2 januari 2023

In memoriam Piet Blom

Op 24 december 2022 overleed Piet Blom. Hij werd op 20 juli 1933 in Alkmaar geboren. Hij was van mei 2003 tot februari 2008 een begenadigd voorzitter van Oud-Castricum.

Door zijn bouwkundige interesse heeft hij in 2003 gehoor gegeven aan de oproep tijdens het Jaar van de Stolpboerderij om de Castricumse en Bakkumse stolpen te inventariseren. Dat was een kolfje naar zijn hand en hij begon ze met verve te beschrijven. Zo verscheen in de periode 2003-2010 in ons jaarboek een zevendelige reeks over het cultureel erfgoed: de stolp. Castricum en Bakkum telden er nog vierenveertig. Het werden zeer lezenswaardige artikelen die Piet zijn betrokkenheid en nauwkeurigheid in deze ademden.

27 juli 2021

In memoriam Erica Brouwer

Op 14 juli 2020 overleed Erica Brouwer-Spits op 74-jarige leeftijd.
Zij werd in 2013 vrijwilliger van Oud-Castricum en was spoedig taakgroepleider Tentoonstellingen. Met haar teamleden verzorgde Erica exposities met een bepaald thema, die tijdens de open dagen konden worden bezichtigd. Indrukwekkend waren bijvoorbeeld ‘Castricum en de Eerste Wereldoorlog’, ‘De Dorpsstraat’ en ‘Ambachtslieden en venters’.

Een absoluut hoogtepunt was de tentoonstelling ‘Vervaagd Agrarisch Verleden’ in 2017, het jaar waarin Oud-Castricum vijftig jaar bestond. Deze werd door Erica en haar groep met hulp van Ernst Mooij in de stolpboerderij van Twisk aan de Dorpsstraat ingericht en trok gedurende vijf maanden grote belangstelling.
Erica had ook een creatieve inbreng bij de herinrichting van de tentoonstellingsruimte en aankleding van de filmzaal na de uitbreiding van De Duynkant in 2018.

In 2019 nam Erica noodgedwongen afscheid van Oud-Castricum vanwege een ernstige ziekte.

Erica was zeer geschikt voor de functie die zij ruim vijf jaar heeft bekleed. Zij had veel interesse in allerlei onderwerpen en was kritisch over de vormgeving van de exposities. Ook stond ze bekend als een perfectionist. Dit had bijvoorbeeld tot gevolg dat de borden met losse foto’s werden vervangen door fraaie posters. Ook tekstueel was zij sterk.

Daarnaast was Erica loyaal en trouw naar de mensen toe die zij kende. Verder was ze oprecht nieuwsgierig. Zij stond open voor andere meningen en wilde graag discussiëren. Bovendien probeerde ze mensen met elkaar te verbinden en hechtte veel waarde aan een prettige sfeer binnen onze vrijwilligersclub.

Oud-Castricum is Erica veel dank verschuldigd voor haar inbreng en zal haar blijven herinneren als een consciëntieuze en enthousiaste collega.

17 januari 2019

In memoriam Theo Sneekes, Castricum 1 februari 2018

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


In memoriam Theo Sneekes

Castricum, 1 februari 2018

Vandaag bereikte ons het droeve bericht dat Theo Sneekes is overleden. We wisten dat hij naar het ziekenhuis moest in verband met hartproblemen. Niemand van de werkgroep had verwacht, dat dit zo verschrikkelijk zou aflopen.

Via de familie hebben wij begrepen, dat het afscheid van Theo in besloten kring gaat plaats vinden. Langs deze weg wil ik namens de werkgroep stilstaan bij zijn overlijden.

Theo was nog maar een aantal jaren betrokken bij de werkgroep Oud Castricum. Na een aantal maanden te hebben mee gekeken binnen de diverse werkgebieden van de werkgroep heeft Theo aangemeld bij de taakgroep cultuur en monumenten. Zijn werk werd zeer gewaardeerd.

Toen de uitbreiding van onze gebouw De Duynkant begon, wierp Theo zich op als begeleider van de bouw en werd lid van de bouwcommissie. Zijn inbreng en betrokkenheid was groot , Theo leefde op en zette zich volledig in. Dit ook omdat hij het werk kon doen, dat hij in zijn arbeidzame leven altijd heeft gedaan op de afdeling bouwkunde van het provinciaal Elektriciteitsbedrijf PEN later E-Trans, NUON.

