecht aangedaan, zozeer dat ik mijn ambitie en interesse verloren heb. Als ik het zo mag zeggen: de spirit is me ontnomen. Ik vraag u me hier weg te halen en mij een nieuwe aanstelling te geven. Ik vraag niet om een makkelijke functie. Ik ben altijd een man voor moeilijke taken geweest en zou graag weer naar een uitdagende plek gaan, zodat ik deze hele toestand hopelijk kan vergeten. Ik zou bijvoorbeeld graag willen werken voor de missie van Kodok, een missie die, zoals ik gehoord heb, extreem moeilijk is omdat er flink gepionierd moet worden. Tegelijkertijd wil ik vermelden dat ik klaar sta om overal naar toe te gaan waar u me heen wilt zenden. Maar alstublieft: haal me hier weg.”

Bisschop

De spanningen tussen de bisschop en Dirk liepen hoog op, maar de bisschop was de baas en eiste gehoorzaamheid. De algemeen overste van Mill Hill zei Dirk dat hij geschorst zou worden, tenzij hij beloofde af te zien van opruiende kritiek. Daarop lijkt hij de strijdbijl te hebben begraven en kreeg hij een aanstelling in Kwapa, 150 kilometer ten zuiden van Toroma.

Achteraf bleek uit een brief in een geheim archief van Mill Hill dat de bisschop toegeeft een fout te hebben gemaakt.

Kwapa

Tijdens kerstmis 1939 vertrok hij naar Kwapa om een nieuwe missiepost op te zetten: “Er is niets en ik heb niets”, schrijft hij, maar weer hervindt hij zijn oude ondernemingszin en positiviteit. Hij sprak de taal van de Teso, een volksstam van dertigduizend zielen, maar ook Lugishu, de taal van een ander volk kende hij. En hij woonde slechts 25 kilometer bij pater Castricum vandaan. Het gebied was kleiner en beter bereikbaar.

Collecteblik voor de missie van Father Schut.
Collecteblik voor de missie van Father Schut.

Hij schrijft een brief aan de inwoners van Castricum met een verzoek om financiële ondersteuning. Er waren al heel wat christenen, schreef hij, zodat er hopen werk is. Daarna blijft het lang stil. Na zijn enthousiaste start zijn er geen brieven meer gekomen en leek de missie enigszins te haperen.

Telegram uit Kampala

In juni 1942 arriveerde in Mill Hill in London een telegram van Bisschop Reesinck met de mededeling dat pater Schut was overleden.

Telegram uit Kampala.
Telegram uit Kampala.

Hij overleed aan ‘paralysis’ (kinderverlamming) waarschijnlijk door het opgelopen poliovirus. Hij was pas 49 jaar. Zijn collega’s konden niet begrijpen dat hun sterke collega door een virus was geveld. Hij had een heldere geest en was ideaal voor de missie, intelligent en fysiek.

Dirk werd begraven op het kerkhof van de eerste Mil Hill missiepost in Nsambya in Oeganda. In zijn dagboek bij aankomst in Afrika in 1923 lezen we bij een bezoek aan het graf van een gestorven collega: “Ik heb mij zelf aan Onze Lieve Heer opgeofferd. Wanneer Hij denkt dat mijn tijd gekomen zal zijn, dan hoop ik gereed te zijn voor die grote reis naar de Hemel.”

Negentien jaar lang was Dirk Schut missionaris bij het Vicariaat van de Boven-Nijl in Oeganda, in Nyondo, Ngora, Toroma en Kwapa; missieposten aan de voet en op de uitlopers van de meer dan 4.000 meter hoge Mount Elgon, de oudste vulkaan van Oost-Afrika.

1939 bracht hij voor het grootste deel door in het seminarie van Nyenga. Zijn beste jaren, zijn passie, kracht en optimisme, zijn hele ziel en zaligheid heeft hij gewijd aan de missie.