Theo stond bekend om zijn inhoudelijke kennis en was zeer frequent aanwezig bij de bouw om de voortgang te bewaken en te overleggen met de betrokken bedrijven. Theo was nauwgezet en niets was hem teveel om dingen uit te zoeken. Theo bereidde alles goed voor en maakte tekeningen om de indeling e.d. zo optimaal mogelijk te maken. Hij had overleg met alle potentiele gebruikers en trachtte het iedereen naar de zin te maken, hetgeen praktisch gezien natuurlijk onmogelijk was. Hij bleef echter volharden en bleef creatief in zijn oplossingen.

Wat is het triest en wat zijn we geschrokken van het bericht van zijn overlijden. Wat is het jammer dat hij de oplevering en opening van ons verbouwde verenigingsgebouw niet kan meemaken. Mede door zijn inspanningen hebben we een multifunctioneel gebouw gekregen.

Wij wensen de familie Sneekes veel sterkte en hopen dat zij kracht kunnen vinden om dit verlies een plek te kunnen geven. Voor de werkgroep was Theo een bijzonder en betrokken collega.

Namens het bestuur van Stichting Werkgroep Oud-Castricum
Peter Sibinga

19 december 2018

In memoriam Wim Hespe (Jaarboek 38 2015 pg 123)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Oud-Castricum.


Jaarboek 38, pagina 123

In memoriam Wim Hespe

Wim Hespe
Wim Hespe

Op 11 september 2014 is Wim Hespe op 83-jarige leeftijd overleden. Wim heeft veel betekend voor de Stichting Werkgroep Oud-Castricum. Op 28 september 1992 is hij lid geworden van onze werkgroep. Wim was toen gepensioneerd, had daarvoor bij Brocades gewerkt als afdelingschef geneesmiddelenresearch. Wim was bij Oud-Castricum geïnteresseerd in archiefonderzoek en vooral in de ontwikkeling van de gezondheidszorg in Castricum. Hij heeft met veel enthousiasme dit onderzoek verricht. Elke dinsdagavond ging Wim met drie andere werkgroepleden naar het Regionaal Archief te Alkmaar. Hij begon met het overnemen van gegevens over de 17e en 18e eeuw uit het Oud-Rechterlijk Archief. Ook ging hij een jaar elke vrijdag met Wim Rebel en Frans Baars naar datzelfde archief om de dossiers van de gemeente Castricum over de periode 1916-1936 te inventariseren.

Wim schreef leverde al vrij snel een artikel voor het jaarboek. Dat was in 1994 over de gezondheidszorg in ons dorp vanaf de 17e eeuw tot 1950, de vroegere chirurgijns, heelmeesters en de latere huisartsen.
Zijn schrijfstijl was uitvoerig, maar heel boeiend en plezierig.
Na de gezondheidszorg verdiepte Wim zich in de armenzorg, waaraan hij drie artikelen heeft gewijd.

In 1999, bij de herdenking van de Slag bij Castricum, schreef Wim zowel een hoofdstuk in het boek dat hierover verscheen, alsook in het jaarboek met als titel ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap in Castricum‘.

Op zijn initiatief werd de eerste computer bij de werkgroep in 1999 geïnstalleerd door zijn zoon Daan. Wim is toen ook begonnen met het handmatig scannen van afbeeldingen, die in de computer werden opgeslagen en nu nog deel uitmaken van de beeldbank; daarmee is hij als het ware de grondlegger van de beeldbank.

Na het overlijden van Wil Steeman in het jaar 2000 nam Wim diens PR-functie over. Twee jaar later heeft hij die overgedragen aan Hans Boot. Al veel eerder was Wim begonnen om vooral inwoners van nieuwe woonwijken in Castricum kennis te laten maken met Oud-Castricum door huis aan huis een brochure te bezorgen met de historische achtergrond van hun straatnaam.

Daarnaast heeft Wim thuis veel uittreksels gemaakt uit vooral de Castricumse kranten vanaf 1966. Deze uittreksels kunnen via zoektermen op de website worden geraadpleegd.