Dirks’ portret, ‘Heeroom’, hing bij alle familieleden aan de muur. Zijn dood was een ramp en liet de hele familie diep verslagen achter, maar er over praten was heel pijnlijk.

Bidprentje van Dirk Schut.
Bidprentje van Dirk Schut.

Bidprentje

Op de achterzijde van het bidprentje staat niets over de offers die Dirk heeft moeten brengen. ‘Zoon van het oude Kennemerland, waar de eerste steenen liggen van geloof en cultuur in ons vaderland, trok deze priester naar het verre Afrika, om er die oerschatten van geloof en beschaving te brengen aan hen die nog zitten in de duisternis van het heidendom. Met voortreffelijke eigenschappen naar geest en hart, met den inzet van al zijn lichamelijke krachten heeft Dirk gewerkt, gebouwd, geplant en gezaaid tot het uur sloeg van den grooten schafttijd en de Heer hem riep om te rusten in de schaduw van Zijn eeuwigen tent.’

Anette Beentjes

Dit artikel is gebaseerd op het in 2019 verschenen boek ‘Het Offer. Dagboek van een gedreven missionaris’. Het boek is geschreven door Dirks’ nicht Martha Lambrechts-van der Loos en Judith van der Stelt. ISBN 978-94-6328-272-7.

15 april 2024

Herinneringen aan de Augustinusschool (Jaarboek 44 2021 pg 51-53)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 44, pagina 51

Herinneringen aan de Augustinusschool

Augutinusschool.
De Augutinusschool, katholieke lagere school aan de Dorpsstraat 115 in Castricum, 1957.

Castricummer Frans Zaal (1937) werd, nadat het gezin twee jaar was geëvacueerd naar Medemblik, in 1945 leerling van de eerste Augustinusschool aan de Dorpsstraat. Die doorliep hij tot 1950.

Enkele van zijn belevenissen in die vijf jaar wilde Frans graag met Oud-Castricum delen.

Klompen

De rooms-katholieke Augustinusschool werd in 1920 gebouwd naast de meisjesschool Maria Goretti, die een jaar eerder werd opgeleverd. Het complex is in 1983 afgebroken om plaats te maken voor appartementen. Als hoofd van de school werd in 1920 Piet van Westen uit Haarlem aangetrokken.

De kinderen Zaal in 1943.
De kinderen Zaal in 1943. Van links naar rechts achter: Jan en Rie; voor: Gerard, Frans en Wil.

Frans Zaal vertelt:

“Ik kwam in de tweede klas te zitten bij meester Van der Maat. We liepen nog steeds allemaal op klompen


Jaarboek 44, pagina 52

en die moesten netjes naast elkaar in de gang staan voor we de klas ingingen.

Het onderwijsteam van de Augustinus in 1947.
Het onderwijsteam van de Augustinus in 1947. Van links naar rechts staand: Theo Tromp, Jan Ernst, Karel Vermeulen, Lou Koper, Nico van der Maat en Harry Wegdam; zittend: Rie Borst, Piet van Westen en Kees Bodewes.

Meester was een lieve man, maar kennelijk werd het hem soms ook te veel en op zekere dag stuurde hij een jongen, die het te bont had gemaakt, de gang op. Dat had hij beter niet kunnen doen. De knaap was blijkbaar niet onder de indruk, want weldra begon hij de klompen in rap tempo van positie te verwisselen, door zorgvuldig de linker- en rechterklomp een andere plek te geven. Chaos compleet natuurlijk bij het speelkwartier, dat vrijwel verloren ging aan het bij elkaar zoeken van het juiste paar.

De klompen met een naam erin waren bij het zoeken het meest succesvol, maar de meeste moest je op minuscule verschillen sorteren. De mijne hadden een ijzeren band, omdat de bovenkanten ervan al een keer waren afgebroken. Dus ik had ze snel. ‘Rijke stinkers’ hadden geel gelakte, versierde exemplaren, maar daar waren er in Castricum niet zo veel van.”