Samen met Lien Steeman behartigde hij de beschrijving in het jaarboek van de panden en de bewoners van een bepaalde straat. Voor dat doel onderzocht hij de geschiedenis van de huizen en was hij zo’n tien jaar geleden samen met Piet Blom wekelijks te vinden bij het Kadaster in Alkmaar. Dat heeft hij meerdere jaren gedaan. Na de Burgemeester Mooijstraat kwam de Dorpsstraat aan de beurt, wat meerdere artikelen ging omvatten. Dit laatste en inmiddels 10e deel is verschenen in het 37e Jaarboek (2014).

Wim was hulpvaardig, consciëntieus, ook kritisch, had humor, was geïnteresseerd, had altijd ideeën en onderwerpen voor het jaarboek. Bij een van de bezoeken aan Wim aan het einde van zijn leven, vertelde hij mij dat hij nog graag had willen schrijven over de politieke rol die schout Joachim Nuhout van der Veen speelde in de Nationale Vergadering in ’s-Gravenhage.

Het heeft niet meer zo mogen zijn. Wij zijn Wim heel veel dank verschuldigd voor zijn enorme inbreng, zijn vele werk en grote oeuvre aan artikelen.

Simon Zuurbier

5 december 2018

In memoriam Lien Steeman-Borst (Jaarboek 37 2014 (pg 116)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Oud-Castricum.


Jaarboek 37, pagina 116

In memoriam Lien Steeman-Borst

Lien Steeman - Borst
Lien Steeman – Borst

Op 9 oktober 2013 overleed op 91-jarige leeftijd Lien Steeman. Lien heeft een grote bijdrage geleverd aan de activiteiten van Oud-Castricum. Na het overlijden van haar man Niek Steeman in 1973 heeft Lien zich aangemeld als lid van de werkgroep. Haar man was medeoprichter van de Werkgroep Oud-Castricum, was de spil van de archeologisch onderzoeken en speelde ook een belangrijke rol bij de inrichting van ons gebouw De Duynkant.

Lien was heel betrokken bij het werk van Oud-Castricum. In 1976 bood zij aan om in de showroom van haar zaak aan de Overtoom een fototentoonstelling in te richten over de oude dorpskern, die op dat moment in de politiek ter discussie stond. In de periode 1979 tot 1986 hielp Lien met de inventarisatie van gegevens uit oude transportakten op het Regionaal Archief te Alkmaar.

Zij heeft zich ook vooral verdiept in allerlei onderwerpen uit de geschiedenis van Castricum en heeft daarover alleen of samen met anderen artikelen geschreven die zijn gepubliceerd in onze jaarboeken. Samen met Frans Baars verzorgde zij een artikel over tante Sientje, een vrouw die tijdens de oorlog een grote rol speelde in het verzet en een artikel over de geschiedenis van de rooms-katholieke Pancratiusparochie. Met Wim Hespe schreef zij over de Burgemeester Mooijstraat en vijf artikelen over de Dorpsstraat.

Van eigen hand verschenen de artikelen over de Castricumse korenmolen aan de Soomerweg, over de oude dorpssmederij van Dorus de Groot in de Schoolstraat en over de geschiedenis van de boerderij ‘Het Knophuis’ aan de Verlegde Overtoom.

Gedurende vele jaren organiseerde Lien rondleidingen voor scholen en andere groepen in De Duynkant. Wij denken met veel respect en waardering terug aan Lien Steeman die veel voor Oud-Castricum heeft betekend.

Niek Kaan

5 december 2018

In memoriam Loek Zonneveld (Jaarboek 37 2014 pg 115-116)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Oud-Castricum.


Jaarboek 37, pagina 115

In memoriam Loek Zonneveld

Loek Zonnneveld
Loek Zonnneveld

Op 12 december 2013 twee dagen na zijn 83e verjaardag overleed Loek Zonneveld. Loek was bijna 30 jaar een markant lid van de werkgroep Oud-Castricum. Samen met Jaap Stuifbergen verzorgde hij talloze diavoorstellingen over de historie van ons dorp. Hij werkte mee aan tentoonstellingen en aan de uitgifte van verschillende boekwerkjes. Hij beheerde de fotocollectie en de donkere kamer van de werkgroep. Bovenal was hij, geboren Bakkummer, een vraagbaak voor allerlei onderwerpen op het gebied van de plaatselijke historie.

Aan de moeilijke oorlogsjaren bewaarde hij levendige herinneringen. Onvergetelijk zoals hij kon vertellen over de armoede in de crisisjaren en de grote standsverschillen.

Loek kende ontzettend veel mensen ook dankzij zijn functies bij Vitesse ’22, Radio Castricum, de Amateurtuindersvereniging en zijn werk als operateur in het Corsotheater.

We zijn blij dat hij in 2012 nog kon helpen bij een tentoonstelling en een artikel in het jaarboek ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van deze bioscoop. Zo’n 17 jaar was Loek bestuurslid van Oud-Castricum en tot op het laatst had hij belangstelling voor het wel en wee van de werkgroep. Hij was trots op de koninklijke onderscheiding die hem voor zijn vele verdiensten in 2006 werd toegekend. De werkgroep zal hem erg missen.

Herinneringen van Loek Zonneveld

Mijn grootvader Kees woonde op het Commissarishuis, een klein boerderijtje aan de Zeeweg. Hij tuinde in het duin en hield er een koppel geiten. Hij beheerde ook een stortplaats voor schelpen. Als er veel schelpen op het strand lagen dan gooiden de schelpenvissers hun wagen leeg bij mijn grootvader en keerden zo snel mogelijk terug naar het strand voor een nieuwe lading. Er werd bijgehouden hoeveel karren er gelost werden en die hoeveelheid konden de schelpenvissers later weer ophalen om naar de kalkovens te brengen. Mijn vader ‘Jaap van Kees’ is in het Commissarishuis geboren. Hij heeft ook schelpen gevist en hij ging diepspitten bij de boeren. Wat hij ook deed was takken halen uit het duin voor de bakkersovens. Hij deed van alles om aan de kost te komen. We hebben het in de dertiger jaren erg arm gehad.

De polis van de ‘dooienverzekering’ werd als onderpand gegeven voor een lening. Alle kleren maakte moeder zelf. Ze moest dus een naaimachine hebben. Die betaalden ze af met 25 cent in de week.

Op de Mient woonde een familie Loeb, een vriend van dokter Leenaers. Hij was advocaat en van joodse afkomst. In 1940 emigreerde hij naar Argentinië. Zijn dochter woont er nog en een zoon van hem woont in Amsterdam. Die advocaat stuurde toentertijd een wieg met allemaal kleren die zijn eigen zoon niet meer aan kon. Daar had ik dan een pakkie van. Het was een pak met allemaal blokkies erop; het leek op een clowntjespak. Ik zal het nooit vergeten. Je was er trots op want je had niets anders.

Aan mijn schooltijd heb ik geen goeie herinneringen. Ik had altijd het gevoel dat de meeste onderwijzers op arbeiderskinderen neerkeken. Als je van de middenstand was dan werd je voorgetrokken.

Het was ook nog eens een onzekere tijd. In begin 1940 werd een deel van de jongensschool van de Augustinus gevorderd voor de Nederlandse soldaten. Er was een veranda en die maakten ze dicht en dat werd een keuken. De schoolkinderen werden overal neergezet. Er ging een klas in het gymnastieklokaal en er zat een klas op de gang. In 1943 werden veel mensen geëvacueerd en zo af en toe was er geen school. Schriften waren er niet meer.

Erg kerks waren we niet en dan hoor je er ook al niet bij. Mijn hoogste rapportcijfer was 163 voor kerkverzuim. We woonden toen aan de Heereweg. Als je zondags naar de bijeenkomst van de Heilige Familie ging, een soort katholieke zondagsschool, dan kwam je om kwart voor één thuis en dan stond je prakkie op de kachel. Dat vond ik zonde van mijn zondagseten, want dat was de enige keer dat je een stukkie vlees op je bord kreeg en moeder maakte dan ook nog eens pudding. Ik ging dus niet meer naar de Heilige Familie. Ook mijn vriend Joop Koper niet. Op een gegeven moment kwam kapelaan Van der Zalm zeggen dat we moesten komen. Ik weet het nog als de dag van gisteren. Die keer dat we er heen gingen was er een bijzondere bijeenkomst, een soort inwijding of zo. We liepen de kerk binnen. Van der Zalm zei toen: ‘’Ik had nu ook maar niet gekomen.” We draaiden ons tegelijk om en liepen de kerk weer uit. Dat was foute boel natuurlijk. Maandag op school kwam ik het wel aan de weet. Ik heb ‘s middags van 2 uur tot half 4 op mijn knieën moeten zitten.