Kevers, vlooien en luizen

Frans vervolgt zijn verhaal: “Schoolreisjes waren in die tijd spaarzaam, want daar was weinig geld voor.

Een van de sporadische schoolreisjes naar Schiphol. Frans staat rechtsboven op de trap.
Een van de sporadische schoolreisjes naar Schiphol. Frans staat rechtsboven op de trap.

Ons voornaamste uitje was tot onze grote vreugde naar het strand in de vrachtwagen van Veldt. We waren niet de enige bezoekers, want langs de hele kust werden schoolkinderen naar het strand gebracht. Een ramp naderde namelijk ons land: de invasie van de coloradokever. Dit insect, dat lijkt op een lieveheersbeestje, is geel met bruine strepen en was vast van plan onze aardappelplanten op te eten. Dat werd ons samenzweerderig in de klas verteld en daaraan werd toegevoegd dat wij de enigen waren die deze catastrofe konden afwenden. Op de een of andere manier waren de diertjes de zee over gestoken maar ze haalden met moeite de kust.

Zeeweg richting strand.
Zeeweg richting strand. Rechts en links de Van Oldenborghweg in Bakkum, 1934. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Op het strand werden we in lange rijen opgesteld en moesten we de nog verdoofde kevertjes in een potje doen. Na de schoonmaakactie werd een vuur ontstoken en moesten wij onze potjes legen in het vuur. Op tere kinderzieltjes werd niet gelet. Het ging erom dat we Nederland hadden gered …

Kennelijk heeft het geholpen, want daarna is de coloradokever uit beeld gebleven. Dat zal echter vooral te maken hebben gehad met het gif dat toen werd ontdekt. Dat was DDT, dat erg effectief bleek. Ook op ons werd dat bestrijdingsmiddel toegepast, want om de zoveel tijd moesten we ontdaan worden van vlooien en luizen. Dat gebeurde in Bakkum, waar een soort flitsspuit op onze haren werd gezet. Het leek op een ontploffing, waarbij een witte wolk DDT onze haren opblies. Buiten deden we verwoede pogingen alles weer uit te schudden. Er wordt tegenwoordig beweerd dat er mensen zijn, die in één nacht grijs werden; wij werden het in ieder geval in één dag!”

Het eerste rapport van Frans.
Het eerste rapport van Frans.

Speelplaatsen

De speelplaatsen van de Augustinusschool en de Maria Gorettischool waren door een houten schutting met een overdekte veranda gescheiden van elkaar, omdat contact tussen de jongens en de meisjes strikt verboden was. Ook Frans kan daarover meepraten:

“Op de jongensspeelplaats ging het er duidelijk anders aan toe. Er werden niet alleen rustige spelletjes gespeeld in de vorm van knikkeren, maar ook ruige zoals bok-bok-berrie. Bij knikkeren speelde je ‘kulekie’, waarbij je met een gebogen wijsvinger de knikker in het kuiltje probeerde te mikken of het ging erom wie de knikker het dichtst bij de muur liet komen. Wij speelden met stuiters en sterren en soms met een zware lodder. Die hadden onderling waarden; de ongeschonden sterren waren het duurst en vaak meerdere stuiters waard. Echte knikkers kon je niet in een plas water laten liggen, dan vielen ze uit elkaar. Sommige fantasierijke leerlingen hadden een knikkerbord gemaakt. Dat was een plankje met meerdere gaten in verschillende groottes waarboven een getal stond. Je kreeg dan zoveel stuiters als het gat aangaf en je stuiter er doorheen ging.


Jaarboek 44, pagina 53

Er was vaak een gat waarboven 100 stond. Begerig werd erop gemikt, maar dan bleek dat het onmogelijk was om daarin te komen.