In 1945, toen ik een jaar of 14 was, ging ik op werk uit. Je mocht op die leeftijd nog niet werken. De bunkers werden afgebroken. Samen met een koppel jongens mocht ik voor de smid Klaas Koper van die eenmansputten uit de grond halen. Na een halfjaartje kwam er op een zaterdagochtend een mannetje van het leger langs. Hij ontsloeg iedereen van rond de 15 jaar. Volgens hem moesten we naar school. Die man had wel goeie opvattingen maar daar hoefde ik thuis niet mee aan te komen. Toen heb ik in het duin boompjes geplant en daarna werd ik een soort loopjongen voor het PWN op het oude Fochteloo. Ik heb daar drie jaar gezeten en ook nog een cursusje gevolgd en allerlei administratief werk gedaan.

In 1946 ben ik ‘s avonds in de bioscoop gaan werken. Want wat ik bij het PWN verdiende gaf ik af en zo kon ik nog geen kleren kopen. De centen die ik in de bioscoop verdiende mocht ik zelf houden.
Ik werd buitengewoon dienstplichtig en hoefde dus niet


Jaarboek 37, pagina 116

in dienst. Van de gemeente kreeg ik later nog wel een brief dat ik bij de organisatie Bescherming Bevolking aan de slag moest. Daar heb ik op ingevuld: “Ik wens geen zaken te doen met jullie.” Zo heb ik het in de brievenbus gegooid. Ik heb er nooit meer iets van gehoord.

Op een gegeven moment ben ik helemaal in de bioscoop terecht gekomen. Dat salaris droeg ik weer af en zo had ik nog weer niks. Toen ben ik gaan helpen bij Biesterbos in de fietsenstalling voor extra geld. Met een beetje heibel ging ik bij de bioscoop weg.

Mijn volgende baan was de linoleumfabriek in Wormerveer. Ik walgde van de stank. Toen kreeg ik een aanbieding uit Hilversum of ik bij een onderdeel van de NOS wilde werken. Dat was door mijn contacten bij de Bioscoopbond. Daar heb ik zo’n anderhalf jaar gewerkt. Ik was bij de opnames van het programma van Mies Bouwman en nog een paar andere afdelingen. Ik kon in dat wereldje toch niet wennen.

Daarvandaan ging ik naar de Hoogovens, waar ik 36 jaar heb gewerkt. Ik ging ‘s avonds ook weer in de bioscoop aan de slag. Dat kwam zo: ik had net scooterles gegeven bij Co Fontein, een ander bijbaantje, toen ik werd gevraagd weer in te vallen want de operateur was niet gekomen. Vanaf die tijd ben ik er gebleven. De speciale donderdagavond voorstellingen kwamen er op mijn initiatief, Ik voelde me samen met de familie Bettink verantwoordelijk voor de gang van zaken. Ik heb er in totaal 41 jaar gewerkt. En diploma als operateur had ik niet maar ik redde het evengoed.

Mijn vrouw Thea was verpleegster op Duinenbosch. Ik ontmoette haar in 1958 en eind 1960 zijn we getrouwd. Het feest was in de Brabantse Landbouw, waar toen een zuster van mij woonde. Ik ging bij mijn vader en moeder inwonen, maar in 1961 kregen we een huis aan de Poelven, Daarvoor heb ik toen een niet zo zachtzinnig gesprek met de burgemeester moeten voeren.

Loek met kleinzoon Sem op de tuin.
Loek met kleinzoon Sem op de tuin.

Later zijn we naar de Zeeweg verhuisd. In 2010 hebben Thea en ik onze gouden bruiloft samen met onze drie kinderen en vijf kleinkinderen gevierd in Hotel Borst. De zaal staat op de plaats waar mijn geboortehuis heeft gestaan. Ik kan me geen andere woonplaats dan Bakkum voorstellen.

Niek Kaan