Bij ‘Bok-bok-berrie’ ging een jongen met zijn rug tegen het hek staan en hield zijn handen in een kommetje voor zich, waar dan een ander zijn voorhoofd in legde. Achter deze jongen stonden nog een paar durfals gebukt. Met een aanloop was het de bedoeling dat zoveel mogelijk jongens op die ruggen lagen of hingen, voordat de boel in elkaar stortte. Om EHBO-technische redenen werd het spel later verboden.

De speelplaats van de Augustinusschool
De kinderen staan tijdens een processie op de speelplaats van de Augustinusschool (later Maria Gorettischool). Dorpsstraat 117 in Castricum, 1932. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Om een blik op de meisjesspeelplaats te kunnen werpen, bestonden er twee methoden. Je kon in een van de bomen klimmen, wat natuurlijk verboden was, of je kon gebruik maken van de gaten in de schutting, die waren ontstaan doordat de kwasten eruit gedrukt waren. Als je al een beetje verliefd was geworden (maar eigenlijk waren we daar nog niet aan toe), vroeg je het dichtstbijzijnde meisje of ze jouw favoriet wilde uitnodigen om door het gaatje te kijken. Maar soms deed je dan rare dingen. Je drukte bijvoorbeeld plotseling je vinger door het gat in haar oog of je spuugde er doorheen. In beide gevallen kon je een duurzame verkering natuurlijk wel vergeten …”

Middagpauze

Het huis waar Frans woonde, en waar hij nog woont, staat aan de Mient.

Frans schilderde zijn ouderlijk huis aan de Mient 25.
Frans schilderde zijn ouderlijk huis aan de Mient 25.

Het was toen nog heel gebruikelijk dat de leerlingen tussen de middag naar huis gingen, zoals Frans toelicht:

“De middagpauze op de Augustinusschool was erg lang, bijna twee uur. Die tijd werd dus gebruikt om thuis warm te eten. Dat bestond uit veel aardappels met seizoensgroenten, maar in mijn herinnering aten we altijd bloemkool. Mijn vader schepte steeds twee keer op, vandaar dat we voor de winter een paar mud aardappelen onder een luik in de gangvloer bewaarden. Vlees was er alleen in de vorm van een gehaktbal op woensdag en vrijdags kregen we vis, want dat was goedkoop en je deed er de katholieke kerk een plezier mee.

De slagerij van Cor Sneekes.
De slagerij van Cor Sneekes. Burgmeester Mooijstraat 29 in Castricum, 1936. Collectie Stuifbergen, Toegevoegd.

Zondags was er soms vlees, als mijn moeder een rollade had gebraden in de loop van de week. Dan moest ik zondagmorgen na de kerk naar slager Sneekes, die speciaal op dat tijdstip open was om rollades in flinterdunne plakjes te snijden. Het toetje was yoghurt of pap. De yoghurt maakte mijn moeder zelf door aan een pan warme melk een kopje yoghurt toe te voegen om die vervolgens in een bed te laten broeien. Daarom keken we als we naar bed gingen altijd of er geen pan in je bed lag. De pap was meestal karnemelkse pap. Die noemden wij ‘pijn in je zijpap’, want als je naar school moest rennen, kreeg je vaak pijn in je zij en dat moest wel van de pap zijn gekomen.

Mient - Brakenburgstraat in Castricum.
De woning van Zwarte Ant. Mient-Brakenburgstraat in Castricum. Schilder Huib Hogenstijn. Foto Jacques Schermer. Toegevoegd.

Knikkerend of hoepelend gingen we weer terug naar school. We passeerden op het eind van de Brakenburgstraat een verwaarloosd veldje, waar nu de brandweerkazerne staat. Daar bouwden we onze steilewandbaan. Inspiratie daarvoor hadden we opgedaan op de kermis, waar regelmatig zo’n attractie stond. Het was een grote cilinder van hout, waartegen stoere kerels met luidruchtige motoren hun rondjes draaiden. Van boven keken we ademloos toe, maar dat kan ook met de uitlaatgassen te maken gehad hebben. Het was in ieder geval spectaculairder dan het vlooientheater. Het maakte zoveel indruk op ons dat we wekenlang bezig waren met een cirkelvormige aarden wal aan te leggen rond een kuil. Als we klaar waren, draaiden we met de fiets rondjes tegen de kant als volleerde motorcoureurs. Duurde het maken van de baan soms weken, de lol van het fietsen was er na een paar dagen al van af.

Klaverweide.
Torenstraat 25 (hoek Korte Cieweg ), waar vroeger de Klaverweide was. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Verder naar school konden we kiezen. Bij haast gingen we over de Klaverweide, waar nu de Brink ligt, maar dan moest je eerst over een prutsloot via een stalen buis. Daar ben ik eens met stinkend gevolg vanaf gevallen. Of we liepen door de Pernéstraat en dan verder door de Cieweg, want de Wilhelminastraat liep dood. Tenslotte moesten we zorgen dat we ongestoord op de speelplaats kwamen. Dat wat nog niet zo makkelijk, omdat de Bakkummers, die ‘s middags overbleven, vonden dat ze recht op de speelplaats hadden. Dat dachten wij dus niet.”

De Augustinus in een maagdelijke omgeving toen Frans de school verliet.
De Augustinus in een maagdelijke omgeving toen Frans de school verliet.

De verhalen van Frans geven een mooi beeld van het schoolbezoek in de naoorlogse periode. Jammer dat er geen klassenfoto’s zijn die daarvan getuigen.

Hans Boot

Bron:

Met dank aan: Frans Zaal.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Jaarboeken

8 april 2024

Oud over nieuw (Jaarboek 44 2021 pg 49-50)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 44, pagina 49

Oud over nieuw

Oude afbeeldingen zijn vaak moeilijk te plaatsen. Door deze over de huidige situatie te monteren wordt het een stuk duidelijker. Bovendien geeft het een mooi beeld hoe het straatleven er vroeger uitzag.

Dorpsstraat 87.

Circa 1905, Dorpsstraat 87. Het eerste post- en telegraafkantoor van Castricum gezien vanuit de Korte Cieweg. Het pand is gebouwd in 1892. Jacob Res, die in 1896 met Gisebertha Zonjee uit Uitgeest trouwde, was in 1892 brievengaarder-postkantoorhouder en woonde in dit huis. Hij werd op verdenking van fraude gearresteerd, maar het bleek dat zijn tijdelijke hulp grote sommen geld had ontvreemd. Jacob Res werd gerehabiliteerd. Nu is café My Way hier gevestigd.

1905, Dorpsstraat 49-53. Links de wagenmakerij van Willem Koopman. Hij was de zoon van Jan Koopman, de eigenaar van De Rustende Jager die op 45-jarige leeftijd in 1899 overleed. Daarnaast staat zijn woonhuis. Rechts de kapperszaak van Kos Boddeke. Hij staat met een lange witte jas aan in de deuropening.


Jaarboek 44, pagina 50

Circa 1922, Dorpsstraat 62. Hotel-café-restaurant De Rustende Jager. De nieuwe eigenaar, Johannes Koopman, liet dit pand in 1910-1911 bouwen ter vervanging van de lage herberg. Rechts is nog net een stukje te zien van de doorrijstal, waar de paarden van bijvoorbeeld de postkoets verzorgd konden worden. In 1976 is dit pand afgebroken.

1907, Van Oldenbarneveldweg, hoek Bakkummerstraat die toen nog Bergerweg heette. Hier stond het witte gebouw waarin Nicolaas Peijs een café had. In 1911 verbrandde het pand. Kort daarna verrees hier een textielzaak en hulppostkantoor. Later deed Nicolaas Peijs zijn zaak over aan zijn zoons Gerrit en Freek. In de loop der tijd waren er diverse winkels in het pand gevestigd, zoals een sigaren- en een groentezaak. Al geruime tijd wordt het volledig als woning gebruikt.

Peter Levi

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Jaarboeken